Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Kan je een omgevingsvergunning verlenen bij een nog niet afgeronde Bibob-toets (en afname lichtinval)?

​Op 18 augustus 2026 (ECLI:NL:RBNHO:2026:10683) deed de voorzieningenrechter uitspraak over een verleende omgevingsvergunning waarbij onder meer werd afgeweken van de maximale bouwhoogte en een discussie ontstond over de Wet Bibob.

24 August 2026

Samenvattingen

De feiten:
Eiser kwam in beroep en vroeg om een voorlopige voorziening tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een bouwplan. Hij verzette zich tegen de nadelige gevolgen voor de lichtinval door de hogere bouwhoogte en stelde dat de Wet Bibob-toets ondeugdelijk was doorgevoerd omdat de vergunning onder voorbehoud was verleend.

​Juridische analyse:
Planvergelijking en de waarde van een zonnestudie
Hoe weeg je nadelige gevolgen voor lichtinval bij een afwijking van het bestemmingsplan? Uit de zonnestudie van 21 februari 2025 bleek dat bij de realisering van een bouwplan dat wél volledig in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan, dezelfde of zelfs nog meer nadelige gevolgen op het perceel van eiser kunnen optreden. Omdat de nadelige gevolgen voor de lichtinval daardoor beperkt en vergelijkbaar bleven met wat planologisch al maximaal is toegestaan, achtte de voorzieningenrechter het navolgbaar dat het college geen aanleiding heeft gezien om de afwijking van de maximale bouwhoogte te weigeren. Dit is conform vaste jurisprudentie.

Wet Bibob
Eiser betoogde dat de vergunning pas verleend kon worden nadat de integriteitstoets op grond van de Wet Bibob volledig met een positief resultaat was doorlopen. Het verlenen onder voorbehoud van een positieve Bibob-toets zou volgens hem onzorgvuldig zijn. De rechter schuift dit argument van tafel. Allereerst staat het relativiteitsvereiste in de weg aan de beoordeling van deze beroepsgrond door eiser. Uit de wet volgt bovendien dat een vergunning geweigerd kan worden bij Bibob-risico's; dit is een kan-bepaling en geen absolute weigeringsgrond. Dat de vergunning is verleend onder voorbehoud van een positieve Bibob-toets is op zichzelf niet onzorgvuldig. Eiser had immers geen feiten of omstandigheden aangedragen waaruit bleek dat er malafide praktijken te verwachten waren, waardoor het college de toets niet vooraf al volledig hoefde af te ronden. Het in de vergunning opgenomen voorschrift biedt naar het oordeel van de rechter meer dan genoeg juridische waarborg dat de Bibob-toets volledig wordt afgerond voordat er daadwerkelijk met de bouwwerkzaamheden mag worden gestart.

​De uitspraak:
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De omgevingsvergunning blijft daarmee in stand.

Artikel delen