Er is weer een uitspraak toe te voegen aan het rijtje van uitspraken waaruit kan worden afgeleid wanneer succesvol kan worden gehandhaafd op overtreding van de specifieke zorgplicht uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het gaat om een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 6 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4762.

De derde-partij wil bebouwing in Oss te slopen om daar nieuwbouw te realiseren en heeft hiervoor een omgevingsvergunning van GS gekregen voor het verrichten van flora- en fauna-activiteiten als bedoeld in art. 5.1, lid 2, onder g Omgevingswet om de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren en om voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (opzettelijk) te beschadigen of te vernielen.
Omwonenden maken bezwaar en dienen een verzoek om voorlopige voorziening in. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot schorsing van het bestreden besluit af.
Hij verbiedt wel bij wijze van voorlopige voorziening stripwerkzaamheden in het pand totdat de huidige verblijfplaatsen conform voorschrift 12 van de omgevingsvergunning ongeschikt zijn gemaakt. Het uitvoeren van die werkzaamheden, in de wetenschap dat er hoogstwaarschijnlijk vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn in verband met de kraamperiode, mede gelet op getroffen voorlopige voorziening, wordt beschouwd als een overtreding van de specifieke zorgplicht in art. 11.27, lid 1 onder a Bal.
Nu hoogstwaarschijnlijk vleermuizen aanwezig zijn en de bebouwing op korte termijn ongeschikt wordt gemaakt voor vleermuizen, kan van vergunninghouder redelijkerwijze worden verwacht dat zij voor die tijd geen werkzaamheden uitvoert teneinde verstoring van de vleermuizen te voorkomen.
Mocht een vleermuis als gevolg van verstoring door deze werkzaamheden overlijden, is sprake van een overtreding van artikel 11.46 eerste lid onder a, van het Bal omdat vergunninghouder dan willens en wetens de niet te verwaarlozen kans aanvaardt dat een beschermd dier wordt gedood (ABRvS 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1423). Dan is sprake van zogenoemde voorwaardelijke opzet (zie voornoemde uitspraak). Daaronder valt dan bijvoorbeeld ook werkzaamheden aan een gebouw, waarvan je kunt verwachten dat het direct of indirecte schadelijke effecten heeft op de aanwezige vleermuizen en/of hun verblijfplaats.
Y. Schönfeld:
Zie eerder ook over de handhaving van art. 11.27 Bal: Rechtbank Midden-Nederland 13 augustus 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4910, Rechtbank Gelderland 21 maart 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:2775 en Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:2278.