Rechtbank Noord-Holland 23 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9244. De burgemeester heeft een machtiging tot binnentreding afgegeven voor toezicht op de naleving van art. 5.1, lid 1, onder a Omgevingswet en hoofdstuk 3, 5 en 6 Bbl. Het doel van het binnentreden was om te controleren of de woonboot wordt bewoond en of de houtkachel aanwezig is en veilig is. De machtiging is op de dag van afgifte gebruikt.

De rechtbank stelt voorop dat op grond van art. 2, lid 1, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner een schriftelijke machtiging is vereist.
Uit het besluit blijkt dat er 2 doelen waren bij het binnentreden in de woning van eiseres, controle op het verbod om zonder omgevingsvergunning op de woonboot te wonen en controle op de regels die op grond van het Bbl gelden voor de houtkachel. Het is dan de vraag of de burgemeester de noodzakelijkheid en de evenredigheid van het binnentreden met het oog op deze doelen deugdelijk heeft gemotiveerd.
De rb. oordeelt dat burgemeester de noodzaak van het binnentreden om te controleren of eiseres op de woonboot woont niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De burgemeester stelt dat het op grond van het omgevingsplan niet toegestaan is om ter plaatse te wonen. Het zou daarom noodzakelijk zijn geweest om in de woonboot binnen te treden om te controleren of het omgevingsplan in zoverre werd nageleefd. Het college van B & W heeft echter een gedoogverklaring afgegeven t.a.v. het wonen op de woonboot in strijd met het omgevingsplan. De burgemeester heeft ongeveer een maand late, een machtiging tot binnentreden afgegeven om vast te stellen of de woonboot werd bewoond. Dit kan de rb. niet volgen.
De rb. stelt vast dat er geen bepalingen zijn op grond waarvan het voor eiseres op zichzelf verboden is om een houtkachel te hebben. De houtkachel moet wel voldoen aan de eisen van het Bbl. Deze eisen zien op het technisch functioneren van de kachel. Op zitting heeft de burgemeester gesteld dat bij de eerste controle geen overtreding van het Bbl is geconstateerd. Uit het controlerapport van de binnentreding op 13 juni 2025 blijkt niet dat onderzocht is of de kachel in overeenstemming met het Bbl functioneert. De burgemeester heeft op zitting toegelicht dat daarvoor geen aanleiding was, aangezien de kachel nog aanwezig bleek te zijn en niet onklaar was gemaakt. De rb. merkt verder op dat eiseres heeft verklaard dat zij nooit te kennen heeft gegeven dat zij de houtkachel zou verwijderen of onklaar zou maken. Ook op dit punt blijkt uit het dossier niet dat er signalen waren dat er iets was veranderd ten opzichte van de eerste controle. Ook op dit punt is de noodzakelijkheid v.d. machtiging niet deugdelijk gemotiveerd.