Wanneer een eis tot naleving opgelegd wordt, moet die eis wel uitvoerbaar zijn. In dit geval (ECLI:NL:RBNNE:2026:3567) had de overtreder (een uitzendbureau) geen juridische middelen om de arbeidsmigranten te verplichten de recreatiewoningen te verlaten. Hij kan niet de huurovereenkomsten met de arbeidsmigranten beëindigen, omdat hij daarbij geen contractspartij is. Mogelijk zouden de arbeidscontracten beëindigd kunnen worden, maar dat zou niet wegnemen dat de arbeidsmigranten zich in hun relatie met de andere overtreder (een huisvester) kunnen beroepen op huurbescherming.

Dat het college van De Wolden vindt dat het uitzendbureau voor alternatieve huisvesting moet zorgen, betekent bovendien niet dat daarmee de overtreding feitelijk wordt beëindigd. Het staat derde-partijen immers vrij om een eigen afweging te maken om al dan niet in te gaan op dat aanbod. Zij kunnen er, ondanks een alternatief aanbod van de huisvester, voor kiezen op het park te blijven wonen. Daarbij betrekt de rechtbank dat aan derde-partijen ook alternatieve huisvesting is aangeboden, maar dat derde-partijen hebben aangegeven niet te willen verhuizen en zich beroepen op huurbescherming, onder meer omdat het hen zeer goed bevalt op het park.
Kortom het uitzendbureau kon de last onder dwangsom niet uitvoeren, zodat het college die last niet op kon leggen.