De AbRvS oordeelt in deze uitspraak dat een doos chocolade van de burgemeester aan eigenaren van recreatiewoningen geen gerechtvaardigd vertrouwen wekt dat permanente bewoning niet zal worden gehandhaafd.

De eigenaren verhuurden hun recreatiewoningen aan onder meer Oekraïense vluchtelingen. Tijdens de opvangcrisis in 2022 ontvingen zij van de burgemeester een doos chocolade als blijk van waardering voor hun inzet. Toen de gemeente later handhavend optrad tegen de permanente bewoning van de recreatiewoningen, deden de eigenaren een beroep op het vertrouwensbeginsel.
De Afdeling volgt dat beroep niet. Een blijk van waardering in 2022 is geen toezegging dat een overtreding blijvend wordt gedoogd. Bovendien had de gemeente publiekelijk kenbaar gemaakt dat de gedoogperiode voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen liep tot 31 december 2024. Na die datum bestond geen grond meer om erop te vertrouwen dat handhaving zou uitblijven. De gemeente hoefde de eigenaren daarvan niet persoonlijk op de hoogte te stellen.
Deze uitspraak onderstreept opnieuw dat voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel duidelijke en aan het bevoegde bestuursorgaan toe te rekenen toezeggingen nodig zijn. Symbolische waardering of positieve uitingen van een bestuurder zijn daarvoor onvoldoende. Bovendien bevestigt de Afdeling dat handhaving het uitgangspunt blijft en alleen in bijzondere gevallen achterwege kan blijven. AbRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4072 (Schagen)