Rechtbank Gelderland 15 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5463. Bij besluit van 1 april 2025 heeft het college aan eiser gelast om binnen zes maanden te zorgen dat het pand aan de [adres] in Aalten niet langer zichtbaar verwaarloosd is en geen gevaar vormt voor de omgeving.

Nog daargelaten dat de gemachtigde van eiser de beroepsgronden niet heeft onderbouwd, heeft het college naar het oordeel van de rechtbank de artikelen 22.6, 22.16 en 22.17 van het Omgevingsplan van de gemeente Aalten en de artikelen 3.106 en 3.113 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) ten grondslag kunnen leggen aan de overtredingen.
De Commissie Omgevingskwaliteit van de gemeente Aalten heeft aan het college advies uitgebracht en is van mening dat er sprake is van een exces volgens het welstandsbeleid vanwege de verwaarloosde en verpauperde indruk van het pand. Vervolgens heeft het college eiser aangeschreven om de strijdige situatie ongedaan te maken omdat sprake zou zijn van een overtreding van de artikelen 22.6, 22.16 en 22.17 van het Omgevingsplan.
Ook heeft het college aan de hand van het controlerapport van 22 januari 2025 geconstateerd dat het pand een gevaar vormt voor de omgeving. Het pand heeft zichtbaar achterstallig onderhoud, wat eiser ook niet betwist. Het college heeft verder toegelicht dat aan de linkerzijde van het pand (gezien vanaf de openbare weg) bij het gedeelte met het platte dak boven het trottoir een ijzeren/metalen steun en planken los hangen. Daarnaast zijn er losse elektradraden zichtbaar aan de buitenkant van het pand wat brandgevaarlijk is en gevaar voor mensen vormt (overtreding artikel 3.106 van het Bbl). Ook is de regenpijp niet lucht- en waterdicht (overtreding artikel 3.113 van het Bbl).
Noot Y. Schönfeld:
Zie voor een vergelijkbare zaak waarbij succesvol kon worden gehandhaafd op een welstandsexces op basis van de Omgevingswet (de bruidsschat/omgevingsplan): Rechtbank Midden-Nederland 20 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1314.