De feiten (Raad van State, 202506155/1/R2 d.d. 19 augustus 2026): Omwonenden in de gemeente Tholen willen de bouw van een loods tegenhouden en dienen een handhavingsverzoek in. Omdat het college volgens hen niet tijdig beslist, stellen ze beroep in bij de rechtbank en vragen ze om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besluit de zaak zonder zitting af te doen: het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard (de beslistermijn was niet overschreden) en de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De omwonenden gaan in hoger beroep bij de Afdeling.

De juridische analyse:
In beginsel staat er geen hoger beroep open tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter (art. 8:104 lid 2 Awb).
Appellanten proberen dit appelverbod te doorbreken. Hun argument? Het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden omdat ze geen rechtszitting hebben gekregen. De Afdeling maakt hierin een paar scherpe juridische afwegingen en verklaart zich onbevoegd:
Geen zitting is niet per definitie een schending van een eerlijk proces. De Afdeling oordeelt dat uit de schriftelijke stukken de standpunten van beide partijen overduidelijk waren. Het beroep was evident niet-ontvankelijk. Een fysieke zitting had de uitkomst niet veranderd.
De rechter wilde in één klap het beroep én de voorziening afdoen zonder zitting, omdat de zaak overduidelijk kansloos was. Maar procedureel was daar eigenlijk geen direct knopje voor:
Leidt deze procedurele ontsporing dan tot het doorbreken van het appelverbod? Nee. De Afdeling benadert dit pragmatisch en kijkt of de rechter symbolisch 'van pet had kunnen wisselen'. De rechtbank had de zaken administratief perfect kunnen splitsen: éérst de pet van gewone rechter opzetten om het beroep via 8:54 Awb zonder zitting af te doen. Om vervolgens als voorzieningenrechter, verwijzend naar de zojuist afgewezen hoofdzaak, het spoedverzoek via 8:83 Awb óók zonder zitting af te wijzen. Omdat deze procedureel correcte route tot exact dezelfde uitkomst had geleid, oordeelt de Afdeling dat er in de kern geen sprake is van een oneerlijk proces.