Op 4 september 2025 heeft de Voorzieningenrechter van de Afdeling uitspraak gedaan op het verzoek van Royal Schiphol Group NV (RSG) tot het treffen van een voorlopige voorziening. RSG heeft verzocht om schorsing van de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin haar natuurvergunning is vernietigd. RSG wil hiermee bereiken dat die natuurvergunning geldt totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemzaak. Het verzoek wordt door de Afdeling afgewezen omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang.

De reden is de volgende. De gevolgen van de vernietigde vergunning zouden zich eventueel pas kunnen voordoen wanneer de staatssecretaris, al dan niet naar aanleiding van een verzoek daartoe, een handhavingsbesluit zou nemen gericht op het terugbrengen van de exploitatie van de luchthaven tot de bestaande rechten zoals die door de rechtbank zijn bepaald. De belangen van RSG die geraakt worden door een besluit tot handhavend optreden waardoor de bedrijfsvoering zou moeten worden aangepast, kunnen naar voren worden gebracht in een procedure tegen zo’n besluit dat zou strekken tot handhavend optreden, al dan niet naar aanleiding van een verzoek om een voorlopige voorziening. Voorzieningenrechter AbRvS 4 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4246.