Rechtbank Gelderland 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6728. Verzoekers stellen dat zij totaal niet betrokken zijn bij het plan. Zij vinden het onbegrijpelijk dat het college stelt dat er voldoende aandacht is besteed aan het betrekken van belanghebbenden.

Het uitgangspunt onder de Ow is dat participatie door de initiatiefnemer bij omgevingsvergunningen vrijwillig is, maar de gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin participatie een verplicht aanvraagvereiste is. De raad heeft in zijn beleid vastgelegd dat voor alle BOPA's verplicht aan participatie moet worden gedaan. Dat betekent dat vergunninghouder dus ook voor dit project (verplicht) aan participatie heeft moeten doen. De wetgever heeft echter niet bepaald wanneer er (bij verplichte participatie) sprake is van onvoldoende participatie.
De vzr. neemt aan dat in die gevallen dat participatie verplicht is gesteld, de participatie wel enige betekenis moet hebben. Anders zou het verplicht stellen van participatie weinig zinvol zijn. Het hangt vervolgens af van de aard van het project en de impact op de omgeving wat er in redelijkheid aan participatie gedaan moet worden. Het is in eerste instantie aan het college om te beoordelen of de initiatiefnemer in redelijkheid heeft kunnen volstaan met de verrichte participatie.
Op zitting heeft het college toegelicht dat vergunninghouder overleg heeft gevoerd met vertegenwoordigers van de nabijgelegen kerk, en dat ook aan noordoostzijde buren zijn betrokken bij het plan. Het college vond dat voldoende, ook omdat het om een kleine afwijking gaat en de omwonenden aan de kant van de afwijking zijn betrokken. Hoewel er in het procesdossier geen stukken zijn opgenomen waaruit blijkt of en zo ja op welke manier aan participatie is gedaan, heeft de voorzieningenrechter geen reden om hieraan te twijfelen. De voorzieningenrechter raadt het college echter wel aan om deze stukken alsnog aan te leveren in de bezwaarprocedure, en om in de beslissing op bezwaar een nadere motivering op te nemen voor wat betreft dit punt.
Ten aanzien van de stelling van verzoekers dat zij niet zijn betrokken bij het plan, overweegt de voorzieningenrechter nog als volgt. Vergunninghouder heeft op zitting toegelicht dat hij bij verzoekers heeft aangebeld om het plan toe te lichten. Hij trof alleen verzoekster aan, en heeft aangegeven het plan toe te willen lichten als verzoeker ook thuis is. Vergunninghouder heeft zijn telefoonnummer achtergelaten. Verzoekers hebben nadien geen contact meer opgenomen met vergunninghouder.
Vergunninghouder heeft voldoende inspanning verricht om verzoekers te betrekken bij het plan. Het is hun eigen keuze geweest geen contact op te nemen. Ook anderszins is het de voorzieningenrechter niet gebleken dat te weinig aan participatie is gedaan.