Rechtbank Noord-Holland 3 september 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11331. Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het renoveren van het bestaande gebouw. Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Waarderpolder is onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Het perceel heeft op grond van het bestemmingsplan de bestemming ‘Groen’ met de functieaanduiding ‘horeca’. De aanvraag ziet op het vervangen van kozijnen, het vernieuwen van het dak en het aanbrengen van pleisterstucwerk op de gevel. Het betreft een aanvraag voor de omgevingsplanactiviteit bouwen en voor een (technische) bouwactiviteit.

Eisers voeren aan dat het college had moeten toetsen of de activiteit in strijd is met de in het omgevingsplan gestelde regels over het gebruik van het bouwwerk. Dit volgt uit artikel 22.26 van het omgevingsplan in samenhang met artikel 22.29 van het omgevingsplan. Eisers kunnen het standpunt van het college niet volgen dat de aanvraag niet ziet op het exploiteren van een coffeeshop. Eisers stellen dat het college eraan voorbijgaat dat een bepaald gebruik moet worden meegenomen als redelijkerwijs is aan te nemen dat een bouwwerk anders zal worden gebruikt, ook als dit niet volgt uit de aanvraag.
De rechtbank overweegt dat het college moet beslissen op aanvraag die is ingediend (ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3066). De rechtbank stelt vast dat de aanvraag van eiser alleen ziet op de renovatie van het pand. Vergunninghouder wil het bestaande gebouw renoveren en daarbij de kozijnen vervangen, het dak vernieuwen en pleisterstucwerk aanbrengen op de gevel. Het volume van het gebouw blijft daarbij hetzelfde. In de aanvraag staat dat het bouwwerk momenteel wordt gebruikt voor horeca en dat dit gebruik niet veranderd.
Gelet op de gegevens uit de aanvraag, heeft het college mogen concluderen dat de bouwactiviteit (de renovatie) - conform artikel 22.29 van ‘de bruidsschat’ (nu artikel 3.14 van het omgevingsplan) - niet in strijd is met de in het omgevingsplan daarvoor gestelde regels. Dit artikel is namelijk een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, sub c en d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het gaat dus om de vraag of de aangevraagde activiteit, in dit geval dus de renovatie, in strijd is met het omgevingsplan.
Anders dan eisers aanvoeren, gaat de vraag of het gebruik van het pand als coffeeshop in overeenstemming is met het planologisch toegestane gebruik de omvang van deze procedure te buiten. De aanvraag van eiser ziet namelijk enkel op de renovatie van het pand (een omgevingsplanactiviteit bouwen en een (technische) bouwactiviteit). De aangevraagde renovatie hangt niet onlosmakelijk samen met een bepaald gebruik.