De specifieke zorgplicht van art. 11.27 Bal is gericht aan degene die een flora- en fauna-activiteit verricht. Maar hoe zit dat met de door deze normadressaat ingeschakelde aannemers of hulppersonen? De voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant gaat hier in een recente uitspraak op in.

Wat speelde er?
De gemeente Valkenswaard wil aan de rand van de Dommelvallei een fietspad aanleggen. Een milieuvereniging verzocht GS preventief handhavend op te treden wegens een dreigende overtreding van de specifieke zorgplicht uit art. 11.27 Bal.
Voor de werkzaamheden waren maatregelen opgenomen in een quickscan en een aanvullende quickscan. Daarnaast waren voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente de zorgplicht naleeft als zij deze maatregelen en voorschriften naleeft. Als de gemeente dit alles niet doet, overtreedt zij de zorgplicht.
Volgens de voorzieningenrechter verricht de gemeente de flora- en fauna-activiteit. Uit de wetsgeschiedenis bij de regeling over de normadressaat van de omgevingsvergunning leidt de voorzieningenrechter af wie wordt bedoeld met degene die de activiteit verricht. De wetgever doelde aanvankelijk op degene die voor het verrichten van de activiteit (eind)verantwoordelijk is. Dat kan degene zijn die de activiteit feitelijk verricht, maar dat hoeft niet.
In de nota van toelichting bij het Bal is bovendien aangegeven dat de normadressaat ervoor zorgt dat werknemers of andere bedrijven die binnen de activiteit in zijn opdracht deelactiviteiten verrichten, de regels naleven. De voorzieningenrechter oordeelt daarom dat in ieder geval de gemeente verantwoordelijk is voor het handelen van de door haar ingeschakelde aannemers en hulppersonen.
Als de gemeente of haar hulppersonen de maatregelen of aanbevelingen uit de beide quickscans niet opvolgen, handelt de gemeente in strijd met artikel 11.27 Bal. De gemeente is daarnaast als vergunninghouder verantwoordelijk voor de naleving van het ecologisch werkprotocol door haar medewerkers, aannemers en hulppersonen. Als een door de gemeente ingeschakelde aannemer het protocol niet naleeft, handelt de gemeente in strijd met artikel 5.5 Ow. Volgens de voorzieningenrechter pleegt zij dan een economisch delict.
Op de vraag of daarnaast ook de aannemer zelf als normadressaat of overtreder kan worden aangemerkt, gaat de voorzieningenrechter niet in.
Kortom: de gemeente blijft in dit geval als normadressaat en vergunninghouder verantwoordelijk als zij werkzaamheden laat uitvoeren door aannemers of hulppersonen. Niet-naleving door hen kan ertoe leiden dat de gemeente zelf de specifieke zorgplicht of de vergunningvoorschriften overtreedt.