Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Geen geld om de dwangsom te betalen? Waarom de rechter daar (meestal) geen boodschap aan heeft.

In een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2025:11522) van 13 oktober 2025, die vandaag is gepubliceerd, staat een herkenbaar handhavingsdilemma centraal. De bewoner van een pand plaatst een dakkapel in afwijking van de verleende vergunning. Het college legt een last onder dwangsom op van € 10.000,-. Omdat de dakkapel niet tijdig (voldoende) wordt aangepast, verbeurt de dwangsom en vordert het college het bedrag in. Ondertussen is de overtreding overigens wél al opgeheven.

17 August 2026

Samenvattingen

Het verweer
De overtreder verzoekt het college om van de invordering af te zien vanwege 'bijzondere omstandigheden'. Hij stelt maandelijks geld tekort te komen, geen spaargeld te hebben en daarnaast te kampen met zware psychische problemen, die door de stress van deze procedure verergeren. De rechtbank oordeelt (in lijn met vaste rechtspraak) resoluut: financiële draagkracht is in de regel geen reden om af te zien van invordering. Een adequate handhaving vergt dat opgelegde sancties ook écht worden geëffectueerd. Anders verliest de dwangsom zijn afschrikwekkende werking. Financiële problemen horen in principe pas thuis in de executiefase. Pas als de deurwaarder of de gemeente daadwerkelijk gaat innen, wordt er gekeken naar een betalingsregeling en de beslagvrije voet. Er is alleen ruimte om van invordering af te zien als evident is dat de overtreder de dwangsom gezien zijn financiële situatie nóóit volledig zal kunnen betalen. De drempel hiervoor is hoog: de overtreder moet dit met een feilloos, compleet en sluitend financieel dossier bewijzen. In deze zaak ontbraken bankafschriften en gegevens over het inkomen van de partner, waardoor dat bewijs niet werd geleverd.

Ook de medische situatie van de man, hoewel invoelbaar voor de rechtbank, ontsloeg hem niet van de betalingsplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard.

Bevestiging van de rechtspraktijk
Deze uitspraak is een schoolvoorbeeld van hoe bestuursrechters toetsen bij invorderingsbesluiten. De hoofdregel is keihard: verbeurd is betalen. Tenzij blijkt dat betalen nu én in de toekomst volstrekt onmogelijk is.

Toch nog een lichtpuntje voor de overtreder: het college handhaafde op zitting uit coulance een eerder aanbod om het in te vorderen bedrag te halveren naar € 5.000,-, inclusief een betalingsregeling. Een mooi voorbeeld van menselijke maat binnen een strak juridisch kader.

Artikel delen