Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Omgevingsvergunning voor aanleg padelbanen pakt, ondanks gebonden karakter ervan, onevenwichtig uit voor omwonenden

De aanleg van vier nieuwe padelbanen in een beschermd natuurgebied pakt voor een of meerdere bewoners van het naastgelegen recreatiepark zo onredelijk bezwarend uit, dat de Rechtbank Midden-Nederland met zijn uitspraak van 25 augustus 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:5718) het gebonden besluit tot verlenen van de daarvoor vereiste omgevingsvergunning wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel vernietigt. De beoogde padelbanen zijn gelegen tussen een recreatiepark en een beschermd natuurgebied. In hoger beroep wijzen diverse chaleteigenaren op de voor hen nadelige gevolgen, waaronder ernstige geluidsoverlast, aantasting van hun woongenot, extra verkeersbewegingen en extra parkeerdruk direct langs hun chalets en de waardedaling van hun eigendom.

2 September 2026

De rechtbank overweegt dat dat in dit geval sprake is van een gebonden beschikking: art. 8.0a Besluit kwaliteit leefomgeving (“Bkl”) verplicht het college een omgevingsvergunning te verlenen als de aangevraagde omgevingsplanactiviteit niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels uit het omgevingsplan. De rechtbank overweegt dat het Bkl geen wet in formele zin is, maar een algemeen verbindend voorschrift. Uit de uitspraak van de Grote Kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 26 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:190) volgt dat, wanneer het zoals hier gaat om een gebonden besluit dat is gebaseerd op een algemeen verbindend voorschrift, ‘bijzondere omstandigheden’ kunnen maken dat toepassing van de regelgeving in het voorliggende geval zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat uiteindelijk (‘onder de streep’) moet worden beoordeeld of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden. Daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid (evenredigheid in strikte zin): een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbende(n) onredelijk bezwarend is. De rechtbank stelt vast dat het college in dit geval geen enkel voorschrift aan de omgevingsvergunning heeft verbonden (zoals bijvoorbeeld de verplichting tot het plaatsen van geluidswerende schermen of een beperking in speeltijden ter beperking van de geluidseffecten van het gebruik van de padelbanen op de directe omgeving), omdat de recreatiewoningen - ondanks hun ligging nabij de beoogde padelbanen en de omstandigheid dat het de chaleteigenaren is toegestaan om hier gedurende 10 maanden per jaar te verblijven - niet als geluidsgevoelige objecten kunnen worden aangemerkt. Daarnaast constateert de rechtbank dat in het in 2015 onherroepelijk geworden bestemmingsplan bij het toekennen van de sportbestemming niet expliciet rekening is gehouden met padel, een sport die op dat moment in Nederland nog niet (zoveel) werd beoefend maar waarvan inmiddels algemeen bekend is dat het geluid ervan harder is dan bij het gebruik van tennisbanen. Uit een overlegd rapport van de Omgevingsdienst volgt bovendien dat, indien de recreatiewoningen wél aangemerkt zouden worden als geluidsgevoelige objecten, de dienst aan het college van burgemeester en wethouders (“college”) zou adviseren om aan de omgevingsvergunning het voorschrift te verbinden dat vergunninghouder een 105 meter lang geluidreducerend scherm van 2,5 meter hoog om de vier padelbanen dient te plaatsen. Gelet op het voorgaande pakt de verleende omgevingsvergunning naar het oordeel van de rechtbank voor een of meer van de chaleteigenaren zo onredelijk bezwarend uit dat het leidt tot een uitkomst die in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt het college op om binnen met inachtneming van deze uitspraak binnen twaalf weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen. 

Artikel delen