Rechtbank Oost-Brabant 10 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4874. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter over het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening met betrekking tot een aan de gemeente opgelegde last onder dwangsom om het fietspad door de Cartierheide ontoegankelijk te maken voor fietsers of andere effectieve maatregelen te treffen ter bescherming van de daar voorkomende gladde slangen.

In de last onder dwangsom heeft het college van GS eiseres gelast om de overtreding van art. 11.46, lid 1, onder a Bal, het opzettelijk doden van de gladde slang door het openstellen van het fietspad door de Cartierheide, binnen 2 maanden te beëindigen en beëindigd te houden, door ervoor te zorgen dat het doden van de gladde slang aldaar wordt voorkomen. Als (voorbeelden van) herstelmaatregelen heeft GS in de last het volgende aangegeven:
- het fietspad voor fietsers ontoegankelijk te maken;
- andere effectieve maatregelen treffen om de gladde slangen te beschermen, te bepalen door een ecologisch adviseur, deskundig op het gebied van slangen.
De vzr. is van oordeel dat de overtreding van art. 11.46, lid 1, onder a Bal uitsluitend kan plaatsvinden gedurende het actieve seizoen van de gladde slang. In de winterperiode kan niet worden gezegd dat eiseres de niet te verwaarlozen kans aanvaard dat de slangen worden gedood, omdat die slangen in die periode niet actief zijn (en dus normaliter ook niet op het fietspad komen). Met andere woorden, dan is geen sprake van (voorwaardelijk) opzet. Dan is ook geen sprake van een overtreding van art. 11.46, lid 1, onder a Bal.
Als eiseres het fietspad in de winterperiode openstelt, verbeurt zij een dwangsom omdat zij de overtreding niet beëindigd houdt. Dat was, gezien het advies van de commissie, kennelijk niet de bedoeling van het college. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter had het dan echter op de weg van het college gelegen om in het bestreden besluit de last uitdrukkelijk te beperken tot de actieve periode van de gladde slangen.
Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit onvoldoende duidelijk is en omdat een last is opgelegd tijdens de winterperiode (wanneer geen sprake is van een overtreding). De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en de last onder dwangsom als volgt te wijzigen: “Om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden moet u ervoor zorgen dat het doden van de gladde slang in de periode van 1 april tot 31 oktober door het openstellen van het fietspad door de Cartierheide wordt voorkomen”. De rest van de last onder dwangsom kan worden gehandhaafd.