Rechtbank Den Haag 22 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27066. Eiseres betoogt dat de in het besluit toegedachte functies ‘moderniseringslocatie’ of ‘nieuwe functie’ al voorkomen in de structuurvisie, welke visie onder de Ow geldt als omgevingsvisie. Daarom kan in dit geval niet worden gekozen voor de wettelijke grondslag in art. 9.1, lid 1, onder c Omgevingswet.

De rechtbank overweegt het volgende. Uit de MvT (Kamerstukken II, 2018/19, 35.133, nr. 3, p. 75) bij de Aanvullingswet grondeigendom Ow blijkt dat bij de vestiging van een voorkeursrecht door de gemeenteraad, provinciale staten of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, altijd de meest concrete grondslag voor de vestiging van het voorkeursrecht moet worden toegepast. Als de betreffende functie aan een locatie is toegedeeld in het omgevingsplan, dan wordt het voorkeursrecht dus op het omgevingsplan gebaseerd. Is de betreffende functie aan een locatie toegedacht in de omgevingsvisie of een programma, dan is dat de te gebruiken grondslag voor vestiging van het voorkeursrecht.
Als de betreffende functie nog niet is toegedeeld in het omgevingsplan of is toegedacht in de omgevingsvisie of een programma, dan kan in de voorkeursrechtbeschikking de functie aan een locatie worden toegedacht. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de ingreep in de vervreemdingsvrijheid van de eigenaar of beperkt gerechtigden die het voorkeursrecht tot gevolg heeft, altijd is gebaseerd op en zijn rechtvaardiging vindt in een zo concreet mogelijk beleidsdocument of besluit.
Uit deze passages blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet méér dan dat initiatieven voor uitbreiding of functiewijziging van de renbaan vragen om een visie op het gebied. Ook de vermelding dat de herontwikkeling van de draf- en renbaan Duindigt kan bijdragen aan de natuur- en cultuurhistorische waarden, geeft geen richting aan welke vorm deze herontwikkeling dan zou kunnen aannemen. De rechtbank volgt dan ook het standpunt van de gemeenteraad dat hieruit niet kan worden geconcludeerd dat in de structuurvisie al een nieuwe niet-agrarische functie of moderniseringslocatie aan de renbaan is toegedacht. Anders dan eiseres betoogt had de gemeenteraad het voorkeursrecht dus niet kunnen vestigen op grond van art. 9.1, lid 1, onder b Ow.