Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraken omgevingsrecht 2026, week 32

Elke donderdag publiceert PONT de jurisprudentie van deze week over het omgevingsrecht, samengesteld door medewerkers van STAB. Hiermee mis je niets van de belangrijkste uitspraken en kun je ze eenvoudig langslopen.

STAB 6 August 2026

Jurisprudentie - rode draad

Jurisprudentie - rode draad

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

Week 32

* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4601: Awb, Wm; handhaving, last onder dwangsom, overbrenging afvalstoffen zonder schriftelijke kennisgeving en toestemming, partijen grond naar Duitsland, EVOA, illegale overbrenging, bijproducten, overschrijding redelijke termijn
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4567: Awb, Wro; bpl, gewijzigde vaststelling, 12 woningen, voormalig agrarisch, participatie, kwantitatieve behoefte, alternatieve woningbouwlocatie, stedenbouwkundige inpassing, verkeer, parkeren, waterhuishouding
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4588: Awb, Wro; provinciaal inpassingsplan, gecoördineerde besluiten, transport restwarmte, omgevingsvergunning warmtetransportleiding, kappen bomen, verplanten bomen, beperking gebruiksmogelijkheden perceel, relativiteitsvereiste, participatie, voorkeursalternatief, nieuwe informatie, efficiëntie van transportleiding, weidevogels, temperatuurstijging, gevolgen activiteiten tijdens broedseizoen, ecologisch werkprotocol, soortenbescherming, stabiliteit dijk
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4566: Awb, Wro; bpl, wijzigingsplan, 41 appartementen, parkeren, doorgang hulpdiensten, stedenbouwkundige inpassing, geluidscherm, uitzicht, verkeersveiligheid, bezonning, beeldkwaliteit
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4474: Awb, Monumentenwet, architectonisch en cultuurhistorisch belang, navolgbare motivering (Rb Den Haag 23/5233)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4572: Awb, Wro; bpl, actualisatie, bescherming rijksbeschermd stadsgezicht, planbegrenzing, cultuurhistorische waarden,
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4587: Awb, Wro, Wgh; 2 bpl'en, hogere grenswaarden geluid, bouwen 60 woningen, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, participatie en draagvlak, bouwhoogte, waterhuishouding, groenstrook, erfafscheiding, waardevermindering
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4473: Awb, Wro; bpl, herontwikkeling buurt, 64 woningen slopen, 75 renoveren, 191 nieuwe woningen, goede procesorde, intrekking aanwijzing beschermd stadsgezicht, planbegrenzing, cultuurhistorische waarden, verdichting, gemeentelijk beleid, cultuurhistorische waarden, financiële uitvoerbaarheid
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4574: Awb, Wro; bpl, twee-onder-één-kapwoning, woon- en leefklimaat, vrij uitzicht, privacy, geringe omvang, afstand, gebruik gemeentegrond, anterieure overeenkomst
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4600: Awb, Wabo; niet voldoen aan verzoek opgelegde last op schrift te stellen, last onder bestuursdwang, steiger op trottoir, onafgeronde werkzaamheden, geen spoedeisende bestuursdwang, gelegenheid om zelf te handelen, 1 uur de tijd, bevoegdheid bestuursrechter, judiciële lus (Rb Noord-Nederland 23/700)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4607: Awb, Wro; bpl, kampeerterrein, woning met b&b, goede procesorde, participatie, intensieve veehouderij
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4586: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, overkapping en schuur verwijderen, bouwwerken zonder omgevingsvergunning, evenredigheid, 20 jaar, gelijkheidsbeginsel (Rb Gelderland 22/5294)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4460: Awb, Wabo; weigering legaliserende omgevingsverunning, overkapping, recreatiepark, ruimtelijke en landschappelijke kwaliteit, gelijkheidsbeginsel (Rb Gelderland 23/2259)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4609: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, plaatsen bootlift, toepasselijkheid afwijkingenbeleid (Rb Midden-Nederland 23/6467)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4591: Awb, Wro; bpl, veegplan, uitbreidingswens supermarkt niet meegenomen, detailhandelsnota, belangenafweging
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4455: Awb, Wabo; uitblijving bekendmaking omgevingsvergunning van rechtswege, verbouw en uitbreiden bestaand gebouw, datacenter, grondentrechter, uitgebreide procedure, onlosmakelijk samenhangende activiteiten, toetsing aan bestemmingsplan, maximale oppervlakte bedrijfsgebouwen, geluidszoneringsplicht, motorisch vermogen koelunits (Rb Amsterdam 22/6356 en 22/6358)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4605: Awb, Wro; bpl, uitbreiding bedrijventerrein, voormalige glastuinbouwlocatie met bedrijfswoning, ladder duurzame verstedelijking, infrastructuur, alternatieve locaties, provinciaal beleid, uitbreiding bestaand terrein, gemeentelijk beleid, geluid, gecumuleerde geluidbelasting, parkeren, wijziging van ondergeschikte aard, overschrijding redelijke termijn
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4589: Awb, Wro; bpl, parapluplan, verbod datacenters, dienstenrichtlijn, beperking gebruik gronden, maximaal aansluitvermogen, exceptieve toetsing instructieregel Omgevingsverordening, verzwaring elektriciteitsnet, omgevingsverordening, clusteren datacenters, evenredigheid, minder beperkende maatregel, provinciaal belang, verleende vergunning, zwaarwegend belang, bruto vloeroppervlak
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4568: Awb, Wm, vaststelling saneringsplan geluid, verlaging geluidproductieplafonds, zoab, ontvankelijkheid, andere saneringsmaatregel, doelmatigheid geluidscherm, categorieën saneringsobjecten, termijn uitvoering, geluidhinder brug, piekgeluiden, invloed op Lden, representativiteit nalevingsverslag, gelijkheidsbeginsel
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4484, ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4485, ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4486 en ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4487: Awb, Ontgrondingenwet, Wm; ontgrondingsvergunningen, winnen schelpen, mer-plicht, mer-beoordelingsbesluit, hoeveelheid te winnen schelpen, verwijzing naar STAB-advies, uitputting schelpenwinning, dalende trend kokkels, werelderfgoedverdrag, overschrijding redelijke termijn
# ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4602: Awb, Wabo, Wgh; hogere waarden geluid, omgevingsvergunning bouwen, 823 appartementen, 218 parkeerplaatsen, commerciële ruimte, verklaring van geen bedenkingen, coördinatieregeling, omgevingsverordening, gemeentelijk beleid, woonvisie, groen, kap bomen, herplanting, water, bouwhoogte, rooilijn, schaduwwerking, windklimaat, geluidhinder, dry coolers, parkeren, verkeer, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, financiële uitvoerbaarheid, welstand, relativiteitsvereiste
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4577: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning voor oprichten en in werking hebben van een mijnbouwwerk, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, winnen aardwarmte, beroepsmogelijkheid, Verdrag van Aarhus, ontvankelijkheid (Rb Overijssel 18/1939 en 21/1005)
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4608: Awb, Wro; bpl, houtzagerij en houthandel, geluidoverlast, relativiteitsvereiste, provinciale omgevingsverordening, concurrentie, relevante leegstand, gelijkheidsbeginsel, functieveranderingsbeleid, vestiging nieuw niet-agrarisch bedrijf, detailhandel toegestaan, ladder voor duurzame verstedelijking, geluid representatieve bedrijfssituatie, detailhandelsfunctie, geluidvermogen heftrucks, bedrijfstijd heftrucks en kettingzaag, gebreken akoestisch onderzoek
* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4569: Awb, Wabo; afwijzing verzoek tot wijziging of intrekking, omgevingsvergunning milieu en bouwen, oprichten varkenshouderij, geur, combiluchtwasser, werkelijk rendement, monitoringsverplichting, noodzaak, rechtszekerheid, art. 8 EVRM, hindercriterium, overschrijding redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 20/1938 en 20/1973)
ABRvS 4 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4541: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, verbouwen winkelruimte en bovenwoning tot twee eengezinswoningen, dakopbouw, 2 dakterrassen, parkeren, geen spoedeisend belang (Rb Noord-Holland 25/2210)
* Rechtbank Gelderland 31 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6180: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning, verhoging stortplaats, aanleg tunnelcompostering, afvalverwerker, geur, ruwheidslengte, geluid, bouwfase, cumulatie, milieuneutrale wijziging, natuur, referentiesituatie, stikstofdepositie, geen redelijke kans van slagen, belangenafweging
Rechtbank Gelderland 30 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6168: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning wateractiviteit, fluisterboten, wijziging vaarroute, ontvankelijkheid, relativiteitsvereiste, verstoring algemene soorten, geen stukken overgelegd, zorgvuldigheid
* Rechtbank Amsterdam 29 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7762: Awb, Gmw; vovo, evenementenvergunning, geen spoedeisend belang, gehoor- en gezondheidsschade, geluidnormen in lijn met beleid, niet evident onrechtmatig
Rechtbank Noord-Nederland 29 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3196: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, 7 appartementen, bopa, inrichtingsplan, duidelijkheid bij toekomstig gebruik, meten bouwhoogte, afwijkingsbevoegdheid, etfal, privacy, uitzicht, sociale veiligheid, participatie
Rechtbank Overijssel 29 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4633: Awb, Ow; vovo, handhaving, last onder dwangsom, afvalrecyclingbedrijf, sorteerinstallatie in afwijking van vergunning, lopende aanvraag revisievergunning, andere positionering, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom, legalisatie, akoestisch onderzoek niet goedgekeurd, geur, emissies naar de lucht
Rechtbank Gelderland 28 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6076: Awb, Ow; omgevingsvergunning plaatsen tijdelijke woonunit, 2 containers, meterkastvoorziening, verrichten graafwerkzaamheden, bopa, strijdigheid met beleidsregels, weging alternatieve oplossing, quickscan flora en fauna, archeologisch onderzoek, participatiebeleid, voorwaarde bewoners
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6960: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning verbouwen, gemeentelijk monument, bopa, etfal, niet alle stukken beschikbaar, onherstelbare wijzigingen monument
Rechtbank Overijssel 24 juli 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4533: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, woning met bijgebouwen, toetsing aan etfal, privaatrechtelijke belemmering, participatie, Rood voor Rood-regeling, omgevingsvisie, erfafscheiding, woninginhoud, oppervlakte bijgebouwen, sloopbewijs, compensatiewoning
* Rechtbank Noord-Nederland 24 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3171: Awb, Waterwet; vovo, watervergunning, legalisatie demping sloot, omvang demping groter, onvoldoende meetgegevens, luchtofoto's, diepte, plaatselijke omstandigheden, hydrologisch herstel, compenserende maatregelen, locatie compensatie voldoende duidelijk
Rechtbank Den Haag 23 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21254: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, bouwen zonder omgevingsvergunning, berging, oorspronkelijke schuren gesloopt, gedoogd wonen in recreatiewoning, afwijken bpl niet mogelijk, beginselplicht tot handhaving, geen concreet zicht op legalisatie, evenredigheid, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6770: Awb, Ow; handhaving, last onder dwangsom, verwijderen en verwijderd houden bouwwerk, installaties ten dienste van tuin, beginselplicht tot handhaving, evenredigheid, verkeersveiligheid, begunstigingstermijn, hoogte dwangsom
Rechtbank Noord-Holland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9676: Awb, Ow, Gmw; vovo, evenementenvergunningen, omgevingsvergunning afwijken geluidvoorschriften omgevingsplan, dorpsfeest, podia, geluidsinstallatie, jaarmarkt, Nota Limburg, cumulatie, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 17 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20028: Awb, Wnb; ontheffing vangen en doden vos, beschadigen en vernielen vaste voortplantings- en rustplaatsen, bescherming boerenlandvogels, belanghebbendheid, goede procesorde, noodzaak, adequaatheid bescherming, faunabeheerplan, beperking naar tijd en plaats, andere bevredigende oplossingen, geldigheidsduur
Rechtbank Rotterdam 17 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9092: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, afwijzing handhavingsverzoek, geluidoverlast, PowerNEST-installatie, geen representatieve meting
Rechtbank Rotterdam 17 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9100: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, omgevingsvergunning opa, technische bouwactiviteit, vervangen kozijnen, aanpassen voorgevel, realiseren buitenruimtes, bopa, etfal, stedenbouwkundig karakter, borging groenvoorzieningen, vleermuizen, specificiteit voorschrift, welstand, limitatief-imperatief stelsel, horeca
* Rechtbank Den Haag 17 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20031: Awb, Wnb; ontheffing opzettelijk beschadigen, vernielen of wegnemen, rustplaatsen ransuil, opzettelijk verstoren, rustplaatsen watervleermuis, aanleggen ecologische structuur, ontwikkelen natuur, bosloper en parkloper, staat van instandhouding, andere bevredigende oplossingen, monitoring
* Rechtbank Noord-Nederland 16 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3126: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning vestigen supermarkt, strijd met bpl, voorbereidingsprocedure, Dienstenrichtlijn, discriminatieverbod, evidentiecriterium, verdringingseffecten, verschuiving aard bezoek, ongewenste gevolgen verkeer
Rechtbank Oost-Brabant 16 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5014: Awb, Ow; omgevingsvergunning, realiseren B&B-accommodatie, strijdig gebruik, nevenactiviteit bestaande paardenhouderij, aanvullende aanvraag als nieuwe aanvraag, overkappingen, overlast horeca, advies hoorcommissie
* Rechtbank Noord-Holland 16 juli 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9564: Awb; vovo, afwijzing handhavingsverzoek, geuroverlast buren, rookgasafvoer, riool, ventilatie, was-apparatuur, geen spoedeisend belang, situatie al jaren aan orde
* Rechtbank Den Haag 15 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19624: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning afwijken bpl, kadeterras en vlonderterras, restaurant, binnenplanse afwijkingsmogelijkheden, fietsparkeerplaatsen, passantenplek haven, gelijkheidsbeginsel
Rechtbank Noord-Nederland 14 juli 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3165: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning bouwen, plaatsen keerwanden, verwijderen zandwal, bouwen kas, straatwerk, verplaatsen zonnepanelen, tijdelijke inrit, geen evidente privaatrechtelijke belemmering, erfgrens
Rechtbank Midden-Nederland 13 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4225: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, bopa, bedrijfsgebouw, aanleggen kavelpad, verhogen milieucategorie, rechtsonzekerheid, onduidelijkheid wat is vergund, herstel in procedure, etfal, gemengd gebied, VNG-brochure, transportbewegingen lichte vrachtwagens, aanhangers
# Rechtbank Den Haag 13 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:20005: Awb, Wabo; omgevingsvergunning oprichten inrichting, in- en verkoop en op- en overslag en bewerking afvalstoffen, aanvrager, positie omgevingsdienst, NRB-inventarisatie, nut en noodzaak, natuurvergunning, m.e.r.-beoordelingsbesluit, uitleg bestemmingsplanregel, milieucategorie, aard en invloed op de omgeving, verkeersbewegingen, stof, geluid, mobiele kraan, richtafstand, knipschaar, geur, rotten groenafval, externe veiligheid, binnenplanse afwijkbevoegdheid, verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid, parkeren, trillingen, brandveiligheid, POP's, puinbreken, asbest
Rechtbank Midden-Nederland 10 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4226: Awb, Ow; vovo, tijdelijke omgevingsvergunning wateractiviteit, vertraging inklinking, nathouding, wateroverlast, waterpeil watergangen, niet evident onrechtmatig, belangenafweging
* Rechtbank Den Haag 10 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19405: Awb, Wabo; vovo, omgevingsvergunning bouwen, kas, bedrijfsruimte, wateropslagtank, trafo's, silo's, woning, in-/uitrit, bouw woning gestart, strijdigheid met bpl, vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbeginsel, bedrijfswoning, motiveringsgebrek
Rechtbank Den Haag 10 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19406: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, last onder dwangsom, strijd met omgevingsplan, gebruik bedrijfspand als dansschool, geen concreet zicht op legalisatie
* Rechtbank Den Haag 10 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:21127: Awb, Wabo; weigeren omgevingsvergunning handelen in strijd met bpl, dichtbouwen luifel recreatieverblijf, maximale vloeroppervlakte, feitelijke situatie, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Midden-Nederland 10 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:4402: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, realiseren vier zelfstandige studio's, procesbelang, eerdere vergunning studentenwoningen, gestapeld bouwen, strijdigheid met bpl
* Rechtbank Den Haag 8 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19439: Awb, Wabo: omgevingsvergunning aanpassen rijksmonument, intern aanpassen kerk, schermen, speakers, camera's, orgel, bedieningstafel, bekabeling, belanghebbendheid, afbreuk aan kerk, relativiteitsvereiste
Rechtbank Den Haag 7 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19403: Awb, Ow; omgevingsvergunning bouwen, foliekas, standaardmaatvoering, binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, overschrijding bouwvlak, afwachten watervergunning, welstandsnota, lichthinder, reflectie zonlicht, overleg met omwonenden, alternatieve locatie
* Rechtbank Den Haag 3 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:19440: Awb, Wabo; handhaving, last onder dwangsom, uitbouw zonder omgevingsvergunning, café-restaurant, strijd met goede procesorde, sprake van overtreding, foto's inspectierapport, overtrederschap, renovatie dak eerder illegale uitbouw, hoogte dwangsom, overschrijding redelijke termijn
Rechtbank Amsterdam 16 juni 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6071: Awb, Ow; gedeeltelijke weigering omgevingsvergunning, legalisatie vlonder met overkapping, erfafscheiding, maximale bouwhoogte, welstand, doorzicht, belangenafweging, gelijkheidsbeginsel
* Rechtbank Amsterdam 7 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:6283: Awb, Wabo; weigering 2 omgevingsvergunningen, bouwen bijgebouw, afwijken beheersverordening, vertrouwensbeginsel, uitruil, positieve houding, overschrijding redelijke termijn


¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB

=(nog) niet gepubliceerd

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

Week 32 - Bijzondere overwegingen uit totale overzicht

* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4600: Awb, Wabo; niet voldoen aan verzoek opgelegde last op schrift te stellen, last onder bestuursdwang, steiger op trottoir, onafgeronde werkzaamheden, geen spoedeisende bestuursdwang, gelegenheid om zelf te handelen, 1 uur de tijd, bevoegdheid bestuursrechter, judiciële lus (Rb Noord-Nederland 23/700)
4. Ingevolge artikel 5:21 van de Awb wordt verstaan onder een last onder bestuursdwang: de herstelsanctie, inhoudende:

a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en

b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet tijdig wordt uitgevoerd.

Deze sanctie bestaat dus uit twee elementen. Een opgelegde last om de overtreding te beëindigen en/of ongedaan te maken en de bevoegdheid voor het bestuursorgaan om dit zelf te doen als de overtreder dit niet tijdig doet. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is dus niet doorslaggevend of het bestuursorgaan al dan niet daadwerkelijk is overgegaan tot toepassing van de bestuursdwang. De bedoeling van een gewone last onder bestuursdwang is namelijk primair om de overtreder aan te zetten tot het zelf ongedaan maken van de overtreding zodat toepassing van bestuursdwang wordt voorkomen.

Naast de gewone last onder bestuursdwang voorziet de Awb in artikel 5:31 in de mogelijkheid om in spoedeisende gevallen te besluiten bestuursdwang toe te passen zonder voorafgaande last of, indien de situatie zo spoedeisend is dat een besluit niet kan worden afgewacht, terstond bestuursdwang toe te passen. In het laatste geval wordt zo spoedig mogelijk nadien alsnog een besluit bekendgemaakt.

Kenmerkend element van deze vormen van spoedeisende bestuursdwang is dat de overtreder niet eerst zelf de gelegenheid wordt geboden om de overtreding ongedaan te maken.

5. Omdat [appellant] in dit geval de gelegenheid is geboden de overtreding zelf te beëindigen, is alleen al daarom geen sprake van spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31 van de Awb.

De handelwijze van het college heeft wel alle kenmerken van een gewone last onder bestuursdwang. Ingevolge artikel 5:24 van de Awb omschrijft de last de te nemen herstelmaatregelen, vermeldt deze de termijn waarbinnen deze moet worden uitgevoerd en wordt deze bekend gemaakt aan de overtreder. Aan al deze kenmerken is voldaan. Op 22 december 2021 is aan [appellant] als overtreder medegedeeld dat de steiger uiterlijk op 24 december 2021 moest worden verwijderd. Op 24 december 2021 is aan hem medegedeeld dat de steiger uiterlijk op die dag vóór 15:00 uur moest worden verwijderd. [appellant] mocht in dit geval op 24 december 2021 ook begrijpen dat hem een last onder bestuursdwang werd opgelegd en dat niet enkel werd verzocht om een overtreding te beëindigen, juist omdat de toezichthouder op 24 december 2021 werd vergezeld door een steigerbouwer die klaar stond om door feitelijk handelen de last uit te voeren als [appellant] hieraan niet zelf zou voldoen. In die zin verschilt de situatie in deze zaak van die in de zaak waarnaar onder 2 wordt verwezen. In die zaak bevatte de mededeling geen last tot ongedaan maken van de overtreding, maar het aanleveren van een plan van aanpak om ‘een aanvang te maken met de vereiste maatregelen’. Evenmin stond een uitvoerder klaar om door feitelijk handelen opvolging te geven aan de mededeling.

De stelling van het college dat er geen sprake kan zijn van een last onder bestuursdwang omdat de toezichthouder niet bevoegd is deze zelfstandig op te leggen volgt de Afdeling niet. Er was geen enkele aanleiding voor [appellant] om te twijfelen aan de bevoegdheid van de toezichthouder om namens de gemeente een last op te leggen. Mocht de toezichthouder onbevoegd hebben gehandeld, dan komt dat niet voor risico van [appellant].

5.1. Op de zitting is toegelicht dat het college bij voorkeur op deze manier te werk gaat en, als een overtreder voldoet aan de last en de overtreding zelf tijdig beëindigt, deze niet op schrift wordt gesteld.

Door de last onder bestuursdwang niet op schrift te stellen, wordt niet voldaan aan één van de vereisten voor het aannemen van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Omdat een belanghebbende alleen tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter, zou dit tot gevolg hebben dat geen rechtsbescherming bij de bestuursrechter open staat tegen een op deze wijze mondeling opgelegde last onder bestuursdwang.

De Afdeling is van oordeel dat tegen een mondeling opgelegde last onder bestuursdwang, in de omstandigheden als geschetst onder 5, rechtsbescherming open moet staan bij de bestuursrechter. [appellant] betoogt terecht dat de bestuursrechter, anders dan de civiele rechter, bij uitstek aangewezen is over een dergelijk bestuursrechtelijk geschil te oordelen.

In dit geval heeft [appellant] een beroepsmogelijkheid bij de bestuursrechter gecreëerd door bezwaar in te dienen tegen de weigering de last op schrift te stellen. De Afdeling ziet echter uit oogpunt van efficiënte rechtsbescherming aanleiding de mondeling opgelegde last, inhoudende om voor 15:00 op 24 december 2021 de steiger te verwijderen, gelijk te stellen met een besluit. Het gevolg hiervan is dat het college de inhoudelijke bezwaren van [appellant] tegen de opgelegde last dient te behandelen en daarover een besluit op bezwaar dient te nemen. [appellant] dient in de gelegenheid te worden gesteld deze inhoudelijke bezwaren toe te lichten in een bezwaarprocedure.

* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4577: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunning voor oprichten en in werking hebben van een mijnbouwwerk, omgevingsvergunning bouwen en afwijken bpl, winnen aardwarmte, beroepsmogelijkheid, Verdrag van Aarhus, ontvankelijkheid (Rb Overijssel 18/1939 en 21/1005)
4.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat het volledig uitsluiten van de toegang van het college tot de bestuursrechter in strijd is met artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus en dat om die reden artikel 1.4 van de Chw buiten toepassing moet worden gelaten. Naar het oordeel van de Afdeling is de rechtbank ten onrechte tot dit oordeel gekomen. De Afdeling overweegt daartoe als volgt.

Artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus regelt voor leden van het betrokken publiek de toegang tot de rechter met betrekking tot besluiten die vallen onder de bepalingen van artikel 6 van het Verdrag van Aarhus (Aarhus-besluiten). Uit artikel 9, tweede lid, van het Verdrag van Aarhus volgt niet dat de toegang tot de rechter uitsluitend ziet op toegang tot de bestuursrechter. Weliswaar worden "bestuursprocesrecht", "een herzieningsprocedure voor een bestuursrechtelijke instantie" en "het uitputten van de bestuursrechtelijke beroepsgang" in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, genoemd, maar daaraan kan niet worden ontleend dat uitsluitend de bestuursrechter Aarhus-besluiten mag toetsen. De bestuursrechtelijke instantie wordt daarin alleen aangehaald als een mogelijke instantie voor het beslissen in een herzieningsprocedure als bedoeld in dat artikel. Over de bestuursrechtelijke beroepsgang is in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, alleen bepaald dat de bepalingen van dit tweede lid de eis van het uitputten van de bestuursrechtelijke beroepsgrond alvorens over te gaan tot rechterlijke herzieningsprocedures onverlet laten, wanneer die eis bestaat naar nationaal recht. Het artikel bepaalt weliswaar dat elke partij toegang tot een rechterlijke instantie moet waarborgen, maar laat de invulling daarvan verder aan de autonomie van de verdragspartij of lidstaat door "rechterlijke instantie" niet nader te specificeren.

Ook uit het unierechtelijke beginsel van effectieve rechtsbescherming volgt niet dat toezicht op de naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit het Europese recht uitsluitend plaats moet vinden bij de bestuursrechter. Met de toegang tot de burgerlijke rechter is voor het college naar het oordeel van de Afdeling effectieve rechtsbescherming gewaarborgd; vergelijk voor dit laatste de uitspraak van de Afdeling van 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7093, onder 2.6.1.

4.2. Het Varkens in Nood-arrest en de daarop volgende uitspraak van de Afdeling van 14 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:786, leiden niet tot een ander oordeel. Daarvoor is van belang dat de beperking van het beroepsrecht op grond van artikel 6:13 van de Awb die daarin aan de orde komt, moet worden onderscheiden van het procedeerverbod van artikel 1.4 van de Chw in relatie tot het Verdrag van Aarhus. De vraag of het beroepsrecht van decentrale overheden tegen bepaalde besluiten van de centrale overheid kan worden uitgesloten is namelijk een andere vraag dan of aan het betrokken publiek in zijn geheel artikel 6:13 van de Awb kan worden tegengeworpen. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, betekent het voorgaande dat de rechtspraak van de Afdeling over de toepassing van artikel 6:13 van de Awb in relatie tot het Verdrag van Aarhus niet geldt voor de toepassing van artikel 1.4 van de Chw. In dit verband merkt de Afdeling nog op dat haar uitspraak van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2390, waar de rechtbank naar heeft verwezen, ging over de toepassing van artikel 6:13 van de Awb. Het oordeel in die uitspraak, onder 6.3, geldt dus niet voor de toepassing van artikel 1.4 van de Chw.

Volgens de Afdeling bestaat er, gelet op de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punten 13 en 14 en 16, en 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punt 36, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 36 geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen, omdat mede gelet op de rechtspraak van het Hof redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de wijze waarop de opgeworpen vraag moet worden beantwoord.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de rechtbank artikel 1.4 van de Chw ten onrechte buiten toepassing gelaten. Op grond van dat artikel kon het college geen beroep bij de bestuursrechter instellen tegen de besluiten van de staatssecretaris. De rechtbank had de beroepen van het college daarom niet inhoudelijk mogen beoordelen. De rechtbank had die beroepen niet-ontvankelijk moeten verklaren.

* ABRvS 5 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4569: Awb, Wabo; afwijzing verzoek tot wijziging of intrekking, omgevingsvergunning milieu en bouwen, oprichten varkenshouderij, geur, combiluchtwasser, werkelijk rendement, monitoringsverplichting, noodzaak, rechtszekerheid, art. 8 EVRM, hindercriterium, overschrijding redelijke termijn (Rb Oost-Brabant 20/1938 en 20/1973)
5.4. De Afdeling is, anders dan in de uitspraak van 19 september 2012, van oordeel dat het college bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van ontoelaatbaar nadelige gevolgen voor het milieu, niet kan volstaan met verwijzing naar de omstandigheid dat de geurbelasting blijft binnen de bandbreedte van maximaal 35 Ou/m3 die de Wgv biedt om in een gemeentelijke geurverordening als geurbelastingswaarden op te nemen. Het college zal bij de invulling van zijn beoordelingsruimte de naar voren gebrachte omstandigheden van de situatie ter plaatse moeten betrekken. Deze omstandigheden kunnen er namelijk toe leiden dat een zeer hoge geurbelastingwaarde, maar onder 35 Ou/m3, in dat specifieke geval toch ontoelaatbaar nadelig is. Dit is een afwijking van de eerdere jurisprudentie van de Afdeling.

5.5. De rechtbank heeft dus in haar tussenuitspraak terecht overwogen dat het op de weg van het college had gelegen om de omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling. Hierbij is relevant dat de gemeenteraad in de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Landerd (de gemeentelijke geurverordening) voor dit deel van de gemeente gekozen heeft voor een maximaal aanvaardbare geurbelastingwaarde van 9 Ou/m3. Dat is een indicatie dat de raad op milieuhygiënische gronden in dit deel van de gemeente een veel lagere geurbelastingswaarde maximaal aanvaardbaar vindt dan de volgens de Wgv hoogst mogelijke waarde van 35 Ou/m3. Bij het bepalen van zijn standpunt wanneer een geurbelasting een ontoelaatbaar nadelig gevolg voor het milieu is, moet het college dus die maximale waarde uit de gemeentelijke geurverordening betrekken en zo mogelijk ook de redenen en de uitkomsten van eventueel uitgevoerd onderzoek, die de raad ertoe hebben gebracht om tot die waarde te komen. De Afdeling voegt daaraan toe dat die maximale waarde in de gemeentelijke geurverordening zeker niet gelijk is aan de grens van ‘zonder meer ontoelaatbaar nadelig’. Die laatste zal vanuit het oogpunt van wetssystematiek van de Wabo (vrijwel) altijd hoger zijn. Verder overweegt de Afdeling dat bij een voorgrondgeurbelasting van 25 Ou/m3 bij woningen een sterke indicatie aanwezig is dat de geurhinder een directe impact heeft op de persoonlijke levenssfeer zoals bedoeld in artikel 8 van het EVRM. De Afdeling wijst in dit verband ook op het arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 maart 2025.

Verder heeft de rechtbank in de einduitspraak in 5.3 overwogen dat het college in het herstelbesluit heeft gekeken naar de mate van overschrijding, het aantal geurgevoelige objecten waar de geurnorm uit de gemeentelijke geurverordening wordt overschreden en de achtergrondbelasting in het gebied. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet inzichtelijk is geworden waarom het college de zeer hoge geurbelasting die optreedt ter plaatse van woningen in de buurt van de varkenshouderij niet beschouwt als een ontoelaatbaar nadelig milieugevolg. De enkele omstandigheid dat het gaat om een cluster van woningen en dat de woningen maar beperkt deel uitmaken van het totaal aantal woningen in de omgeving van de inrichting, maakt de geurbelasting voor de bewoners van die woningen niet minder ontoelaatbaar nadelig, zo heeft de rechtbank geoordeeld. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de motivering van het herstelbesluit op dit punt tekortschiet. Vanzelfsprekend speelt op zich een rol hoeveel objecten een bepaalde geurbelasting ondervinden, maar het college moet ook bij een klein aantal objecten motiveren waarom deze situatie al of niet kan voortbestaan.

De rechtbank heeft echter geen gevolg verbonden aan deze conclusie. De rechtbank heeft hiervoor aanknopingspunten gezien in de nota van toelichting op de wijziging van de Rgv. Hierin is vermeld dat in het onderzoek van de WUR een aantal mogelijke oorzaken van de lagere geurverwijdering door de luchtwassystemen wordt aangewezen, zoals het ontwerp van de luchtwassystemen, niet uitgevoerd onderhoud en onvoldoende procesbewaking en -sturing. Maar het is op dit moment niet duidelijk of en in hoeverre deze mogelijke oorzaken bijdragen aan de verlaagde geurrendementen, zo volgt uit de nota van toelichting. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college bij de beoordeling heeft mogen betrekken dat een kans bestaat dat een goed functionerende combiluchtwasser een hoger rendement behaalt. Dit betekent dat het college op het moment waarop het het herstelbesluit nam, ervoor mocht kiezen om de vergunning nog niet in te trekken. De Afdeling wijst er daarbij ook op dat artikel 2.33, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo bepaalt dat de omgevingsvergunning pas wordt ingetrokken wanneer toepassing van artikel 2.31 redelijkerwijs geen oplossing biedt. Op het moment dat het college het herstelbesluit nam, kon nog niet gezegd worden dat het niet mogelijk was om door wijziging van de omgevingsvergunning op grond van artikel 2.31 van de Wabo een mogelijk ontoelaatbaar nadelig gevolg voor het milieu te voorkomen. De rechtbank heeft daarom terecht geconcludeerd dat het college het verzoek om intrekking van de omgevingsvergunning heeft mogen afwijzen.


Samenvattingen van jurisprudentie op STAB-site


Op de website van STAB wordt recente jurisprudentie ook samengevat.
De volgende uitspraken zijn deze week nieuw geplaatst: 

Rb Den Haag 14 juli 2026 Afwijzing verzoek handhaving. Huisvesting alleenstaande minderjarige vreemdelingen. Criterium schending van algemene zorgplichten uit de artikelen 1.6 en 1.7 van de Ow.
Rb Gelderland 13 juli 2026 Handhaving, een dwangsom die is gekoppeld aan een bepaalde tijdseenheid kan niet zo worden uitgelegd dat deze al wordt verbeurd wanneer de last slechts op één moment binnen die tijdseenheid wordt overtreden

Rb Oost-Brabant 8 juli 2026  Afwijzing verzoek handhaving. Artikel 22.23 van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan is de opvolger van artikel 5 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Er is sprake van een toename van het aantal woningen, zodat het omgevingsplan is overtreden.

Artikel delen