Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) verzoekt het college van Den Haag om handhavend op te treden tegen de minister van I&W vanwege het niet tijdig uitvoeren van maatregelen uit de Kaderrichtlijn water (KRW). Het college stuurt het verzoek per e-mail door naar Rijkswaterstaat met de mededeling: "Wij zijn niet bevoegd om hierover te beslissen." MOB stelt het college in gebreke en gaat in beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit.

Rechtsvraag
Kan de e-mail van het college, waarin het verzoek wordt doorgezonden wegens onbevoegdheid, worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)? En wat is het procedurele gevolg daarvan?
Beantwoording
Ja, de e-mail van het college is een besluit. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt namelijk dat een mededeling van een bestuursorgaan dat het in een bepaald geval niet bevoegd is het door verzoeker gewenste rechtsgevolg te bewerkstelligen in beginsel moet worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Een dergelijke mededeling houdt in ieder geval een oordeel in over de aanwezigheid en de reikwijdte van de door verzoeker veronderstelde bevoegdheid. Indien echter aan het bestuursorgaan waaraan het verzoek is gericht, geen enkele bevoegdheid is toegekend in het kader van de uitvoering van de wettelijke regeling waarop het verzoek betrekking heeft en het ook geen bemoeienis heeft met de aan andere bestuursorganen opgedragen uitvoering en handhaving van deze wettelijke regeling, is geen sprake van een besluit.
Naar het oordeel van de rechtbank is de e-mail van 22 december 2025 een besluit, inhoudende dat de bevoegdheid van het college om handhavend op te treden zich niet uitstrekt tot het handhavingsverzoek van eiseres. Onder de Omgevingswet (artikel 18.2, vijfde lid, Ow) heeft het college echter een zeer ruime (rest)handhavingsbevoegdheid. Daardoor kan niet worden gezegd dat zij compleet bevoegdheidsloos zijn op het gebied van de KRW en het Omgevingsbesluit Omdat het college op 22 december 2025 een besluit had genomen naar aanleiding van het handhavingsverzoek van eiseres, is niet voldaan aan artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb. De rechtbank zal het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarom niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank ziet aanleiding om het beroepschrift ter behandeling als bezwaarschrift door te sturen naar het college.