Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Geen legesheffing mogelijk voor omgevingsplan dat niet rechtstreeks en in overheersende mate particulier belang dient

Uit de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 13 augustus 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:5729) volgt dat de heffingsambtenaar niet bevoegd is om leges te heffen voor het wijzigen van het omgevingsplan, als dit plaatsvindt met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en geen rechtstreeks en in overheersende mate verband houdt met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Aanleiding voor dit oordeel was het verzoek van de bewoner om met het oog op de verkoop van zijn bedrijfswoning de bestemming van het perceel, in navolging van de daartoe eerder verleende vrijstelling van het bestemmingsplan, te wijzigen in een woonbestemming.

22 September 2026

Tegen de daarvoor opgelegde legesaanslag stelde de bewoner vervolgens bezwaar en beroep in. De rechtbank overweegt dat op grond van art. 229, lid 1, aanhef en letter b Gemeentewet leges worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Onder dergelijke diensten worden verstaan de werkzaamheden die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4105). Naar het oordeel van de rechtbank gaat het bij het vaststellen van de bestemming van gronden in een omgevingsplan rechtstreeks en vooral om het dienen van het publiek belang. Het (gewijzigd) vaststellen van het omgevingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Volgens de rechtbank kunnen daarom in dit geval geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate (vgl. de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7776). De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar in dit geval niet bevoegd was om leges te heffen. 

Artikel delen