Deze interessante rechtsvraag was aan de orde in een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, gepubliceerd op 29 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19403. Er is in deze casus een omgevingsplanactiviteit binnenplans afwijken aan de orde die via de band van art. 22.281 omgevingsplan (bruidsschat) aan ETFAL moet worden getoetst. Daarnaast is ook een OPA Bouw verleend (beoordelingsregels: art. 22.29 omgevingsplan).

Bij de OPA Bouw speelt de omgevingsvisie sowieso geen rol. Voor zover eiser betoogt dat aanwijzing als welstandsvrij gebied zich niet verhoudt met de Omgevingsvisie, kan dit niet leiden tot het oordeel dat alsnog voorafgaand aan de welstand had moeten worden getoetst. De Omgevingsvisie is geen onderdeel van de beoordelingsregels waaraan een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit moet worden getoetst en kan er ook niet afdoen dat het college de aanvraag op grond van de daarvoor geldende beoordelingsregels moet beoordelen.
De rb. overweegt dat het college in geval van toepassing van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid in het tijdelijk deel v.h. Omgevingsplan moet beoordelen of sprake is van ETFAL. Dit volgt uit art. 22.281 Omgevingsplan. Beoordeling van eventuele onevenredige gevolgen van de reflectie van zonlicht voor het woon- en leefklimaat van eiser dient in dat kader aan de orde te komen.
Volgens de rb. mocht het college zich op het standpunt stellen dat het bouwen van de foliekas op een afstand van ca 2,5 meter in plaats van 3 meter afstand van de bestemming “Water”, mede gelet op de afstand van de erfgrens van het perceel tot de woning van eiser (tussen de 110 en 130 meter), niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van eiser. De rb. kan het college erin volgen dat dit geringe afstandsverschil geen noemenswaardige invloed zal hebben op de reflectie van zonlicht.
De verwijzing van eiser naar de Omgevingsvisie geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. In de Omgevingsvisie staat onder meer dat lichthinder een belangrijk aandachtspunt is en dat het streven is om lichthinder af te laten nemen in woongebieden.
Zoals hiervoor overwogen behoort de Omgevingsvisie niet tot de beoordelingsregels waaraan de aanvraag moet worden getoetst. Verder is de rechtbank van oordeel dat wat is opgenomen in de Omgevingsvisie niet zodanig concreet is met betrekking tot lichthinder, dat het college op grond daarvan had moeten concluderen dat verlening van de omgevingsvergunning niet aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van ETFAL. Dat geldt temeer omdat het bestemmingsplan op deze plek voorziet in de mogelijkheid van bouw van kassen en omdat het perceel, naar eiser niet heeft betwist, onderdeel uitmaakt van een sierteeltconcentratiegebied.