De voortuin van eiser grenst aan een stoep langs een (speel)veldje. Op de stoep voor zijn woning heeft eiser een tafeltje met plantenbak, twee losse plantenbakken en een mat geplaatst om gevaarlijke, hardrijdende fietsers te weren en kwetsbare buren te beschermen. Omdat de stoep openbare weg is, overtreedt hij hiermee artikel 6.1 van de Verordening fysiek domein Haarlemmermeer 2024. Het college legt hem een last onder dwangsom op; bij niet-naleving verbeurt hij maximaal € 1.500,-. Vervolgens is er sprake van verbeuring van dwangsommen. De rechter buigt zich over de vraag of het college deze verbeurde dwangsommen mocht invorderen (ECLI:NL:RBNHO:2026:11223 d.d. 3 juni 2026).

De rechtbank oordeelt dat aan de invordering van een verbeurde dwangsom een zwaar gewicht toekomt om het gezag van de handhavingsmaatregel te bewaken. Slechts in zeer bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgezien, en daarvan is hier geen sprake.
Eiser voerde aan dat zijn nobele intenties, het beschermen van spelende kinderen en buurtbewoners tegen 'illegaal' en gevaarlijk fietsgedrag, zwaarder wegen, en dat eerdere pogingen om tot een oplossing te komen bij de gemeente zijn gestrand. De rechter stelt dat hoewel de frustratie begrijpelijk is, goede beweegredenen je niet excuseren voor het overtreden van regels op de openbare weg.
Ook het beroep op selectieve handhaving, omdat in een andere straat ook bloempotten staan die worden gedoogd, slaagt niet. Er lag een nu concrete handhavingsmelding en daartegen mocht het college optreden; dat elders niet is ingegrepen, maakt de invordering niet onrechtmatig.
Het beroep is ongegrond. Eiser moet de verbeurde dwangsommen van € 1.500,- betalen.
