Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland mag samenwerking tussen twaalf gemeenten in de regio Rotterdam voorlopig niet afdwingen. Dat staat in een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van vandaag (18 februari 2026).

De gemeenten Ridderkerk, Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Rotterdam, Vlaardingen en Voorne aan Zee werkten sinds 2015 samen aan de regionale volkshuisvesting op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Maar de gemeente Ridderkerk besloot die samenwerking vorig jaar stop te zetten. De samenwerking zou tot te grote druk op de eigen sociale woningmarkt leiden. De gemeente wil liever eigen beleid voeren om de positie van de woningzoekenden in Ridderkerk te versterken.
Het college van gedeputeerde staten droeg in december 2025 echter alle twaalf gemeenten op om binnen twee maanden alsnog een nieuwe samenwerkingsregeling vast te stellen. Anders zou de provincie zelf de gemeentelijke samenwerking opleggen. Daar was het college van burgemeester en wethouders van Ridderkerk het niet mee eens. Het college van B&W diende een bezwaarschrift in bij de provincie. Daar moet nog op worden beslist. In afwachting daarvan vroeg het college van B&W van Ridderkerk aan de voorzieningenrechter om het provinciale besluit te schorsen.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft dat verzoek ingewilligd op basis van een belangenafweging. De Wet gemeenschappelijke regelingen gaat uit van vrijwilligheid. Het besluit van de provincie om samenwerking op te leggen als de gemeenten er onderling niet uitkomen, is een uiterste middel. Daarom vindt de voorzieningenrechter het belangrijk dat de provincie eerst een beslissing neemt op de bezwaren van de gemeente Ridderkerk, voordat de gemeente wordt geconfronteerd met opgelegde samenwerking. De provincie verwacht dat de 'beslissing op bezwaar' in april wordt genomen.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de provincie niet duidelijk gemaakt waarom er, gelet op deze tijdplanning, niet gewacht kan worden met het opleggen van samenwerking tot zes weken na de beslissing op de bezwaren van de gemeente Ridderkerk. Daarom schorst de voorzieningenrechter het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland.