Na twee jaar sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (‘Ow’), heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de ‘Afdeling’) zich voor het eerst uitgelaten over de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (‘BOPA’). Op 24 juni 2026 heeft de Afdeling meteen twee uitspraken over de BOPA gedaan. Dit is dan ook, ongeacht de inhoud ervan, het signaleren waard. Benieuwd naar deze uitspraken? Lees dan snel deze blog.

De eerste uitspraak ziet op de weigering van een BOPA voor een Bed & Breakfast door het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht (het ‘college’). De Bed & Breakfast zou gerealiseerd moeten worden in afwijking van de bestemming “woongebied”. In eerste instantie oordeelde het college dat sprake was van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘ETFAL’) en had de BOPA dan ook verleend. Uit vrees voor overlast hadden omwonenden hiertegen bezwaar gemaakt, waarna de vergunningaanvraag toch geweigerd werd.
Interessant aan deze uitspraak is dat de Afdeling ook voor het eerst ETFAL bespreekt bij een BOPA. De Afdeling hanteert daarbij het volgende toetsingskader:
De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit over de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of dat besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan, binnen het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Deze overweging komt sterk overeen met de overweging die de Afdeling hanteerde bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening onder het oude recht. Hierbij is de term ‘goede ruimtelijke ordening’ simpelweg vervangen door ETFAL.
De Afdeling overweegt dat het college goed gemotiveerd heeft dat, en waarom, de B&B niet in de woonomgeving past. Een B&B zou een grote inbreuk maken op de privacy van de omwonenden, omdat schuttingen rondom de open terrassen van de rijtjeshuizen niet zijn toegestaan en er een gezamenlijk looppad is.
De tweede uitspraak ging over een BOPA voor de uitbreiding van een schuur voor een paardenkraamhotel. Het college van de gemeente De Ronde Venen heeft geweigerd deze BOPA te verlenen, omdat die in strijd zou zijn met de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht.
In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht is bepaald dat een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen “Landelijk gebied” geen verstedelijking toe mag laten, waardoor het geen nieuwe mogelijkheden biedt voor vestiging van iets anders dan agrarische bedrijven. Het paardenkraamhotel voldoet volgens de Afdeling niet aan de omschrijving van agrarisch bedrijf in de Omgevingsverordening. Hiermee is de aanvraag dan ook in strijd met de instructieregel uit de Omgevingsverordening en heeft het college terecht geweigerd de vergunning te verlenen (Artikel 8.0, tweede lid, onder a Besluit kwaliteit leefomgeving).
Dat de Afdeling voor het eerst de BOPA bespreekt is op zichzelf al nieuwswaardig. De Afdeling gebruikt het eerder geïntroduceerde beoordelingskader voor ETFAL, wat eenzelfde toets als bij de goede ruimtelijke ordening onder het oude recht lijkt te zijn. Uit de tweede uitspraak wordt nogmaals duidelijk dat een BOPA niet in strijd met een provinciale omgevingsverordening verleend mag worden. De BOPA is een populair instrument van de Omgevingswet, die veelvuldig ingezet blijft worden. Het is dus wachten op de volgende uitspraken over de BOPA van de Afdeling, die ongetwijfeld zullen volgen.