Op 30 april 2026 (gepubliceerd op 16 juni 2026) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland een uitspraak (ECLI:NL:RBNNE:2026:2379) gedaan in een belangwekkende handhavingsprocedure tegen zeventien lelietelers in de provincie Drenthe.

Aanleiding voor deze procedure is een handhavingsverzoek door de stichting Meten = Weten, waarin zij het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe (hierna: ‘gedeputeerde staten’) handhavend op te treden tegen achttien (inmiddels zeventien) bedrijven die lelies gaan telen met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zonder dat zij daarvoor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (hierna: ‘natuurvergunning’) hebben.
Dat voor het telen van lelies met gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een natuurvergunning nodig kan zijn, volgt met name uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1428). Zie voor een uitgebreide beschouwing van deze uitspraak ook ons blog.
Voor het afhandelen van dergelijke handhavingsverzoeken hebben gedeputeerde staten op 11 februari 2026 beleidsregels opgesteld (Provinciaal blad 2026, 2200). Als het verzoek ziet op specifieke telers (zoals ook hier het geval), dan wordt door gedeputeerde staten bij de teler verzocht (en zo nodig gevorderd) om een overzicht van de in Drenthe gebruikte percelen in het betreffende teeltjaar (in dit geval: 2026) waarop de teelt plaatsvindt waarop het verzoek ziet.
In deze zaak hebben gedeputeerde staten ook een dergelijk verzoek gedaan aan de lelietelers. Omdat een overzicht van perceelsgegevens (kennelijk) uitbleef, hebben gedeputeerde staten een last onder dwangsom opgelegd aan de telers om alsnog deze gegevens te verstrekken. Tegen dit besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom hebben de lelietelers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland. Daarin stellen zij onder meer dat er gelet op de door hun gehanteerde middelen geen significante effecten zijn te verwachten op Natura 2000-gebieden en dat het opvragen van alle perceelsgegevens niet redelijk is, omdat handhaving een concreet vermoeden van een overtreding vereist.
De voorzieningenrechter gaat hier echter niet in mee en overweegt daartoe onder meer dat het niet onevenredig is om de lelietelers te vragen om de gevraagde bedrijfsgegevens te verstrekken. Gedeputeerde staten moeten namelijk een gemotiveerd besluit nemen op het verzoek om handhaving. Nu dat verzoek ziet op zeventien lelietelers, moeten de vraag of sprake is van een overtreding en de vraag, of er bijzondere omstandigheden zijn om niet handhavend op te treden, op perceelsniveau worden beoordeeld en moet het daartoe benodigde onderzoek daarom ook op perceelsniveau plaatsvinden.
Verdere verloop van de procedure
Het orgiginele verzoek van Meten = Weten is in eerste instantie afgewezen. Tegen dit afwijzingsbesluit is door Meten = Weten bezwaar ingediend. Uit een eerdere uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 15 april 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1245) volgt dat gedeputeerde staten vóór 1 juli 2026 een beslissing op dit bezwaar moeten hebben genomen. Mochten zich naar aanleiding van dit besluit nieuwe ontwikkelingen voordoen, dan houden wij u daarvan op de hoogte.