Een bewoner van een vrijstaande hoekwoning bouwt een schutting van circa 2 meter hoog aan de westzijde (grenzend aan de openbare weg). Het college legt een last onder dwangsom op. Een erfafscheiding hoger dan 1 meter is hier volgens de gemeente niet vergunningvrij. De bewoner verwijdert een deel van de planken zodat deze op 1 meter hoogte komen, maar laat de palen (bijna 2 meter hoog) staan. De gemeente vordert € 4.000,- in. De bewoner stapt naar de rechter.

Juridische analyse
De discussie draaide om de vraag: was de erfafscheiding vergunningvrij op grond van het Omgevingsplan (artikel 22.27 onder f en artikel 22.36) en, zo niet, of het college desondanks van handhaving had moeten afzien of van invordering. Relevant waren ook de Vangnetregeling (artikel 2.1b) en de uitleg van wat de “voorkant” van het hoofdgebouw is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bouwen van een erfafscheiding ter plaatse in principe vergunningplichtig is, tenzij voldaan wordt aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 22.27 onder f. Vast stond dat aan de eerste twee voorwaarden (hoogte tussen 1 en 2 m; op erf met hoofdgebouw in functionele relatie) was voldaan; geschilpunt was onderdeel 3: ligt de afscheiding “achter de lijn die langs de voorkant van dat gebouw evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied”?
Waar is de 'voorkant'? Als er geen voorgevelrooilijn in het tijdelijk omgevingsplan staat, is de feitelijke situatie doorslaggevend. De rechter kijkt naar de gevel die door uitstraling, aard of functie als belangrijkste gevel geldt.
Hoe loopt de lijn op een hoekperceel? De rechter sluit aan bij de toelichting van de Bruidsschat: bij een hoekwoning loopt de lijn eerst langs de voorgevel en gaat daarna langs de zijgevel mee de hoek om naar achteren. De lijn wordt dus niét vanaf de voorgevel in een rechte lijn doorgetrokken tot aan de perceelsgrens.
Een paal ís ook een erfafscheiding! Dat de bewoner de planken had verlaagd, mocht niet baten. Omdat de palen nog steeds bijna 2 meter hoog waren, was de overtreding niet beëindigd. Dit werd niet gezien als een "overtreding van geringe aard".
Conclusie
Hoekpercelen blijven een valkuil: wat achter de voorgevel lijkt te liggen, is aan de zijkant van een hoekwoning (grenzend aan openbaar gebied) vaak tóch beperkt tot maximaal 1 meter hoog vergunningvrij bouwen. Alleen de planken van een schutting verlagen stopt de dwangsom niet; het hele bouwwerk (inclusief palen) moet voldoen aan de maximaal toegestane hoogte. De rechter hecht zwaar aan het algemeen belang van handhaving en het innen van verbeurde dwangsommen.