Gemeenten en ontwikkelaars worstelen al lange tijd met spuitzonering. Gewasbeschermingsmiddelen leveren gezondheidsrisico’s op. Wanneer het gebruik van deze middelen planologisch gezien is toegestaan, worden de mogelijkheden voor het realiseren van woningen of andere gevoelige functies in de omgeving beperkt. Hoe zit dat?

Er zijn geen wettelijke regels over de minimale afstand tussen woningbouw en agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt. Vanwege het ontbreken van die wettelijke regels heeft zich een lijn in de rechtspraak ontwikkeld die erop neerkomt dat in principe een afstand van 50 meter in acht moet worden genomen. Dat is een behoorlijke hap uit een woningbouwplan. Een kortere afstand is in theorie mogelijk, maar daarvoor is een deugdelijke onderbouwing vereist. En die onderbouwing is problematisch, zo laat de rechtspraak zien. Dat komt vooral omdat er nog geen rekenmodel is dat de kritiek van de Raad van State kan doorstaan. In opdracht van het Ministerie van LVVN hebben het RIVM en de WUR gewerkt aan een nieuw, wetenschappelijk onderbouwd rekenmodel. Een eerste verkennend onderzoek is in juli 2026 opgeleverd, maar het Ministerie heeft geen opdracht gegeven voor vervolgonderzoek. Wel is er in de zomer van 2026 een Convenant Gewasbeschermingsmiddelen gesloten. Dit Convenant moet echter nog verder worden uitgewerkt. Kortom, er wordt aan gewerkt, maar een oplossing is vooralsnog niet in zicht.
Het is daarom nog altijd zoeken naar een andere route om toch aan de randen van bestaand stedelijk gebied woningbouw te kunnen realiseren, zonder al te veel grond te verliezen vanwege de hiervoor besproken beperkingen. Het spanningsveld tussen enerzijds het voorkomen van gezondheidsrisico’s en anderzijds de grote behoefte aan extra woningen laat zich hier goed zien.
Tegen deze achtergrond is een recente uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State interessant. De uitspraak gaat over een TAM-omgevingsplan dat voorziet in woningbouw, direct naast agrarisch gebied. De gemeente heeft ervoor gekozen om een deel van dat agrarisch gebied mee te nemen in het omgevingsplan. Voor dit deel is in het plan een spuitvrije zone vastgelegd; binnen deze zone is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet (langer) toegestaan. Zo gaat de 50 meter-zone niet ten koste van woningbouw, maar ten koste van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Een van de eigenaren van de agrarische percelen is het hier niet mee eens en komt tegen dit omgevingsplan in beroep. Hij voert aan dat de spuitvrije zone nadelige gevolgen heeft voor het verpachten en het toekomstige gebruik van zijn grond. Ook vreest hij voor waardedaling.
In een voorlopige voorzieningenprocedure wordt overwogen dat er op dit moment alleen sprake is van hobbymatig gebruik en dat de eigenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat er chemische gewasbeschermingsmiddelen werden gebruikt. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat er echt een voornemen bestaat om het perceel te verpachten. Onder deze omstandigheden oordeelt de Voorzieningenrechter dat de gevolgen van de spuitvrije zone niet onevenredig zijn en dat de gemeenteraad het maatschappelijke belang bij woningbouw zwaarder heeft mogen laten wegen. Eventuele waardedaling lost zich op in een nadeelcompensatieprocedure.
De door deze gemeente gekozen constructie zal zeker niet altijd een oplossing zijn. Het is toch goed om de uitspraak onder de aandacht te brengen, nu alle opties moeten worden verkend zolang er geen andere oplossing is.
AbRvS 18 september 2026
(ECLI:NL:RVS:2026:5568)