Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De Afdeling oordeelt voor het eerst over de voorwaarden voor het verleasen van stikstofruimte

Bij regulier extern salderen wordt stikstofruimte permanent overgedragen. Daarbij geldt dat de toestemming van de saldogever moet worden ingetrokken. Verleasen is een vorm van extern salderen waarbij stikstofruimte tijdelijk wordt overgedragen. In de praktijk bestond de vraag of ook dan de toestemming van de saldogever moet worden ingetrokken. Dat is van belang, omdat de vraag is of de stikstofruimte na afloop van de leaseperiode weer aan de saldogever toekomt.

Hekkelman Advocaten 7 July 2026

Samenvattingen

In een uitspraak van 24 juni 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:3685) zet de Afdeling de voorwaarden voor verleasen uiteen. In de kern gelden dezelfde voorwaarden als bij extern salderen, maar met enkele nuanceringen. De belangrijkste is dat de toestemming van de saldogever niet hoeft te worden ingetrokken. In plaats daarvan moet deze door het verbinden van een voorschrift tijdelijk buiten gebruik worden gesteld. Na afloop van de leaseperiode kan de saldogever weer volledig gebruikmaken van zijn toestemming, aldus de Afdeling.

Voor de publiekrechtelijke borging oordeelt de Afdeling dat uit de voorschriften aan de vergunning van saldogever in ieder geval moet volgen:

  1. dat de vergunninghouder tijdens een concreet aan te duiden periode waarin hij stikstofruimte verleaset geen gebruik mag maken van het deel van de natuurvergunning waarop de leaseovereenkomst betrekking heeft,
  2. dat hij gedurende die periode (het betreffende deel van) de natuurvergunde activiteit feitelijk staakt en gestaakt houdt,
  3. dat die beperking is opgenomen ten behoeve van het verleasen van stikstofruimte aan een met naam genoemde saldo-ontvanger,
  4. dat de periode waarin de gebruiksbeperking geldt, aanvangt nadat de vergunninghouder aan het college een melding heeft gedaan dat hij (een deel van) zijn activiteit feitelijk heeft gestaakt en gestaakt zal houden ten behoeve van de saldo-ontvangende activiteit, en
  5. dat deze voorschriften van rechtswege hun werking verliezen na ommekomst van de daarin concreet aangeduide periode van verleasing van stikstofruimte.

Verder is de vraag of saldogever een nieuwe natuurvergunning nodig heeft als door de toevoeging van de tijdelijke voorschriften en/of het hervatten van de activiteit na de leaseperiode niet langer sprake is van de voortzetting van één-en-hetzelfde project. Die vraag beantwoordt de Afdeling helaas niet (zie rechtsoverweging 9.7). Daarom het is het belangrijk om in elk concrete situatie stil te staan bij de vraag of nog sprake is van de voorzetting van één-en-hetzelfde project, en als dat niet het geval is, wat de gevolgen daarvan zijn.

De Afdeling oordeelt ook over de voorwaarden die aan de vergunning van saldo-ontvanger moeten worden gekoppeld. Aan de natuurvergunning van de saldo-ontvanger dienen voorschriften te worden verbonden waarin in ieder geval is geregeld:

  1. dat de aanleg-, bouw- of gebruiksfase van de activiteit waarvoor de geleasde stikstofruimte wordt ingezet, uitsluitend is toegestaan nadat de tijdelijke gebruiksbeperking van de natuurvergunning van de saldogever van kracht is geworden;
  2. dat deze activiteiten uitsluitend mogen plaatsvinden gedurende de periode waarin de gebruiksbeperking van de natuurvergunning van de saldogever geldt en de saldogever zijn activiteiten feitelijk heeft gestaakt en gestaakt houdt, en;
  3. dat de vergunninghouder voordat hij aanvangt met de activiteiten waarvoor de geleasde stikstofruimte wordt ingezet aan het college een melding doet van de aanvang van de activiteiten

Artikel delen