Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Stedenbouw zegt 'Ja', welstand zegt 'Nee'. Hoe motiveer jij je besluit als vergunningverlener bij afwijkende adviezen?

Je behandelt een aanvraag voor een omgevingsvergunning. De afdeling Stedenbouw geeft groen licht, maar de welstandscommissie (commissie omgevingskwaliteit) adviseert negatief. De aanvrager wijst naar het positieve stedenbouwkundige advies. Hoe ga je hier als vergunningverlener juridisch waterdicht mee om in je besluit? De Rechtbank Amsterdam deed hier onlangs een interessante uitspraak over (ECLI:NL:RBAMS:2026:6071 d.d. 16 juni 2026), die jou als vergunningverlener extra houvast biedt bij het opstellen van je motivering!

1 August 2026

Samenvattingen

De feiten op een rij
Er werd een omgevingsvergunning aangevraagd voor de legalisatie van een erfafscheiding van 1,90 meter hoog. Het geldende bestemmingsplan (nu: tijdelijk deel omgevingsplan) staat maximaal 1 meter toe.
Er lagen twee adviezen. Advies 1: de afdeling Stedenbouw oordeelt positief. De hogere schutting is als ruimtelijk element in evenwicht met de bijbehorende schuur en is "vanuit stedenbouwkundig oogpunt akkoord". Advies 2: De Commissie Omgevingskwaliteit (COK) oordeelt negatief. De schutting is te gesloten, verstoort de zichtlijnen naar het water en oogt afwerend.

Jij als vergunningverlener weigert de vergunning namens het college, gebaseerd op het negatieve welstandsadvies. De aanvrager gaat in beroep en claimt dat de gemeente een ongemotiveerde en onrechtmatige 'draai' (tournure) maakt ten opzichte van het stedenbouwkundige advies.
De rechtbank stelt het college in het gelijk. Als vergunningverlener mag je een vergunning weigeren op basis van welstand, ook als stedenbouw akkoord is. Hoe ga je hiermee om?

Door in je besluit helder het onderscheid tussen de ruimtelijke inpasbaarheid enerzijds en de welstandstoets anderzijds uiteen te zetten, sta je bij de bestuursrechter ijzersterk!
- Leg in je besluit uit dat Stedenbouw toetst of een plan ruimtelijk inpasbaar is (de voorwaarde om überhaupt van de regels te mogen afwijken). Dit staat echter los van de vraag of het bouwwerk voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Motiveer dat de specifieke deskundigheid voor het uiterlijk en de inpassing in de directe omgeving exclusief bij de COK ligt. Stedenbouw toetst simpelweg niet aan de criteria uit de welstandsnota.
- Is er sprake van overlap tussen beide adviezen (bijvoorbeeld over zichtlijnen of het 'afwerende' karakter)? Dan mag (en moet) je voorrang geven aan het onafhankelijke deskundigenadvies van de COK voor wat betreft de welstandsbeoordeling.
- Vergeet de belangenafweging niet. In casu was dit gedaan door te motiveren dat een lagere erfafscheiding met begroeiing (voor veiligheid/privacy) wel een vergunbaar alternatief was. Hiermee laat je als vergunningverlener zien dat je het maatwerk niet uit het oog verliest.

Artikel delen