Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Handhavend optreden toch onevenredig (afwijking 3 cm over eigendom derde)

Het komt niet vaak voor, maar in de uitspraak #ABRvS 29 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4448 was het handhavend optreden onevenredig. Door de afwijking van de bouwvergunning wordt inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van appellant. De afwijking van 3 cm steekt uit over haar dak. De Afdeling stelt voorop dat aan het belang bij uitoefening van het eigendomsrecht een zwaarwegend gewicht toekomt. Maar het college heeft daar in dit geval onder de gegeven omstandigheden en belangen geen doorslaggevend gewicht aan hoeven toekennen bij de belangenafweging in het kader van de evenwichtigheid.

29 July 2026

Samenvattingen

De zijmuur v.d. dakopbouw is 3 cm verder op het eigendom van appellant gebouwd dan was vergund. Handhavend optreden zal ertoe leiden dat de dakopbouw moet worden verwijderd of dat de zijmuur van de dakopbouw met 3 cm zal moeten worden verplaatst of aangepast, zodat de dakopbouw niet over de mandelige muur uitsteekt. Aannemelijk is gemaakt dat hiervoor ingrijpende bouwwerkzaamheden nodig zijn met hoge kosten. Het belang van appellant is erin gelegen dat zij de vrije beschikking wil hebben over haar volledige eigendom, ongeacht wat ze daar in de toekomst mee wil doen. Dat betekent volgens appellant dat de dakopbouw zal moeten worden verwijderd voor zover dat voorbij de erfgrens in het midden van de mandelige scheidingsmuur op haar eigendom is gebouwd. Appellant ziet het handhavingsbesluit van het college als een eerste dominosteen om uiteindelijk te bereiken dat niet alleen de oversteek van 3 cm ongedaan wordt gemaakt, maar dat de dakopbouw ook wordt verwijderd voor zover deze met 11,5 cm over het midden van de mandelige muur op haar eigendom is gebouwd.

Aangezien het op grond van de bouwvergunning uit 2005 is toegestaan om de dakopbouw op de volledige breedte van de mandelige muur te bouwen, beperkt de handhavingsbevoegdheid van het college zich tot de 3 cm bebouwing die over de scheidingsmuur steekt. Appellant kan in deze bestuursrechtelijke procedure dus niet bereiken wat zij beoogt, namelijk dat de dakopbouw tot de helft van de mandelige muur wordt afgebroken. Zij zal zich voor een oordeel daarover tot de civiele rechter moeten wenden.

Verder heeft appellant ook niet aannemelijk gemaakt dat zij door de oversteek van 3 cm meer schade ondervindt dan wanneer de dakopbouw overeenkomstig de bouwvergunning was gebouwd. De gevolgen van de gestelde inbreuk op het eigendomsrecht zouden zich namelijk ook voordoen als de dakopbouw overeenkomstig de bouwvergunning was gebouwd. Het college heeft verder van betekenis mogen achten dat de dakopbouw al vanaf 2006 aanwezig is en de afwijking van 3 cm met het blote oog nauwelijks waarneembaar is.

Handhavend optreden is onevenredig. Wie meer wil lezen over dergelijke situaties: zie mijn al wat oudere noot over dit thema.

Artikel delen