De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in vijf uitspraken van 30 september 2026 bepaald dat het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant uiterlijk op 4 februari 2027 moet beslissen over de intrekking van de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in de provincie. Doet de provincie dat niet, of te laat, dan moet ze voor elke dag dat een besluit uitblijft, een dwangsom betalen.

De zaken hebben al een lange voorgeschiedenis. Coöperatie Mobilisation for the Environment en Vereniging Leefmilieu vroegen het college in het najaar van 2023 om de natuurvergunningen van de vijf pluimveehouders in te trekken, omdat die te veel stikstof zouden uitstoten. Het college wees de verzoeken af, waarna de natuurorganisaties naar de rechtbank Oost-Brabant stapten. Die vernietigde in april 2025 de weigeringsbesluiten en droeg het college op binnen een half jaar opnieuw te beslissen op de intrekkingsverzoeken van de natuurorganisaties. Die termijn passeerde zonder dat er besluiten werden genomen. De natuurorganisaties stapten naar de Afdeling bestuursrechtspraak die het college in maart 2026 opdroeg om uiterlijk op 10 juli 2026 nieuwe besluiten te nemen. Ook die termijn verstreek zonder dat de besluiten genomen werden.
De natuurorganisaties stapten daarom opnieuw naar de Afdeling bestuursrechtspraak. Die oordeelt nu dat de rechtbank Oost-Brabant het college heeft opgedragen om nieuwe besluiten te nemen en dat het college ook aan die opdracht moet voldoen. Het college vroeg de Afdeling bestuursrechtspraak hem tot 1 april 2027 de tijd te geven om de nieuwe besluiten te nemen.
Maar rekening houdend met zowel de belangen van het college en de vergunninghouders, alsook met het belang van MOB en Vereniging Leefmilieu bij een voortvarende beslissing op hun verzoeken, stelt de Afdeling bestuursrechtspraak de termijn op uiterlijk 4 februari 2027. Slaagt het college er niet in om binnen die tijd nieuwe besluiten te nemen, dan moet het voor elke dag dat de besluiten uitblijven een dwangsom van € 250 betalen tot een maximum van € 37.500 per uitgebleven besluit. Dat is een hogere dwangsom dan de Afdeling bestuursrechtspraak in maart 2026 oplegde.
De uitspraken zijn gepubliceerd op de website van de Raad van State.
ECLI:NL:RVS:2026:5751
ECLI:NL:RVS:2026:5749
ECLI:NL:RVS:2026:5752
ECLI:NL:RVS:2026:5750
ECLI:NL:RVS:2026:5748