Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak gelijkheidsbeginsel en handhaving: gemeente kan niet honderden gevallen in grondgebied gemeente onderzoeken.

De rechtbank heeft overwogen dat uit het onderzoek dat het college in het kader van het hashtag#gelijkheidsbeginsel heeft uitgevoerd naar de 111 in de zienswijzen- en bezwaarfase naar voren gebrachte gevallen, bleek dat 8 gevallen mogelijk vergelijkbaar waren. Tegen een daarvan heeft het college inmiddels ook daadwerkelijk handhavend opgetreden en in vier van de zeven andere gevallen zijn na de rechtbankuitspraak ook aanschrijvingen gedaan. De rechtbank heeft het college gevolgd in het standpunt dat de drie resterende gevallen uiteindelijk geen vergelijkbare gevallen zijn, omdat daar de erfafscheidingen, anders dan bij [appellanten], niet voor de voorgevelrooilijn staan.

2 September 2026

[appellanten] hebben tijdens de beroepsprocedure, bij brief aan de rechtbank nog een aanvullende lijst met 388 foto’s van volgens hen vergelijkbare gevallen in het geding gebracht. Tijdens het hoger beroep hebben zij nog 682 andere gevallen bij het college naar voren gebracht.

Het college heeft op de zitting gesteld dat als mocht blijken dat zich onder deze honderden in (hoger) beroep nog aangevoerde aanvullende gevallen daadwerkelijk gelijke gevallen bevinden, het ook daartegen handhavend zal optreden.

De Afdeling acht dat onder de gegeven omstandigheden voldoende. De toets aan het gelijkheidsbeginsel vereist niet dat het college zijn bevoegdheid om handhavend op te treden in dit geval eerst had mogen aanwenden nadat het eerst het gehele relevante gebied van de gemeente in kaart had gebracht met betrekking tot mogelijk vergelijkbare overtredingen en daartegen indien nodig ook al handhavend zou hebben opgetreden.

Het college kan deze gevallen zoals het heeft gesteld, in verband met een beperkte handhavingscapaciteit nu eenmaal niet allemaal tegelijk aanpakken. Daarom is de voormelde reactie van het college voldoende.

Het college heeft onderzoek gedaan naar de in eerste instantie genoemde gevallen en heeft aannemelijk kunnen achten dat de andere, later aangevoerde gevallen tot een ander onderzoeksresultaat zouden kunnen leiden. Zoals het college heeft opgemerkt, zijn er onder de vele later nog aangevoerde andere gevallen ook veel gevallen die op het eerste gezicht al niet vergelijkbaar zijn, omdat die erfafscheidingen bijvoorbeeld niet voor de voorgevel staan, of lager zijn dan die van [appellanten].

De rechtbank heeft daarom in het voorgaande terecht geen grond gevonden voor vernietiging van de in beroep bestreden besluiten.

Artikel delen