Rechtbank Den Haag 29 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27552. Artikel 3.7.1 van het omgevingsplan gaf het college de bevoegdheid om de bestemming van een agrarische bedrijfswoning te wijzigen in die van een burgerwoning. Deze wijzigingsbevoegdheid was gebaseerd op artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Nu de Wro per 1 januari 2024 is vervangen door de Omgevingswet (Ow) en de Ow geen vergelijkbare wijzigingsbevoegdheid kent, is de wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.7.1 van het omgevingsplan komen te vervallen.
Noot Y. Schönfeld
De wijzigingsbevoegdheid an sich is met de inwerkingtreding van de Ow komen te vervallen, maar in art. 22.32 van de bruidsschat (tijdelijk deel omgevingsplan) is wel bepaald dat in afwijking van artikel 22.29, lid 1, onder a van de bruidsschat, de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch kan worden verleend als de activiteit niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in art. 22.1, onder a Ow. In dit artikellid wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels uit art. 22.29, de mogelijkheid gegeven om een omgevingsvergunning toch te verlenen als de activiteit waarop de aanvraag betrekking heeft in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, maar niet in strijd is met de regels die zijn gesteld voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht. Als vergunningverlening op grond van art. 22.29, lid 1, aanhef en onder a, niet mogelijk is, maar een bouwplan niet in strijd is met de regels die zijn gegeven voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht, kan de vergunning echter toch binnenplans worden verleend. Hierbij bestaat overigens beslissingsruimte. Het gevolg hiervan is dat, ook al is een bouwplan met de regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht niet in strijd, ook nog een zelfstandige beoordeling moet plaatsvinden of het bouwplan uit een oogpunt van #ETFAL aanvaardbaar kan worden geacht (Staatsblad 2020, nr. 400, p. 844).