Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Het college handhaaft foutief onder de Omgevingswet in plaats van de Wabo, maar dwangsom blijft in stand (6:22 Awb)

Het overgangsrecht van de Omgevingswet blijft soms een valkuil. Maar wat gebeurt er als een bevoegd gezag per ongeluk de nieuwe wetgeving toepast in plaats van de oude? Een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2026:4977) d.d. 25 juni 2026 geeft hierop het bevestigende antwoord.

11 August 2026

De achterburen verzoeken het college van Nieuwegein om handhavend op te treden tegen diverse aan- en bijbouwen op het buurperceel. Het college doet onderzoek, constateert dat er zonder vergunning is gebouwd en legt een last onder dwangsom op van € 10.000,- om de bouwwerken te verwijderen.

De eigenaar van het perceel ('overtreder') is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter. Tegen de tijd dat de zaak dient, zijn twee van de drie bouwwerken al verwijderd. De discussie spitst zich toe op het overgebleven "bouwwerk C", dat deels buiten het achtererfgebied blijkt te staan. De eigenaar stelt onder meer dat de gemeente onvoldoende heeft onderzocht of dit in de jaren '90 (toen het werd gebouwd) wel vergunningplichtig was.

Het college had zowel het primaire besluit als de beslissing op bezwaar gebaseerd op de Omgevingswet. Fout! Omdat het oorspronkelijke handhavingsverzoek dateerde van vóór 1 januari 2024, was op grond van artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet de oude vertrouwde Wabo nog gewoon van toepassing. Dit levert juridisch gezien een stevig motiveringsgebrek op. Valt het handhavingsbesluit daardoor in het water? Nee. De rechtbank haalt het bekende reddingsboeitje van artikel 6:22 Awb tevoorschijn en passeert het gebrek. De redenatie is simpel maar doeltreffend: onder de Wabo was bouwen zonder vergunning een overtreding, en onder de Omgevingswet is dat exact hetzelfde. De eiser is door deze verkeerde wettelijke grondslag dus niet in zijn belangen geschaad. De overtreding staat in beide regimes vast en er is geen concreet zicht op legalisatie.

Het beroep van de eigenaar is ongegrond en de dwangsom van € 10.000,- blijft gewoon in stand. Wél heeft het gebruik van de Omgevingswet een prijskaartje voor de gemeente: vanwege het gebrek in de besluitvorming moet het college het griffierecht en de proceskosten (€ 1.814,-) van de eiser vergoeden.

Een reminder voor de praktijk: scherp blijven op het overgangsrecht is essentieel, maar gelukkig is artikel 6:22 Awb er om bestuursrechtelijk pragmatisme te redden.

Artikel delen