Uit de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant van 28 augustus 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:6238) volgt dat het elektrisch materiaal dat wordt toegepast bij de aanleg van een fietspad kwalificeert als standaardonderdeel van het project en niet als mitigerende maatregel, zodat GS het gebruik van dit materiaal mag betrekken in de voortoets.

In een geschil over haar afgewezen verzoek om preventief handhavend optreden had eiseres onder meer betoogd dat voor de vergunde aanleg van het fietspad ten onrechte niet ook een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit was verleend. Een aanwijzing daarvoor ziet eiseres onder meer in de beoogde inzet van elektrisch materieel: als mitigerende maatregel zou die inzet volgens eiseres slechts kunnen worden geborgd in een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. De voorzieningenrechter overweegt dat uit het arrest van het Europees Hof van Justitie van 15 juni 2023 (ECLI:EU:C:2023:477) volgt dat in de voorevaluatiefase (voortoets) enkel rekening mag worden gehouden met onderdelen in het ontwerp van een project die daar inherent deel van uitmaken en die de schadelijke gevolgen van dat project beperken. Het Hof noemt dit ‘standaardonderdelen’ die niet als mitigerende maatregel worden opgenomen ter beperking van de negatieve gevolgen, maar als standaardonderdeel verplicht zijn voor alle projecten van dezelfde soort. De bevestiging van de gemeente (in diens hoedanigheid van opdrachtgever) dat de ingeschakelde aannemer bij wijze van standaard-toepassing over dit elektrisch materiaal beschikt en ook daadwerkelijk gebruikt én de omstandigheid dat dit gebruik is betrokken in de Aerius-berekening ten behoeve van de ecologische voortoets leidt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat GS zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van een activiteit waarvoor om die reden een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit moet worden verleend.