In de uitspraak van 2 september 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:5150) van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) wordt onder andere ingegaan op de vraag of er onzorgvuldige besluitvorming heeft plaatsgevonden.

In het besluit van 24 april 2025 heeft de raad van de gemeente De Wolden het bestemmingsplan "Buitengebied, deelplan Nolderwoud" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de transformatie van een recreatiepark mogelijk en voorziet in het toevoegen van een aantal nieuwe lodges rondom de visvijver, de bouw van nieuwe groepsaccommodaties en de realisatie van een kantine en winkel ten behoeve van de gebruikers van de visvijver.
Eigenaren van recreatiewoningen van het recreatiepark zijn het niet eens met het besluit. Zij betogen onder andere dat het besluitvormingsproces onzorgvuldig heeft plaatsgevonden en dat zij als eigenaren onvoldoende zijn betrokken bij de plannen. Ook vinden zij dat zij als direct belanghebbenden ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Tot slot betogen zij dat de raad ten onrechte initiatiefneemster verantwoordelijk heeft gemaakt voor het informeren van belanghebbenden.
De Afdeling gaat niet mee in het betoog van de eigenaren van de recreatiewoningen. Er is voldaan aan de wettelijke vereisten voor de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpplan. Gedurende deze periode bestond voor eenieder de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen. De Wet ruimtelijke ordening (hierna: ‘Wro’) of een ander wettelijk voorschrift bevat geen bepaling op grond waarvan eventuele belanghebbenden persoonlijk in kennis gesteld moeten worden van de terinzagelegging van een ontwerpplan.
Vervolgens overweegt de Afdeling dat er uit de Wro geen verplichting volgt voor de raad om in de fase voorafgaand aan de procedure in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht betrokkenen actief bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan te betrekken. De raad had dus geen verplichting om de eigenaren te informeren en daarom kan ook geen sprake zijn van het overdragen van een verantwoordelijkheid door de raad aan initiatiefneemster om de eigenaren te informeren. De Afdeling ziet dan ook geen reden om te oordelen dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.