Deze vraag werd beantwoord door de Rechtbank Noord-Holland in een uitspraak van 3 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11331. Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het renoveren van het bestaande gebouw op het perceel. Voor het pand geldt het Omgevingsplan gemeente Haarlem. Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Waarderpolder is onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het perceel heeft op grond van het bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ met de functieaanduiding ‘horeca’. De aanvraag ziet op het vervangen van kozijnen, het vernieuwen van het dak en het aanbrengen van pleisterstucwerk op de gevel. Het betreft een aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit bouwen en voor een (technische) bouwactiviteit.

Eisers voeren aan dat het college een zienswijzemogelijkheid had moeten bieden op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er stond vast dat eisers, en ook andere partijen, bezwaren hadden tegen het gebruik van de locatie als coffeeshop. Eisers kunnen de stelling van het college niet volgen dat sprake is van een gebonden beschikking. Het college had daarom wel om een zienswijze moeten vragen.
De rechtbank is van oordeel dat het college geen zienswijzemogelijkheid hoefde te bieden aan eisers op grond van artikel 4:8 van de Awb. Niet alle belanghebbenden die als derden het recht hebben rechtsmiddelen aan te wenden tegen een besluit, moeten vooraf in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijzen kenbaar te maken.
Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 4:8 van de Awb blijkt namelijk dat de bepaling alleen waarborgt dat een verificatie van gegevens plaatsvindt. De bepaling heeft de strekking een zorgvuldige voorbereiding van de beschikking te bevorderen en niet zozeer het bieden van rechtsbescherming. Omdat het besluit niet steunt op gegevens over feiten en belangen die eisers betreffen en die niet door eisers zijn verstrekt, hoefde het college hen niet vooraf te horen.