Rechtbank Noord-Nederland 21 september 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:4012. De rechtbank stelt vast dat het college heeft geweigerd de in bijlage 2 van de Omgevingsverordening opgenomen geometrische begrenzing van het gebied ‘Zonneparken’ te wijzigen.

Tussen partijen is niet in geschil dat een positief besluit tot aanpassing of wijziging van de geometrische begrenzing van het zonnepark zou zijn aan te merken als (het wijzigen van) een algemeen verbindend voorschrift. De rechtbank acht dat ook juist. Daarvoor verwijst de rechtbank onder meer naar de Afdelingsuitspraak van 26 maart 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1282). Dit betekent dat tegen een positief besluit tot wijziging van de geometrische begrenzing van het zonnepark geen bezwaar of beroep zou openstaan. Dat volgt uit art. 8:3, onder a Awb in samenhang met art. 7:1 Awb.
Voor zover eiseressen aanvoeren dat tegen een negatief besluit, zoals in dit geval, bezwaar en beroep moeten openstaan in verband met rechtsbescherming of dat dit besluit is op te vatten als een weigering om een beschikking te nemen, overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat in dit geval afgeweken moet worden van de vaste lijn in de jurisprudentie van de Afdeling dat ook tegen een negatief besluit op een verzoek tot wijziging van een algemeen verbindend voorschrift geen bezwaar en beroep openstaan (ABRvS 4 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:838).
Dat volgt uit art. 8:3, lid 1, onder a, in samenhang met artt. 6:2 en 7:1 Awb. Voor zover eiseressen verwijzen naar de conclusie van staatsraden advocaat-generaal Widdershoven en Snijders ziet de rechtbank in deze conclusie geen aanleiding om anders te oordelen dan de Afdeling in de uitspraak van 12 maart 2025 die dateert van na deze conclusie.
Bovendien volgt naar het oordeel van de rechtbank niet uit de conclusie dat als tegen een positief besluit tot wijziging van een algemeen verbindend voorschrift geen bezwaar en beroep openstaat, dat dan wel bezwaar en beroep moet openstaan in het geval van een weigering om een algemeen verbindend voorschrift te wijzigen. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding voor het oordeel dat de negatieve beslissing van het college op het verzoek van het college van B&W in dit geval valt aan te merken als de weigering om een beschikking te nemen.
Gelet op de voorgaande overwegingen is de rechtbank met het college van oordeel dat tegen het primaire besluit tot weigering van de wijziging van de geometrische begrenzing van het gebied ‘Zonneparken’ geen bezwaar openstaat.