Op 16 juli 2026 zijn twee BOPA-uitspraken gewezen (de 174e en 175e BOPA-uitspraak).

De Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2026:4796) deed een uitspraak over een verleende BOPA voor het gebruiken van een bouwwerk voor bewoning in afwijking van het omgevingsplan voor een periode van 15 jaar. Het college heeft naar het oordeel van de rechtbank de omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van een zogeheten bijwoning met zelfstandige voorzieningen kunnen verlenen. In de uitspraak wordt ingegaan op de toepassing van art. 12.27a Bkl (faseringsregeling BOPA) + over dat de beperkte extra verkeersgeneratie niet leidt tot een onevenredige belasting van de gedeelde weg of tot een zodanige aantasting van het woon- en leefklimaat van eiseres dat van een ruimtelijk onaanvaardbare situatie moet worden gesproken (in het kader van de ETFAL-toets). Verder zijn als voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden dat door vergunninghoudster een extra parkeerplaats op eigen terrein wordt gerealiseerd en moeten de parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig en bereikbaar blijven. Het college heeft deze voorschriften toereikend kunnen achten om parkeeroverlast te voorkomen.
De Rechtbank Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2026:8897) deed de tweede BOPA-uitspraak van 16 juli 2026. Het betreft de weigering van een BOPA-aanvraag. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een uitbouw aan de bedrijfswoning waar eisers wonen. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning op goede gronden heeft geweigerd (vanwege ETFAL).