Rechtbank Den Haag 1 oktober 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27543. Op grond van art. 22.27, onder a omgevingsplan kan vergunningvrij een bijbehorend bouwwerk worden gerealiseerd, mits dit bouwwerk is gelegen in het achtererfgebied en op een afstand van meer dan één meter van openbaar toegankelijk gebied staat. Het begrip ‘openbaar toegankelijk gebied’ wordt in het omgevingsplan niet gedefinieerd. Ingevolge art. 1.1, lid 2 omgevingsplan dient daarom gekeken te worden naar de begripsbepalingen in bijlage 1 Bbl.

Hieruit volgt dat openbaar vaarwater tot openbaar toegankelijk gebied wordt gerekend. De waterweg naast het perceel waarop het bijgebouw staat, staat in open verbinding met de [waterweg]. Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat gemotoriseerde vaartuigen niet zijn toegestaan op de waterweg, maar dat deze wel vrij toegankelijk is voor ongemotoriseerde vaartuigen. Er is daarom sprake van publiek toegankelijk vaarwater. Het college heeft terecht overwogen dat de waterweg kan worden aangemerkt als openbaar toegankelijk gebied.
Het begrip ‘achtererfgebied’ wordt eveneens niet gedefinieerd in het omgevingsplan. Ook voor dit begrip geldt dat aansluiting moet worden gezocht bij de begripsbepalingen in bijlage 1 Bbl. In deze bijlage wordt achtererfgebied gedefinieerd als het gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op één meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen. De voorkant van het hoofdgebouw (de woning) ligt aan [straatnaam]. Het achtererfgebied bevindt zich achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op één meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar gebied, dat in dit geval de naastgelegen waterweg is. Het bijgebouw is gedeeltelijk gerealiseerd binnen het achtererfgebied en grotendeels op gronden buiten het achtererfgebied.
Omdat het bijgebouw zich niet bevindt op een afstand van meer dan één meter van openbaar toegankelijk gebied en deels op gronden buiten het achtererfgebied, wordt niet voldaan aan de eisen van art. 22.27, onder a omgevingsplan. Het bijgebouw is niet vergunningvrij. Het bepaalde in art. 22.36, onder a omgevingsplan leidt niet tot een ander oordeel. Daarin is immers bepaald dat de daar genoemde activiteiten ook moeten voldoen aan de in art. 22.27, onder a gestelde eisen om te kunnen spreken van vergunningvrije activiteiten die van rechtswege in overeenstemming zijn met het omgevingsplan.