Een ondernemer (hierna: eiser) exploiteert een webshop vanuit een bedrijfspand, wat in strijd is met het omgevingsplan. Tijdens een integrale RIEC-controle (waarbij naast gemeentelijke toezichthouders ook de politie aanwezig is) wordt dit illegale gebruik geconstateerd. Het college legt daarop een last onder dwangsom op om de overtreding te beëindigen.

De eiser is het hier niet mee eens. Zijn belangrijkste verweer? De gemeente zou misbruik maken van haar bevoegdheid (détournement de pouvoir). Volgens hem was de controle eigenlijk gericht op de Opiumwet en niet op ruimtelijke ordening, waardoor de opgelegde dwangsom onrechtmatig en onevenredig zou zijn.
De juridische beoordeling
1. De procesrechtelijke horde
De eiser verwees in zijn beroepschrift naar zijn eerdere zienswijze en bezwaarschrift. Conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak is dit onvoldoende. Een eiser moet in beroep concreet onderbouwen waarrom de beslissing op bezwaar onjuist is. Een simpele herhaling van zetten volstaat niet.
2. De kernvraag: mag een RIEC-controle dienen als basis voor handhaving?
Het antwoord van de rechtbank is: JA.
Uit de controleverslagen blijkt dat de toezichthouders daadwerkelijk controleerden op de naleving van het bestemmingsplan en hiertoe ook bevoegd waren. Dat dit plaatsvond in het kader van een brede, integrale controle (samen met de politie), maakt het optreden niet onrechtmatig. Er zijn geen aanknopingspunten dat het besluit is genomen om een ander doel te dienen dan handhaving van het omgevingsplan.
Omdat de overtreding vaststond, gold de beginselplicht tot handhaving en moest de gemeente in principe optreden. Dat het college in het besluit 'ten overvloede' wees op risico's voor de openbare orde en veiligheid, doet niets af aan de geldige ruimtelijke grondslag. Het college had namelijk ook gemotiveerd waarom de webshop in strijd was met een goede ruimtelijke ordening.
Tot slot strandt ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel. In hetzelfde pand zijn meerdere ondernemingen gevestigd. Nadat de bezwaarcommissie oordeelde dat de gemeente het gelijkheidsbeginsel onvoldoende had gemotiveerd, heeft het college alsnog bij de andere units gecontroleerd. Dat de gemeente niet van alle overtredingen direct op de hoogte is en dus niet overal tegelijk kan optreden, leidt niet tot de conclusie dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.