Rechtbank Overijssel 21 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5522. De rechtbank stelt voorop dat voor het aannemen van een concreet zicht op legalisatie van met het omgevingsplan strijdig gebruik, niet voldoende is dat bij het bevoegd gezag de bereidheid bestaat om mee te werken aan de verlening van een omgevingsvergunning voor dat gebruik. Er moet ten minste al een begin zijn gemaakt met de voor verlening van die vergunning vereiste procedure. Dat is niet mogelijk zonder een ingediende aanvraag.

Volgens eiser heeft het college hier onzorgvuldig gehandeld door meer dan een maand te doen over het nemen van het bestreden besluit, nadat de bezwaarschriftencommissie een advies had uitgebracht. Eiser heeft hierbij gesteld dat, wanneer het advies van de bezwaarschriftencommissie direct naar hem was gestuurd, hij had geweten dat hij een aanvraag voor een omgevingsvergunning moest indienen om het gebruik ten behoeve van de B&B te legaliseren en dan was er geen reden meer geweest om bij de opgelegde last onder dwangsom te blijven.
De rechtbank volgt eiser niet in dit betoog. Voor zover eiser heeft bedoeld te stellen dat hij pas door het advies van de bezwaarschriftencommissie wist dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning moest worden ingediend om het gebruik ten behoeve van de B&B te legaliseren, volgt de rechtbank dat niet. Uit het procesdossier volgt dat het college al in de zogenoemde controlebrief van 13 november 2024 kenbaar heeft gemaakt dat aan de hand van een aanvraag kan worden beoordeeld of het mogelijk is om een omgevingsvergunning aan hem te verlenen en dat hij daarvoor een aanvraag moet indienen. Het college heeft deze boodschap daarna nog herhaaldelijk aan eiser kenbaar gemaakt. Het college heeft eiser tevens ondersteuning aangeboden bij het indienen van een aanvraag. Eiser heeft de aanvraag voor de omgevingsvergunning uiteindelijk op 7 oktober 2025 ingediend. Omdat deze aanvraag pas is ingediend na het nemen van het bestreden besluit op 1 oktober 2025, was ten tijde van het bestreden besluit (nog) geen sprake van een concreet zicht op legalisatie.