Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Handhaving bij geringe overschrijding hoogte tuinhuis

In een uitspraak van 27 mei 2026 is een dwangsombesluit van B&W van de gemeente Nieuwkoop aan de orde dat betrekking heeft op een gerealiseerd tuinhuis. In de uitspraak beoordeelt de Afdeling of het tuinhuis vergunningvrij is. Daarbij wordt uitvoerig ingegaan op onder meer de meetmethode uit het (ten tijde van het besluit nog van toepassing zijnde) Bor. De conclusie is uiteindelijk dat het tuinhuis hoger is dan 3 m en daarom niet voldoet aan maximale bouwhoogte zoals volgt uit artikel 2, aanhef en onderdeel 3, onder b, en onder 1°, van bijlage II van het Bor. Het tuinhuis is dus niet vergunningvrij, zodat sprake is van een overtreding waartegen handhavend kan worden opgetreden.

5 June 2026

Betoogd is verder dat het tuinhuis vergunningvrij is op grond van het inmiddels in werking getreden artikel 22.36, onder a, onder 2, van de regels van het omgevingsplan. In dat kader verwijst de Afdeling naar de uitspraak van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2645. Daaruit volgt, kortgezegd, dat als het tuinhuis onder nieuw recht wel vergunningvrij zou zijn, het college om die reden alsnog niet bevoegd zou zijn om handhavend op te treden. De Afdeling stelt vervolgens vast dat artikel 22.36, aanhef en onder a, onder 2, in samenhang gelezen met artikel 22.27, onder a, van de regels van het omgevingsplan, dezelfde strekking heeft als artikel 2, aanhef en onderdeel 3, onder b, van bijlage II van het Bor. Daarnaast is de meetmethode, opgenomen in artikel 22.24, eerste lid, van de regels van het omgevingsplan, hetzelfde als de meetmethode uit bijlage II van het Bor. Het tuinhuis voldoet daarom ook niet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen en het in stand houden van bijbehorende bouwwerken uit het omgevingsplan.

Het betoog dat handhaving in dit geval onevenredig is, slaagt ook niet. Het feit dat sprake is van een geringe overschrijding van 28 cm (nog geen 10% van de totale hoogte) die ook voor de buren geen effect heeft, maakt volgens de Afdeling niet dat handhavend optreden onevenredig is.

ABRvS 27 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3018

Artikel delen