De AbRvS verduidelijkt in deze uitspraak wanneer een eigenaar passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen. Daarbij staat in deze zaak de vraag centraal of de eigenaar tijdens de benuttingsperiode een concrete poging heeft gedaan om de bestaande bouw- of gebruiksmogelijkheden te realiseren. De benuttingsperiode is de periode waarin een nadelige planwijziging voorzienbaar is, maar de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden nog kunnen worden benut.
17 July 2026

De rechtbank oordeelde dat van passieve risicoaanvaarding geen sprake was. De eigenaar had tijdens de benuttingsperiode immers een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend en de gemeente had die aanvraag ten onrechte buiten behandeling gesteld, waardoor de eigenaar zijn plan niet meer kon aanpassen.
De Afdeling komt tot een ander oordeel. Voor de vraag of een concrete poging is gedaan, is uitsluitend de daadwerkelijk ingediende aanvraag relevant. Alleen een voldoende uitgewerkt bouwplan dat zich laat beoordelen én in beginsel past binnen het geldende bestemmingsplan geldt als een concrete poging. Dat was hier niet het geval, omdat het bouwplan het bouwvlak aanzienlijk overschreed. Ook de gesprekken die de eigenaar eerder met de gemeente had gevoerd, konden hem niet baten. Die vonden vóór de benuttingsperiode plaats en zagen bovendien op andere bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Omdat geen concrete poging was gedaan om de bestaande bouwmogelijkheden te benutten, werd het risico op het vervallen daarvan passief aanvaard. De aanvraag om een tegemoetkoming in planschade is daarom terecht afgewezen. AbRvS 15 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4114 (Groningen)