Elke donderdag publiceert PONT de jurisprudentie van deze week over het omgevingsrecht, samengesteld door medewerkers van STAB. Hiermee mis je niets van de belangrijkste uitspraken en kun je ze eenvoudig langslopen.

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht
Week 28
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3955: Awb, Wro; bpl, mogelijkheid sloop gebouw volgt nog steeds niet uit planregels, einduitspraak na tweede tussenuitspraak
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3976: Awb, Wro; bpl, bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen bestemming 'Maatschappelijk', herstelbesluit, term 'nagenoeg zelfstandige bewoning', voldoende duidelijk, geluid, verkeer, rapport deskundige, ander aantal dan in rapport wegverkeerslawaai, parkeren, einduitspraak na tussenuitspraak
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3973: Awb, Wro; bpl, vakantiepark, regeling verhuur, uitsluitend via centrale organisatie, beperking eigendomsrecht, ruimtelijke relevantie, eis onevenredig
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3967: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, reclamemast, afwijken bpl, reconstructie verkeersknooppunt, 20 m hoge mast toegestaan, weigering vvgb, restaurant, zichtbaarheid weggebruikers, ruimtelijk aanvaardbaar landschap (Rb Noord-Nederland 21/3753)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3952: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling manegegebouwen tot twee huizen, vijf appartementen en theeschenkerij, verkeer, berekening verkeersgeneratie onduidelijk, juiste parkeernormen gehanteerd, berekening parkeerbehoefte onduidelijk, overschrijding termijn vaststellen bpl, tussenuitspraak
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3954: Awb, Chw, Wro; bpl, appartementengebouw met 73 woningen, voorbereiding, plangrens, beeldkwaliteitsplan, omvang bebouwing, positionering bouwvlakken en bebouwing, planregels bestemming 'Wonen', afwijkingsregels, overlast, verkeer, parkeren, nota parkeernormen, mobiliteitscorrectie, openbare parkeerplaatsen in omgeving plangebied
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3957: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, legalisatie twee appartementen, bijgebouw, ondergeschikt aan hoofdgebouw, geen bijbehorend bouwwerk, strijd met goede ruimtelijke ordening, vertrouwensbeginsel, niet handhavend optreden (Rb Limburg 22/2818)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3977: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, beëindigen exploitatie bijenhouderij, bestemming 'Agrarisch', uitleg planregels, agrarische bodemexploitatie, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 22/1857 en 22/1859)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3959: Awb, Chw, Waterwet; projectplan, stuw, vrees wateroverlast, zelfde gronden als in beroep (Rb Oost-Brabant 23/2865 en 23/2866)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3971: Awb, Ontgrondingenwet; goedkeuring werkplan ontgronding, procesbelang, periode werkplan verstreken, inmiddels nieuw werkplan, afvoerroute, uitvoeringsaspect, alternatieve afvoeringsroutes, bereikbaarheid woning, geluid, lege vrachtwagens niet meegenomen in onderzoek, asbest, nulmeting
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3958: Awb, Waterwet; aanpassing legger, aanpassen watergang vanwege woningbouw, legger niet overeenkomstig watervergunning (Rb Oost-Brabant 23/891)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3975: Awb; Wro; bpl, uitbreiding bestaand bedrijventerrein, omgevingsverordening, salamitactiek, onlosmakelijke samenhang, beleidsruimte, woon- en leefklimaat, bereikbaarheid bedrijf, realisatie beeldkwaliteitsplan niet geborgd, parkeernorm, verkeersgeneratie, tussenuitspraak
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3964: Awb, TwG; mijnbouwschade, bijkomende kosten, uren besteed aan procedure, gestelde misgelopen inkomsten uit onderneming, causaal verband niet aannemelijk gemaakt (Rb Noord-Nederland 23/3293)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3960 : Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, stilleggen bouwwerkzaamheden, renovatiewerkzaamheden, ontbreken vergunning (technische) bouwactiviteit, wijziging constructie, bijzondere omstandigheden (Rb Limburg 24/4150 en 24/4409)
*ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3961: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, calamiteitenbrug, verbinding tussen twee delen woonwagenkamp, ontsluitingsroute voor nood- en hulpdiensten, vertrouwensbeginsel, belangenafweging, gebonden beschikking (Rb Noord-Holland 24/2689)
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3953: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, 42 appartementen, voldoende ingegaan op beroepsgronden (Rb Den Haag 24/5569 en 24/5673)
¶ ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3948: Awb, Ow; toewijzing bekrachtiging onteigening, terinzage leggen logboek minnelijk overleg, geen wettelijk vereiste, ook niet op basis van 3:11 Awb, noodzaak onteigening, minnelijk overleg (Rb Zeeland-West Brabant 25/1781)
* ABRvS 7 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3909: Awb, Wabo; vovo handhaving, last onder dwangsom aanbouw met terras en trap zonder vergunning, vergunningvrij, op of in de grond (Rb Noord-Holland 25/341 en 25/347)
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 juli 2026, ECLI:NL:CBB:2026:312: Awb; afwijzing (verlenging) toelating gewasbeschermingsmiddel, beperking van goedkeuring werkzame stof, gebruik als groeiregulator na oogst alleen in afgesloten entrepot, niet aan voldaan
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 juli 2026, ECLI:NL:CBB:2026:315: Awb; afwijzing verzoek intrekking toelating gewasbeschermingsmiddelen, werkzame stoffen, overschrijding normen KRW, belanghebbende, gewasbeschermingsverordening, toelatingsvoorwaarden, esfenvaleraat, Cypermethrin, abamectine, redelijke termijn
* ABRvS 6 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3939: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, restauratie historische boerderij, strijd met bpl, uitleg planregels, hobbymatig agrarisch grondgebruik uitsluitend toegestaan naast uitoefening agrarische bedrijf, wonen ten behoeve hobbymatig gebruik in strijd met bpl. (Rb Oost-Brabant 23/3233 en 24/1114)
¶ Rechtbank Oost-Brabant 6 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4762: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten, verstoring dwergvleermuis, vernielen voortplantings- en rustplaats, realisatie nieuwbouw, geen andere bevredigende oplossing, voorschriften, sloop pas na ongeschikt maken vleermuisverblijfplaatsen, stripwerkzaamheden vallen onder sloopwerkzaamheden, aanvang werkzaamheden voor ongeschikt maken verblijfplaatsen is in strijd met specifieke zorgplicht, dwingende reden van groot openbaar belang, grote behoefte aan sociale huurwoningen, zorglocatie, gunstige staat van instandhouding, alternatieve verblijfsmogelijkheden, vleermuisprotocol
* ABRvS 3 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3867:Awb, Wro; vovo en kortsluiten, facetbestemmingsplan, geluidverdeelplan, herstelbesluit, einduitspraak na tussenuitspraak voorzieningenrechter
* ABRvS 3 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3865: Awb, Wabo; vovo, handhaving, last onder dwangsom, invordering, vergistingsinstallatie, overtreding vergunningvoorschriften, hoogte dwangsom, evenredigheid, voldoende mogelijkheden voor verdere handhaving, (Rb Overijssel 23/2628 en 23/2679)
¶ Rechtbank Noord-Nederland 3 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2600: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning tijdelijke woonunit, afwijzing verzoek handhaving sloopwerkzaamheden, geen spoedeisend belang inzake woonunit, sloopmelding, Bbl, maar dan 10 m3 sloopafval,voorbereiding besluit onzorgvuldig, geen voorziening
* HvJEU 2 juli 2026, ECLI:EU:C:2026:536: EVOA; prejudiciële verwijzing, bezwaren tegen overbrenging van voor nuttige toepassing, zonder verbranding, bestemde afvalstoffen, bevoegdheid bezwaar lidstaat van bestemming, strijd met afvalbeheerplan
* Concl AG HvJEU 2 juli 2026, ECLI:EU:C:2026:541: Rie; prejudiciële verwijzing, niet tijdig beslissen, stilzwijgende goedkeuring in plaats van schriftelijke vergunning, verhoging emissiegrenswaarde VOS, effectieve rechtsbescherming, doelstelling regeling, overig Unierecht, belang met exploitant, in strijd met Rie
* College van Beroep voor het bedrijfsleven 2 juli 2026, ECLI:NL:CBB:2026:304: Awb; vovo, afwijzing verzoek handhaving, ponyhouder, bescherming ponyveulens tegen wolven, Besluit houders van dieren, ovetreding, exmoorponys, doden veulens, eerder handhavingsverzoek, plan na officiële waarschuwing, plan
* ABRvS 2 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3871: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning milieu, actualisatie, bevoegdheid tot actualisatie, verandering bevoegdheid beslissen op aanvraag, gelijk gesteld met omgevingsvergunning door inmiddels bevoegd gezag, belangenafweging (Rb Noord-Holland 24/3031, 24/3583, 24/3584, 24/3585, 24/3781, 24/3789)
¶ Rechtbank Midden-Nederland 2 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3907: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning bopa, 30 tijdelijke woonunits, beperking agrarische bedrijfsvoering, gebruik gewasbeschermingsmiddelen, gevoelig object, langdurig verblijf, onvoldoende duidelijk, afwijkingenbeleid, tuin, gevoelige functie, binnen 50 m, tussenuitspraak
Rechtbank Midden-Nederland 1 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3815: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, ontmoetingsruimte, afwijking omgevingsplan, etfal, parkeren, participatie
¶ Rechtbank Oost-Brabant 1 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4659: Awb, Ow; vovo, handhaving, lasten onder dwangsom, exploitatie parkeerbedrijf bij vliegveld, strijd met omgevingsplan, logistiek bufferterrein, parkeerplaatsen niet op dit terrein aangeboden, zonder medeweten van klanten verplaatst, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom
¶ Rechtbank Limburg 1 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6373: Awb, Ow; handhaving, lasten onder dwangsom, bouwen in strijd met omgevingsvergunning, verbouw schoolgebouw tot twee villa's, aanvraag legalisatie, gedeeltelijke intrekking, niet in macht, eigendomsoverdracht, schoonzoon, hoogte dwangsom, lengte begunstigingstermijn, geen bijzonder omstandigheden
¶ Rechtbank Limburg 1 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6374: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning kap, beschermde boom, zomereik, apv, bomenbeleid, belangenafweging, onvoldoende motivering
* Rechtbank Noord-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2621, ECLI:NL:RBNNE:2026:2622 en ECLI:NL:RBNNE:2026:2618: Awb; afwijzing verzoek schadevergoeding, kosten herbouw woning, schikking met NAM, geen schadevergoedingsregeling, bezwaar niet-ontvankelijk, TwG niet van toepassing, Wet nadeelcompensatie
* Rechtbank Noord-Nederland 30 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2522: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, herinrichten sportpark, vernieuwen accommodatie, geluidsonderzoek, vergewisplicht, uitgegaan van gesloten pand, mogelijkheid gelijkwaardig alternatief, onvoldoende gemotiveerd, einduitspraak na tussenuitspraak
* Rechtbank Overijssel 30 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3715: Awb, Wnb; verzoek om legalisatie van PAS-melders, aanvraag, gericht op verkrijgen vergunning
* Rechtbank Overijssel 30 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3672: Awb; vovo, verzoek ontruimen perceel, geen besluit, geen publiekrechtelijke rechtshandeling, uitoefening eigendomsrecht gemeente
¶ Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5583: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, huisvesten arbeidsmigranten in bedrijfswoning, geen omgevingsvergunning, geen gebruiksmelding Bbl, détournement de pouvoir, gelijkheidsbeginsel, oude beleid, concreet zicht op legalisatie, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom
* Rechtbank Gelderland 26 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5174: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen zonder vergunning gebouwde uitbouw, afmetingen uitbouw, uitspraak rechtbank, blote weergave van feiten, evenredigheid, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 26 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:17345: Awb, Wro; afwijzing verzoek tegemoetkoming planschade, windturbine, afstand 600 m, uitzicht, geluidhinder, Activiteitenbesluit, advies deskundige, nader akoestisch rapport, gebruik LDEN-waarden, cumulatieve geluidsbelasting, gezondheid, taxatie
* Concl AG HvJEU 25 juni 2026, ECLI:EU:C:2026:520: Habitatrichtlijn; niet-nakomingsprocedure, veengebieden, turfwinning in Natura 2000-gebieden, passende beoordeling, herstelverplichting, verslechteringsverbod, beschermingsmaatregelen, aanvangsdatum verplichting bescherming,
¶ Rechtbank Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3552: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bomenkap en -snoei, realisatie appartementencomplex, belangenafweging, onomkeerbaar
* Rechtbank Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3610: Awb, Wnb; positieve weigering natuurvergunning, rundvee- en varkenshouderij, intern salderen, 18 december-uitspraken, referentiesituatie, vergunning op basis van PAS, ander stalsysteem, niet één-en-hetzelfde project
* Rechtbank Gelderland 25 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4987: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, dakterras, verwijderen hekwerk, last volgens eiser niet verstrekkend genoeg, openslaande deuren, valbeveiliging, relativiteit, onvoldoende onderzoek
* Rechtbank Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3611: Awb, Wnb; positieve weigering natuurvergunning, geitenhouderij, intern salderen, 18 december-uitspraken, milieuvergunning na referentiedatum, vergunde situatie op referentiedatum, artikel 9.4, lid 8, van de Wnb, bij verlening milieuvergunning niet artikel 6 Habitatrichtlijn in acht genomen
¶ Rechtbank Gelderland 24 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4927: Awb, Ow; afwijzing verzoek wijziging vergunningvoorschriften, beton- en voormalige asfaltcentrale, verplaatsing asfaltactiviteiten, gedeeltelijke intrekking vergunning, verzoek vergunningsvoorschriften maximale productie puinbreker en de geluidsvoorschriften naar beneden bij te stellen, Invoeringswet Omgevingswet, vergunningvoorschrift of maatwerkvoorschrift, functioneel ondersteunende activiteit, wijzigen vergunning, beleidsruimte, 'significante milieuverontreiniging'
¶ Rechtbank Den Haag 23 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:16974: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bopa, woon-zorg verblijf, tuinbouwbedrijf met caravanstalling, maatwerkvoorschrift voor ander bedrijf, geen spoedeisend belang, niet evident onrechtmatig, advies gebruik gewasbeschermingsmiddelen
¶ Rechtbank Oost-Brabant 23 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4412: Awb, Ow; omgevingsvergunning bopa en technische bouwactiviteit, marktpaviljoen, culturele activiteiten, etfal, beleidsregel kleine bopa, woon- en leefklimaat, parkeerdruk, afweging omgevingskwaliteit, geen sanitaire voorzieningen, geen geluidsanalyse, VNG-brochure, representatieve invulling planologische mogelijkheden
* Rechtbank Gelderland 22 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4890: Awb, Wabo; omgevingsvergunning bopa, drie padelbanen op sportpark, participatie, geluid, maatwerk voor andere woningen, lichthinder, richtlijn, verkeer en parkeren
¶ Rechtbank Oost-Brabant 19 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4398: Awb, Ow; omgevingsvergunning, aanleg oppervlakteverharding op vijf boomkwekerijlocaties, weigering voor één locatie, aardkundige waarden, beïnvloeding watersysteem, uitleg begrip ‘niet omkeerbare oppervlakteverhardingen’, massieve betonplaten
* Rechtbank Rotterdam 19 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7859: Awb; vovo, tijdelijke uitbreiding exploitatie- en alcoholwetvergunning met terrasvlonder, apv, niet in strijd met omgevingsplan, horecanota, woon- en leefklimaat, stemgeluid in avonduren, zomerperuiode, e-mail horecagebiedsadviseur, alleen uitbreiding beoordeeld, motivering onvoldoende
¶ Rechtbank Rotterdam 19 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:7860: Awb, Ow; handhaving, last onder bestuursdwang, legale herkomst kraagpapegaaien niet aangetoond, CITES-basisverordening, overtreding Bal
* Rechtbank Gelderland 17 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4765: Awb, Wabo; omgevingsvergunning afwijken bpl, twee padelbanen, kruimelgevallenregeling, hogere bouwhoogte vanwege ballustrade leidt niet tot extra geluidbelasting, aanvullend akoestisch rapport, einduitspraak na tussenuitspraak
¶ Rechtbank Midden-Nederland 16 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3289: Awb, Ow; omgevingsvergunning graven en verbreden watergangen en leggen dammen met duikers, publicatie, voldoende adeqaat en duidelijk, termijnoverschrijding niet verschoonbaar
* Rechtbank Oost-Brabant 5 juni 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3885: Awb, Wnb; ontheffing, hagedis, gladde slang, verlegging fietspaden, geen andere bevredigende oplossing, mortaliteit, staat van instandhouding, verspreidingsgegevens NDFF, redelijke termijn
¶ Rechtbank Amsterdam 29 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5582: Awb, Ow; omgevingsvergunning BOA, 42 nieuwbouwappartementen, parkeerplaatsen op bestemming "Groen", belangenafweging, parkeren
¶ Rechtbank Noord-Holland 15 mei 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:4956: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, gebruik pand voor prostitutie, omgevingsplanactiviteit zonder vergunning, eigenaar, niet voldaan aan zorgplicht, geen aantoonbare maatregelen ter voorkoming overtreding
* Rechtbank Den Haag 6 november 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:28011: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, gebruik van pand als clubhuis in strijd met bpl, bevindingen bij controle, bestuurlijke rapportage, organisatie verboden verklaard, vertrouwensbeginsel, evenredigheidsbeginsel
¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB
! =(nog) niet gepubliceerd
Week 28 - Bijzondere overwegingen uit totale overzicht
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3973: Awb, Wro; bpl, vakantiepark, regeling verhuur, uitsluitend via centrale organisatie, beperking eigendomsrecht, ruimtelijke relevantie, eis onevenredig
6.2. Uit de plantoelichting volgt dat het doel van de eis is om oneigenlijk woongebruik van de recreatiewoningen tegen te gaan en zo het verblijfsrecreatieve karakter van het park te versterken. Naar het oordeel van de Afdeling is het stellen van die eis evenwel niet noodzakelijk om dit doel te bereiken. In dit kader is van belang dat in zowel het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied 2014" als in het voorliggende bestemmingsplan "Buitengebied - Het Verscholen Dorp" is opgenomen dat permanente bewoning van de recreatiewoningen niet is toegestaan. Het college kan hiertegen dan ook handhavend optreden.
Dat, naar de raad op de zitting heeft gesteld, met de eis ook verhuur van de recreatiewoningen aan prostituées en arbeidsmigranten kan worden tegengegaan, maakt de eis evenmin noodzakelijk. Daargelaten dat uit de plantoelichting niet blijkt dat dit (ook) een reden is geweest om de eis te stellen, geldt namelijk al dat ook dergelijke verhuur op grond van het voorgaande bestemmingsplan al niet was toegestaan en dat daartegen handhavend kon worden opgetreden.
Voor zover de raad op de zitting heeft gesteld dat met de eis ook beoogd zou zijn verrommeling/versplintering van het park tegen te gaan, overweegt de Afdeling dat de raad niet heeft onderbouwd waarom de gestelde verrommeling/versplintering een (ruimtelijk) probleem is. Dat gecentraliseerde verhuur volgens de raad wenselijk is, gelet op de hiervoor onder 6.1 vermelde door de raad gegeven argumenten, is bovendien onvoldoende om te oordelen dat het hier een eis betreft die noodzakelijk is uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij betrekt de Afdeling dat in de bestaande situatie een deel van de percelen met daarop gelegen recreatiewoningen in eigendom is van (verschillende) derden en de raad niet heeft gemotiveerd hoe, gelet op deze bestaande eigendomsverhoudingen en het feit dat eigen recreatief gebruik door die derden nog steeds is toegestaan, de gestelde verrommeling/versplintering met de eis wordt tegengegaan.
Gelet op het voorgaande bestaat naar het oordeel van de Afdeling geen noodzaak om op grond van een goede ruimtelijke ordening in het bestemmingsplan vast te leggen dat verhuur van de recreatiewoningen moet plaatsvinden door tussenkomst van één gecentraliseerde bedrijfsorganisatie. Daar komt bij dat de eis tot een forse beperking van het eigendomsrecht leidt, wat door de raad ook niet is weersproken. Zo wordt de vrijheid van de eigenaren beperkt om te kiezen op welke wijze (zelf of door tussenkomst van bijvoorbeeld een platform) zij de recreatiewoningen te huur aanbieden aan derden. Bovendien is het de eigenaren, zoals op zitting aan de orde is geweest, gelet op de in artikel 1.7 van de planregels neergelegde definitie van ‘eigen recreatief gebruik’, ook niet (meer) toegestaan om hun recreatiewoningen om niet te laten gebruiken door bijvoorbeeld hun uit huis wonende kinderen of om daar zelf met eigen kleinkinderen te verblijven. Dat, naar het Bungalowpark op zitting heeft gesteld, deze derden zich alleen hoeven aan te melden bij het Bungalowpark en het Bungalowpark voor dergelijke verhuur geen kosten in rekening zal brengen bij de eigenaren, maakt dit niet anders. Niet alleen is dit niet vastgelegd, maar dat kan in de toekomst ook wijzigen. Het voorgaande betekent dat de eis naar het oordeel van de Afdeling voor de vier eigenaren die daartegen in deze procedure zijn opgekomen, onevenredig is.
* ABRvS 8 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3977: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, beëindigen exploitatie bijenhouderij, bestemming 'Agrarisch', uitleg planregels, agrarische bodemexploitatie, redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 22/1857 en 22/1859)
8.5. Tussen partijen is in geschil of het houden van bijen en het gebruik van bijenkasten valt onder agrarische bodemexploitatie. De Afdeling stelt vast dat de planregels geen definitie geven van agrarische bodemexploitatie. In artikel 1, onder 11, van de planregels is het begrip agrarisch bedrijf wel gedefinieerd, namelijk: "bedrijf dat gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren". Maar dit zegt nog niet direct iets over de betekenis van agrarische bodemexploitatie. Artikel 3.1 van de planregels is echter gelet op de overige planregels voldoende duidelijk. Op grond van artikel 3.3.1 en artikel 3.3.2 van de planregels kan het college binnen de bestemming "Agrarisch" ten behoeve van agrarisch gebruik een omgevingsvergunning verlenen voor de bouw van een schuilgelegenheid voor vee of voor de bouw van een rijbak. De Afdeling leidt hieruit af dat agrarische bodemexploitatie ook de exploitatie van de bodem door het houden van dieren omvat. Artikel 3.1 van de planregels noemt geen specifieke vormen van agrarisch gebruik, zoals akkerbouw, veeteelt of glastuinbouw. Het begrip agrarische bodemexploitatie moet daarom ruim worden geïnterpreteerd. Verschillende vormen van agrarisch gebruik zijn mogelijk, waaronder het houden van dieren en dus ook bijen. Bijen gebruiken het perceel voor het verzamelen van nectar en het bestuiven van bloemen, planten en bomen en zij produceren honing. Honing is een agrarisch product. Daarom is het houden van bijen in dit geval een vorm van agrarische bodemexploitatie.
8.6. Dit betekent dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen het gebruik van de gronden met de bestemming "Agrarisch" voor het exploiteren van een bijenhouderij.
¶ Rechtbank Oost-Brabant 6 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4762: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten, verstoring dwergvleermuis, vernielen voortplantings- en rustplaats, realisatie nieuwbouw, geen andere bevredigende oplossing, voorschriften, sloop pas na ongeschikt maken vleermuisverblijfplaatsen, stripwerkzaamheden vallen onder sloopwerkzaamheden, aanvang werkzaamheden voor ongeschikt maken verblijfplaatsen is in strijd met specifieke zorgplicht, dwingende reden van groot openbaar belang, grote behoefte aan sociale huurwoningen, zorglocatie, gunstige staat van instandhouding, alternatieve verblijfsmogelijkheden, vleermuisprotocol
8.5. Volledigheidshalve wijst de voorzieningenrechter er op dat het uitvoeren van de werkzaamheden, in de wetenschap dat er hoogstwaarschijnlijk vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn in verband met de kraamperiode, mede gelet op de te treffen voorlopige voorziening, wordt beschouwd als een overtreding van de specifieke zorgplicht in 11.27 eerste lid onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Nu hoogstwaarschijnlijk vleermuizen aanwezig zijn en de bebouwing op korte termijn ongeschikt wordt gemaakt voor vleermuizen, kan van vergunninghouder redelijkerwijze worden verwacht dat zij voor die tijd geen werkzaamheden uitvoert teneinde verstoring van de vleermuizen te voorkomen. Mocht een vleermuis als gevolg van verstoring door deze werkzaamheden overlijden, is sprake van een overtreding van artikel 11.46 eerste lid onder a, van het Bal omdat vergunninghouder dan willens en wetens de niet te verwaarlozen kans aanvaardt dat een beschermd dier wordt gedood. Dan is sprake van zogenoemde voorwaardelijke opzet. Daaronder valt dan bijvoorbeeld ook werkzaamheden aan een gebouw, waarvan je kunt verwachten dat het direct of indirecte schadelijke effecten heeft op de aanwezige vleermuizen en/of hun verblijfplaats.
* Rechtbank Gelderland 26 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:5174: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, verwijderen zonder vergunning gebouwde uitbouw, afmetingen uitbouw, uitspraak rechtbank, blote weergave van feiten, evenredigheid, belangenafweging
4. Eisers betogen dat het college in de nieuwe beslissing op bezwaar niet had mogen afwijken van de uitspraak van de rechtbank van 16 december 2025, waarin is overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat de uitbouw een diepte heeft van 30 centimeter in de groenzone. Het college is tegen deze uitspraak niet in hoger beroep gegaan. Het college had daarom op basis van de overschrijding van 30 centimeter de oppervlakte van de uitbouw moeten bepalen. Daarnaast had het college moeten overwegen of 30 centimeter overschrijding in verhouding tot de 15 meter groenzone een dermate geringe overtreding is dat het onevenredig is om eisers te gelasten de uitbouw af te breken.
4.1. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De rechtbank heeft in de eerdere uitspraak overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat de uitbouw met een breedte van 30 centimeter op de groenbestemming is gesitueerd, maar dat wel tussen partijen ter discussie staat met hoeveel oppervlakte de uitbouw op de groenbestemming is gesitueerd.
De rechtbank heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen sprake was van een bijzondere omstandigheid om van handhavend optreden af te zien. De rechtbank acht hiertoe van belang dat het college bij de beoordeling van de situering van de uitbouw op de groenbestemming is uitgegaan van een onjuiste maatvoering. De gehanteerde oppervlakte van 13,82 m² door het college is niet mogelijk wanneer de breedte van het perceel van eisers in acht wordt genomen. De uitbouw dient in zo’n geval om en nabij de 46 meter breed te zijn. Dat is niet mogelijk, want het perceel van eisers is ongeveer 18 meter breed. Om die reden was de rechtbank van oordeel dat de beroepsgrond slaagt en dat het college opnieuw moest motiveren wat de feitelijke afmetingen zijn en of het handhavend wil optreden tegen de overtreding.
4.2. Het college stelt en heeft op zitting toegelicht dat de overschrijding van de uitbouw in de groenzone feitelijk 1,31 meter bedraagt, en dat de totale oppervlakte 12,75 meter bedraagt. Hij acht zich niet gebonden aan de overweging in de eerdere uitspraak dat de overschrijding 0,30 meter zou bedragen. Daarbij merkt hij ook op dat de rechtbank toen ten onrechte heeft overwogen dat dit niet in geschil was.
5. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de stelling van het college dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat dit niet in geschil was, niet kan slagen omdat het dan aan hem was geweest om hoger beroep in te stellen.
De voorzieningenrechter volgt het college echter wel in zijn standpunt dat hij niet aan de gestelde diepte van 30 centimeter is gebonden bij de feitelijke vaststelling van de oppervlakte van de uitbouw. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechters volgt dat indien een bestuursorgaan niet (tijdig) is opgekomen tegen een uitspraak van de rechtbank waarin deze - uitdrukkelijk en zonder voorbehoud - een rechtsoordeel heeft gegeven ten aanzien van hetgeen het bestuursorgaan aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd, het gezag van de rechterlijke uitspraak waartegen geen rechtsmiddel is aangewend vergt dat in het vervolg van de procedure wordt uitgegaan van de juistheid van de aan de vernietiging ten grondslag gelegde overwegingen. Dit kan naar zijn aard echter alleen maar zien op rechtsoordelen in een uitspraak, niet op een blote weergave van feiten, zoals de rechtbank die heeft gezien. De door eisers aangehaalde rechtspraak geldt dus niet voor de, inmiddels onjuist gebleken, feitelijke aanname dat de overschrijding maar 30 centimeter zou betreffen. Het college mocht in het nieuwe besluit dus een andere overschrijding hanteren.
* Rechtbank Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3611: Awb, Wnb; positieve weigering natuurvergunning, geitenhouderij, intern salderen, 18 december-uitspraken, milieuvergunning na referentiedatum, vergunde situatie op referentiedatum, artikel 9.4, lid 8, van de Wnb, bij verlening milieuvergunning niet artikel 6 Habitatrichtlijn in acht genomen
9.3.2 Niet in geschil is dat het project van [derde belanghebbende] stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen veroorzaakt en dat bij de beoordeling van de Wnb-aanvraag onder meer naar de mogelijke gevolgen voor dit gebied moet worden gekeken. Ook is niet in geschil dat de referentiedatum voor dit gebied 10 juni 1994 is. Ter zitting heeft GS ook erkend dat deze datum de voor dit geschil geldende referentiedatum is. De milieuvergunning is na deze referentiedatum verleend. Gelet op wat GS ter zitting heeft verklaard, stelt de rechtbank vast dat de referentiesituatie, zijnde de vergunde situatie op de referentiedatum, niet direct aan de milieuvergunning kan worden ontleend. Deze zaak komt daarom neer op de vraag of de milieuvergunning op grond van artikel 9.4, achtste lid, van de Wnb kan worden aangemerkt als een natuurtoestemming waaraan de referentiesituatie kan worden ontleend.
9.3.3 Die vraag beantwoordt de rechtbank ontkennend. In de overwegingen in de milieuvergunning zijn bij de toetsing aan artikel 6 van de Hrl alleen de Natura 2000-gebieden Wierdense Veld en Sallandse Heuvelrug betrokken. Daarbij is alleen op basis van de afstand van het bedrijf van [derde belanghebbende] tot het Natura 2000-gebied Wierdense Veld (circa 3,4 km) geconcludeerd dat er geen reden is om te veronderstellen dat de vergunningaanvraag zal leiden tot een onacceptabele potentiële negatieve invloed op het voorbestaan van de aanwezige natuurlijks habitats in Natura 2000-gebieden. De rechtbank is van oordeel dat op basis hiervan niet kan worden vastgesteld dat bij de verlening van de milieuvergunning voor het project van [derde belanghebbende] artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Hrl in acht is genomen. In de milieuvergunning wordt geen inzicht gegeven in specifiek te beschermen habitattypen en de instandhoudingsdoelstellingen. Evenmin wordt ingegaan op de andere Natura 2000-gebieden (waaronder de door MOB genoemde gebieden Vecht- en Beneden-Reggegebied, Engbertsdijksvenen, Boetelerveld, Borkeld en Springendal & Dal van de Mosbeek) die voor de beoordeling relevant zijn. Niet is gebleken dat in de milieuvergunning deze gebieden bij de beoordeling zijn betrokken. Die gebieden liggen weliswaar op grotere afstand van het bedrijf van [derde belanghebbende] dan het gebied Wierdense Veld, maar dat vormt naar het oordeel van de rechtbank geen reden om deze buiten beschouwing te laten bij de toets aan artikel 6 van de Hrl.
* Rechtbank Overijssel 25 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3610: Awb, Wnb; positieve weigering natuurvergunning, rundvee- en varkenshouderij, intern salderen, 18 december-uitspraken, referentiesituatie, vergunning op basis van PAS, ander stalsysteem, niet één-en-hetzelfde project
9.3 De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat in de aangevraagde situatie stal 5 niet meer wordt gebruikt dan wel aanwezig is en dat daarvoor in de plaats stal 2 in gebruik wordt genomen. Stal 2 staat op een andere locatie dan stal 5. In de aangevraagde situatie worden, ten opzichte van de vergunde situatie, minder vleeskalveren tot circa 8 maanden gehouden (164 stuks, in de voormalige stal 5; Rav-code A 4.100 (overige huisvestingssystemen)) en meer fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar gehouden (71 stuks, in de nieuwe stal 2; Rav-code A 7.100 (overige huisvestingssystemen)).
9.4 In de door MOB genoemde uitspraak van 23 juli 2025 verwijst de Afdeling naar punt 86 van het PAS-arrest van het Hof. Daarin heeft het Hof overwogen dat een activiteit kan worden aangemerkt als één-en-hetzelfde project waarvoor geen nieuwe beoordeling nodig is op grond van artikel 6, derde lid, van de Hrl, mits het daarbij gaat om één enkele verrichting die zich kenmerkt door een gemeenschappelijk doel, continuïteit en volledige overeenstemming, met name wat betreft de plaatsen waar en de voorwaarden waaronder de activiteit wordt uitgevoerd.
9.5 Naar het oordeel van de rechtbank kan in dit geval de aangevraagde activiteit niet meer worden aangemerkt als één-en-hetzelfde project als de vergunde activiteit, omdat beide activiteiten van elkaar verschillen. De dieraantallen en -soorten wijzigen en de verschillende dieren worden ook gedeeltelijk in verschillende stallen gehouden. Daarmee ontbreekt de vereiste continuïteit en overeenstemming met name wat betreft de plaats en de voorwaarden waaronder de activiteit wordt uitgevoerd. Indien een activiteit niet onder dezelfde voorwaarden wordt voortgezet maar wordt gewijzigd, moet zij worden aangemerkt als een nieuw project in de zin van artikel 6, derde lid, van de Hrl. De rechtbank is daarom van oordeel dat de aangevraagde activiteit een nieuw project vormt waarvoor moet worden beoordeeld of significante gevolgen voor Natura 2000‑gebieden op voorhand zijn uitgesloten. Nu GS die beoordeling niet heeft verricht maar de aanvraag positief heeft geweigerd, kunnen de rechtsgevolgen van het bestreden besluit niet in stand blijven.
¶ Rechtbank Gelderland 24 juni 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:4927: Awb, Ow; afwijzing verzoek wijziging vergunningvoorschriften, beton- en voormalige asfaltcentrale, verplaatsing asfaltactiviteiten, gedeeltelijke intrekking vergunning, verzoek vergunningsvoorschriften maximale productie puinbreker en de geluidsvoorschriften naar beneden bij te stellen, Invoeringswet Omgevingswet, vergunningvoorschrift of maatwerkvoorschrift, functioneel ondersteunende activiteit, wijzigen vergunning, beleidsruimte, 'significante milieuverontreiniging'
4.1. Deze zaak gaat over de afwijzing van het verzoek van eisers tot wijziging van voorschriften van een revisievergunning uit 1995. In het bijzonder gaat het over het al dan niet wijzigen van voorschrift 10.1 (mobiele puinbreker) en voorschriften 15.1 en 15.2 (geluid).
4.1.1. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld, en tussen partijen is ook niet in geschil, dat vergunningvoorschrift 10.1 onder de Omgevingswet wordt aangemerkt als vergunningvoorschrift.
4.1.2. Van voorschriften 15.1 en 15.2 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat deze als maatwerkvoorschriften moeten worden aangemerkt onder de Omgevingswet. Volgens het college bepaalt artikel 4.13, vierde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet namelijk dat wanneer op een locatie zowel milieubelastende activiteiten worden verricht waarvoor een omgevingsvergunning is vereist (in dit geval: de puinbreker en de betonmortelcentrale) als milieubelastende activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is (in dit geval: de op- en overslagactiviteiten van zand en grind) vergunningvoorschriften die op beide activiteiten betrekking hebben, gelden als maatwerkvoorschriften voor zover er een bevoegdheid is om daarvoor maatwerkvoorschriften te stellen. Eisers en het bedrijf hebben zich op de zitting bij dit standpunt aangesloten.
4.1.3. De rechtbank is, anders dan partijen, van oordeel dat voorschriften 15.1 en 15.2, ook onder de Omgevingswet nog als vergunningvoorschriften gelden. Weliswaar zijn op zichzelf staande op- en overslagactiviteiten van zand en grind niet als vergunningplichtige activiteit aangewezen in artikel 3.285 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), maar deze op- en overslagactiviteiten zijn wel als vergunningplichtige activiteit aangewezen als ze plaatsvinden als functioneel ondersteunende activiteit bij de betonmortelcentrale. Dat volgt uit artikel 3.115, onder c, gelezen in verbinding met artikel 3.111, eerste en tweede lid, van het Bal. De op- en overslagactiviteiten van zand en grind staan in dit geval naar het oordeel van de rechtbank namelijk niet op zichzelf, maar zijn ten dienste van en functioneel ondersteunend aan de betonmortelcentrale van het bedrijf, zowel op deze locatie als op de locatie in Veenendaal. Zo volgt bijvoorbeeld uit de revisievergunning zelf dat de “hoofdactiviteiten” van het bedrijf de productie van asfalt en de productie van betonmortel betreffen en de “nevenactiviteiten” de mobiele breekinstallatie, het overslaan van zand en grind en het exploiteren van een tankplaats en werkplaats. Deze nevenactiviteiten worden (voornamelijk) ingezet om daarmee de hoofdactiviteit, namelijk de productie betonmortel, te kunnen uitvoeren.
(…)
9. De rechtbank is van oordeel dat het college in redelijkheid voorschrift 15.1 niet heeft hoeven wijzigen. Weliswaar hebben eisers aan de hand van een deskundigenrapport onderbouwd dat de geluidbelasting als gevolg van het wegvallen van de asfaltactiviteiten in ieder geval in de avond- en nachtperiode minder wordt, maar dat betekent nog niet dat het college ook gehouden was om dit voorschrift te wijzigen. Het college heeft namelijk beleidsruimte om een voorschrift al dan niet te wijzigen met het oog op significante milieuverontreiniging. En met inachtneming van die beleidsruimte heeft het college onderbouwd dat ook bij het geldende, onherroepelijke, geluidvoorschrift sprake is van een (voor eisers) aanvaardbare situatie. Onder die omstandigheid heeft het college er in dit geval in redelijkheid voor kunnen kiezen het belang van het bedrijf tot conservering van de huidige geluidruimte zwaarder te laten wegen dan het belang van eisers bij een vermindering van de geluidsbelasting. De beroepsgrond slaagt niet.