Rechtbank Noord-Holland 9 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4940. Het college heeft de aanvraag van eiseres afgewezen, omdat het aanwijzen van 6 panden als gemeentelijk monument niet past in het bestaande beleid. De panden moeten nog nader onderzocht en meegenomen worden in het hashtag#omgevingsplan. De gemeentelijke Erfgoedverordening bepaalt in art. 3, lid 1, dat het college een pand kan aanwijzen tot gemeentelijk monument. Dit is een discretionaire bevoegdheid. Dit is door de komst van de Ow niet veranderd. Het college kan nog niet overgaan tot het aanwijzen van gemeentelijke monumenten, omdat deze nog niet nader onderzocht zijn en nog niet als zodanig in het omgevingsplan zijn opgenomen.

Op 1 januari 2032 treedt art. 2.8, onderdeel B, Iw Ow in werking. Op grond van deze bepaling wordt art. 3.16 Erfgoedwet gewijzigd en wordt na het tweede lid een lid ingevoegd dat luidt dat de erfgoedverordening geen regels bevat over de fysieke leefomgeving als bedoeld in art. 2.4 Ow. Hieruit volgt onder meer dat tot 1 januari 2032 gemeentelijke monumenten kunnen worden aangewezen op grond van een erfgoedverordening.
Het college heeft beleidsruimte om te bepalen of een onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument moet worden aangewezen. Bij een inhoudelijke beoordeling moet het college de betrokken belangen afwegen.
Het verzoek van eiseres is een aanvraag in de zin van art. 1:3, lid 3 Awb. Uiterlijk op 1 januari 2032 moet de gemeenteraad hebben geregeld dat een regeling over de aanwijzing tot gemeentelijke monumenten niet meer in een gemeentelijke erfgoedverordening is opgenomen. Niet is gebleken dat een dergelijke regeling in het omgevingsplan is opgenomen. Hieruit moet worden geconcludeerd dat tot 1 januari 2032 gemeentelijke monumenten nog kunnen worden aangewezen op grond van een erfgoedverordening. De raad heeft de Erfgoedverordening vastgesteld met daarin de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot aanwijzing van een gemeentelijk monument. Weliswaar heeft het college beleidsruimte om te bepalen of een onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument moet worden aangewezen, maar het college heeft die ruimte niet bij de vraag of hij toepassing geeft aan de Erfgoedverordening. Het college weigert in dit geval feitelijk uitvoering te geven aan de Erfgoedverordening. De belangen van de eigenaren zijn niet afgewogen, er is geen nader onderzoek gedaan en zijn er geen redengevende omschrijvingen opgesteld. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat het college ten onrechte een werkwijze voert die inhoudt dat een aanvraag om aanwijzing als gemeentelijk monument zonder inhoudelijke beoordeling wordt afgewezen.
Deze 2-daagse cursus Erfgoed en Monumenten: wetgeving en beleid biedt inzicht in het nieuwe instrumentarium voor de omgang met cultureel erfgoed en monumenten, zowel beleidsmatig als juridisch als omgevingsplan, evenals de gevolgen voor ambtenaar, initiatiefnemers en adviseurs.