Het college verleent een omgevingsvergunning voor een bouwplan en toetst dit aan het bestemmingsplan “Buitengebied Gras, geconsolideerd”. Een eiser komt hiertegen in beroep bij de rechtbank. Dit leidt tot uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2026:22770 d.d. 14 augustus 2026.

De onterechte toets aan het geconsolideerde plan:
Op grond van artikel 22.1 van de Omgevingswet (in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet) bestaat het tijdelijke deel van het omgevingsplan uit het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De rechtbank bevestigt dat het geconsolideerde document geen door de gemeenteraad bij besluit vastgesteld bestemmingsplan is. Uit de toelichting van het document zelf blijkt al dat het een puur feitelijk overzicht is om de leesbaarheid in de overgangsfase te vergroten, zonder eigen juridisch bindende status. Voor de werkelijk geldende regels en verbeelding moet daarom worden teruggevallen op het formele moederplan (“Buitengebied Gras”), inclusief alle latere herzieningen en wijzigingen.
Gevolgen:
Omdat het college het bouwplan ten onrechte heeft getoetst aan het niet-bindende geconsolideerde plan, leidt dit tot een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Het beroep is daardoor gegrond en de rechtbank vernietigt het besluit. Hoewel het college de schade in dit specifieke geval nog kon pareren via een herstellend wijzigingsbesluit, blijft de vernietiging staan.
Tip voor de rechtspraktijk:
Gebruik geconsolideerde plannen zonder juridische status in de overgangsfase uitsluitend als handig intern of visueel werkdocument. Verricht de toets(en) in de besluitvorming op basis van het formele moederplan en de daadwerkelijke herzieningen, om onnodige vernietigingen en proceskosten te voorkomen!