Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Is het zijn van een ruiter reden voor belanghebbendheid bij afsluiten pad op 10 km afstand?

ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4584. Belanghebbenden zijn eigenaar van een perceel. Ten zuiden van het perceel loopt een pad. Belanghebbenden zijn eigenaar van een gedeelte van dat pad. Dat gedeelte van het pad hebben zij afgesloten voor anderen. Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college aan belanghebbenden een last onder dwangsom opgelegd vanwege de afsluiting van het pad. Vervolgens heeft het college de opgelegde last onder dwangsom weer ingetrokken.

5 August 2026

Samenvattingen

Appellante is het niet mee eens met het intrekken van de last. Appellante is ruiter bij een paardenpension dat zich in de omgeving van het pad bevindt. Volgens haar wordt het pad al gedurende een lange tijd door ruiters gebruikt als ontsluiting naar een netwerk van ruiterpaden op de Veluwe.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellante geen belanghebbende in de zin van art. 1:2, lid 1 Awb is bij het besluit. Van belang is dat appellante op ongeveer 10 km afstand van het afgesloten gedeelte van het pad woont. Deze afstand is te groot om een bij het besluit van 31 oktober 2023 betrokken persoonlijk belang van appellante te kunnen aannemen.

De rechtbank heeft verder terecht geoordeeld dat ook anderszins niet is gebleken dat appellante een persoonlijk belang heeft bij dat besluit dat zich in voldoende mate onderscheidt van de belangen van willekeurige anderen. Het recreatieve gebruik dat appellante maakt van het afgesloten gedeelte van het pad, onderscheidt haar niet van andere gebruikers.

Dat ruiters zich, zoals appellante stelt, anders dan fietsers en wandelaars, alleen mogen bevinden op ruiterpaden, leidt evenmin tot het oordeel dat appellante een persoonlijk belang heeft bij het besluit. Ruiters mogen weliswaar geen gebruik maken van een fietspad, maar mogen zich, in het geval er geen ruiterpad beschikbaar is, wel begeven op de rijbaan of in de berm. Appellante onderscheidt zich niet van andere ruiters die daar mogelijk ongemak van ondervinden.

Verder is de stelling van appellante dat er geen geschikte alternatieve routes zijn door haar onvoldoende geconcretiseerd om te oordelen dat haar persoonlijke belang is betrokken bij het besluit. Het college en belanghebbenden hebben hierover op de zitting toegelicht dat er meerdere alternatieve routes zijn, waarbij de rijbaan of de berm kan worden gebruikt, en dat deze in de praktijk ook door ruiters gebruikt worden.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het beroep van appellante terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Artikel delen