Rechtbank Overijssel 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5661. Door de toezichthouder is vastgesteld dat gestart zou worden met de sloopwerkzaamheden zonder dat daartoe een sloopveiligheidsplan was ingediend. Daarmee is het voorschrift dat volgt uit de omgevingsvergunning niet nageleefd.

Volgens de vzr. volgt uit de Omgevingswet dat bouwen iets anders is dan slopen; het betreffen van elkaar te onderscheiden activiteiten. Voor sloopwerkzaamheden biedt de Ow ook een apart regime dat is neergelegd in afdeling 7.1 Bbl. Daaruit volgt dat een sloopmelding moet worden gedaan, waarbij een risicomatrix moet worden overgelegd en dat eventueel maatwerkvoorschriften kunnen worden gesteld. Verzoekster heeft deze sloopmelding op 27 augustus 2024 ingediend. Deze is door het college beoordeeld en als zodanig geaccepteerd, daaraan zijn geen verdere maatwerkvoorschriften verbonden.
In de tweede plaats maakt de vzr. een vergelijking met art. 2.22 Wabo en daarbij behorende vaste rechtspraak. In art. 2.22 Wabo is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het belang dat voor de betrokken activiteit is aangegeven. Uit vaste rechtspraak volgt dat aan een omgevingsvergunning geen voorschriften mogen worden verbonden die betrekking hebben op een andere activiteit dan waarvoor de omgevingsvergunning is verleend.
Uit de wetsgeschiedenis m.b.t. art. 5:34 Ow volgt dat niet is beoogd een hieromtrent iets te wijzigen. De omgevingsvergunning ziet enkel op de activiteiten bouwen (omgevingsplan) en bouwen (technisch). Omdat bouwen en slopen andere activiteiten zijn en voor slopen een apart regime geldt, is de vzr. van oordeel dat aan de omgevingsvergunning geen voorschrift voor de activiteit slopen kan worden verbonden.
De vzr. heeft in ook beoordeeld of het vergunningvoorschrift kan worden aangemerkt als een maatwerkvoorschrift zoals bedoeld in afd. 7.1. Bbl. Dit is niet het geval. De omgevingsvergunning heeft namelijk geen betrekking op sloopwerkzaamheden. Het college had naar aanleiding van de sloopmelding al de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen, maar deze niet heeft toegepast. Er is ook geen duidelijke motivering van het college waaruit volgt wat concreet de aanleiding zou zijn om in de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten alsnog een specifiek voorschrift ten aanzien van de sloopwerkzaamheden op te nemen, anders dan de mogelijkheid die al bestond naar aanleiding van het doen van de sloopmelding.