Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraak toetsing technische bouwactiviteit (art. 4.192 Bbl inzake bereikbaarheid gebouw) + OPA bouw

In de uitspraak Rechtbank Overijssel 1 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2935, was een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen (OPA Bouw) en een technische bouwactiviteit aan de orde (art. 5.1, lid 1, onder a, en lid 2, onder a Ow).

1 June 2026

[Eiser] stelt dat het bouwplan in strijd is met art. 4.192, lid 1 Bbl. Volgens [eiser] kan namelijk de daarin voorgeschreven breedte van 1,1 meter van het toegangspad naar de hoofdtoegang naar alle waarschijnlijkheid niet worden gerealiseerd als er een voertuig op het toegangspad staat. Als gevolg van de bedrijfsvoering van [eiser] staat er vaak een voertuig op het toegangspad, of rijdt daar overheen. Daarmee moet volgens [eiser] rekening worden gehouden bij de beoordeling van de effectief beschikbare breedte. Het college stelt dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op de (technische) bouwactiviteit, is vastgesteld dat het bouwplan voldoet aan de eisen van het Bbl en dat de omgevingsvergunning daarom moest worden verleend.

De rb. overweegt dat art. 4.192, lid 1 Bbl de minimale breedte voorschrijft van het pad tussen de hoofdtoegang van een gebouw en de openbare weg, voor gevallen waarin de hoofdtoegang van een gebouw niet direct aan de openbare weg grenst. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het pad dat tussen de hoofdtoegangen van de appartementengebouwen naar de openbare weg loopt minder dan 1,1 meter breed is. Dat het bouwplan in strijd is met art. 4.192, lid 1 Bbl is niet gebleken.

Daarbij merkt de rb. nog op dat deze minimale afstand van 1,1 meter geldt voor de breedte van de weg, ongeacht of daar een voertuig op staat. Het gaat niet om de vrije doorgang op het toegangspad naast het gebruik dat daarvan wordt gemaakt.

Daarnaast oordeelde de rb. ook over de OPA Bouw. Hier oordeelde de rb. opnieuw dat sprake is van een limitatief-imperatief toetsingskader en bepaalde aspecten die niet in art. 22.29 omgevingsplan worden genoemd niet (meer) aan de orde kunnen komen. Gelet op het bepaalde in art. 8.0a, lid 1 Bkl en art. 22.29, lid 1 omgevingsplan moest de vergunning voor de OPA worden verleend. De door [eiser] gestelde verkeersonveiligheid of de geluidnormen uit het Bal voor geluidgevoelige functies spelen daarbij geen rol. Datzelfde geldt voor de stelling van [eiser] dat door de bouw van de appartementengebouwen zeer veel zonlicht wordt onttrokken aan zijn achtertuin en terras en zijn privacy onaanvaardbaar wordt aangetast. Hier kan bij de vergunningverlening niet meer aan worden getoetst, omdat deze elementen bij de bestemming al meegenomen zijn of hadden kunnen worden. Verder staat ook het recht van erfdienstbaarheid van [eiser] niet aan de vergunningverlening in de weg.

Artikel delen