Een tegenadvies voegt (uiteraard) niets toe bij een binnenplanse omgevingsplansactiviteit
De uitspraak van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:4449 d.d. 5 juni 2026) bevestigt hoe de spelregels werken bij een binnenplanse omgevingsplanactiviteit en dat een tegenadvies geen meerwaarde heeft.
De feiten & juridische analyse in het kort
Een woningeigenaar krijgt vergunning voor de uitbreiding van zijn derde bouwlaag (op een bestaand dakterras). De achterbuurman stelt beroep in en beargumenteert dat het een 'aanbouw' is die de maximale goot- en bouwhoogte overschrijdt. De rechtbank: het is geen aanbouw, maar een vergroting van het hoofdgebouw. Omdat de woning de aanduiding 'VD3' (drie bouwlagen, plat dak) heeft met een maximale hoogte van 10 meter, past het bouwplan met 8,3 meter direct en naadloos binnen het (tijdelijke) omgevingsplan.
En juist dat gegeven zorgt voor twee snoeiharde juridische consequenties:
- Waarom een tegenadvies voor welstand hier sneuvelt
De buurman bracht een deskundig tegenadvies in om aan te tonen dat het plan in strijd zou zijn met redelijke eisen van welstand en stedenbouwkundige waarden. Waarom ging de rechtbank hier niet in mee?
De voorwaarde voor een geldig tegenadvies: een welstandscommissie (en dus ook een tegenadviseur) moet de planologische mogelijkheden die het omgevingsplan biedt, als een vaststaand gegeven accepteren. Het tegenadvies van de buurman was gebaseerd op de onjuiste aanname dat het bouwplan niet binnen het omgevingsplan zou passen. Je mag met een welstandsadvies de planologische rechten niet doorkruisen. Omdat het tegenadvies uitging van het verkeerde planologische fundament, kon het terzijde worden geschoven.
- Binnenplans = Géén ETFAL-beoordeling
De buurman wierp op dat de uitbreiding geen blijk gaf van een "Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties" (ETFAL). De rechtbank is hierover glashelder en bevestigt de letter van de wet en geldende jurisprudentie. Op grond van artikel 8.0a lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moet een omgevingsplanactiviteit die past binnen de regels van het omgevingsplan worden verleend (het 'gebonden' karakter). Er is bij een direct passende aanvraag simpelweg geen ruimte meer voor een bredere belangenafweging of een nieuwe ETFAL-toets. Die afweging is namelijk al aan de voorkant gemaakt door de gemeenteraad bij het vaststellen van het (tijdelijke) omgevingsplan.
Kortom: past het binnen het plan? Dan is het verlenen geblazen. Tegenadviezen die morrelen aan het planologisch kader zijn kansloos, en de ETFAL-toets blijft in de kast.