Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Uitspraken omgevingsrecht 2026, week 36

Elke donderdag publiceert PONT de jurisprudentie van deze week over het omgevingsrecht, samengesteld door medewerkers van STAB. Hiermee mis je niets van de belangrijkste uitspraken en kun je ze eenvoudig langslopen.

STAB 3 September 2026

Jurisprudentie - rode draad

Jurisprudentie - rode draad

Weekoverzicht uitspraken omgevingsrecht

Week 36

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5173: Awb, Wnb; ontheffing, doden vossen, weidevogelgebieden, biologische kippen, Rnb, onderbouwing, aandeel vos in predatie, belang bescherming weidevogels, effect afschot, procesbelang (Rb Midden­Nederland 21/1854 en 21/2143)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5143: Awb, Wro, Chw; bpl, afwijzing aanvraag gewijzigde vaststelling bpl, omzetten maatschappelijke functie naar woonfunctie, bejaardentehuis, bouwplan voor 59 zelfstandige en 5 onzelfstandige wooneenheden, gemeentelijk beleid, goede ruimtelijke ordening, erfpachtakte, privaatrechtelijke belemmering, oppervlakte eisen woningen, percentage sociale huur, Dienstenrichtlijn, uitleg planregel sociale huur, bijzondere woonvormen, mate van zorg, verkamering, definitie zelfstandige woningen, exploitatieplan

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5166: Awb, Wabo, Wm; omgevingsvergunning, wijzigen inrichting, deels omzetten melkveehouderij naar varkenshouderij, bouwen/slopen stallen, m.e.r.-beoordelingsbesluit, geur en volksgezondheid, woon- en leefklimaat, bedrijfswoningen andere veehouderij, Wgv, geluid, onderzoeken, naleefbaarheid geluidgrenswaarden, rijroute, bronsterkte blower, ventilator, dikke fractie, hoge drukreiniger, vullen silo's, borging aanleg grondwallen, modulering luchtwasser, Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, meethoogte, geurbeheersplan (Rb Gelderland 21/3375 en 21/3460)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5186: Awb; handhaving, erfafscheidingen, ontbreken vergunning, beleidsregels, gelijkheidsbeginsel (Rb Oost-Brabant 21/2290 en 21/2298)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4966: Awb, Wro, Wnb; bpl, vernieuwen hotelcomplex, ondergeschikte horeca, duingebied, wegbestemmen voormalige manege, Natura 2000-gebied "Zwanenwater & Pettemerduinen, stikstof depositie, verkeersgeneratie, AERIUS-verschilberekening, interne saldering, referentiesituatie, ontbreken plan-MER

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5169: Awb, Wabo; handhaving, niet tijdig beslissen, voormalig agrarisch perceel, aanleg verharding en aarden wal met kunststofbuis, planten bomen en coniferen, ontvankelijkheid, procesbelang, gemachtigde, bevoegdheid, strijd met bpl (Rb Noord-Holland 21/2968

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5182: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, aanbouw, legalisatie, strijd met bpl, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, beperkte afwijking, belangenafweging, beoordeling aanvraag (Rb Noord-Nederland 23/2266)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5144: Awb, Wro; bpl, binnenstad, actualisatie, verwerking grote buitenplanse afwijkingen beperkingen gebruiksmogelijkheden pand, uitleg planregels, dubbelbestemming beschermd stadsgezicht, tussenuitspraak

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5189: Awb; handhaving, erfafscheiding, ontbreken vergunning, hoogte, openbaar gebied, welstand, beleidsregel, evenredigheid, gelijkheidsbeginsel, invorderingsbesluit, verlenging begunstigingstermijn (Rb Oost­Brabant 24/337)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5183: Awb, Wabo; aanvraag omgevingsvergunning, buiten behandeling, milieuneutraal wijzigen inrichting, verplaatsen 15 stuks jongvee, bouwen wagenberging, ombouwen stal, verplaatsen dieseltank, vaste mestopslag, kunstmestsilo, geen m.e.r.-beoordelingsbesluit, aanvraag, geen aanmeldnotitie (Rb Noord-Nederland 22/4352)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5187: Awb, Wro, Wgh; hogere geluidswaarden, twee woningen, voormalig agrarisch perceel, spoorweg, Bgh, inspraak, goede ruimtelijke ordening

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5167: Awb, Mijnbouwwet: opsporingsvergunningen aardwarmte, belanghebbendheid, bescherming grondwater, drinkwaterwinning, toepasselijk recht, zoekgebied, start/vervolgvergunning, feitelijke activiteiten, diepte grondwater/drinkwater gebieden (Rb Den Haag 22/4504, 22/4507, 22/4508, 22/4509, 22/4522, 22/4523, 22/4524 en 22/4525)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5145: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, legaliseren verbouw/ingebruikname woning, opslagplaats verpakkingsmateriaal, coffeeshop, noodzaak bedrijfswoning, herhaling gronden (Rb Zeeland­West­Brabant 23/11737)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5188: Awb, Wro; bpl, appartementencomplex met 18 woningen, woon- en leefklimaat, dorpskern, bouwhoogte, privacy, stedelijke omgeving

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5175: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, evenement, geluidsoverlast, strijd met bpl, herhaling gronden (Rb Overijssel 23/1696)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5147: Awb, Wabo; handhaving, strijd met bpl, verkoop headshopartikelen, minisupermarkt gerelateerde artikelen/ souvenirs, centrumbestemming, detailhandel, ontvankelijkheid, kwalificatie clipper aansteker, berekening winkelvloeroppervlak, oppervlakte-eis planregels, toelaatbaarheid assortimentsregulering, begrip headshop, Tabaks- en rookwarenwet, algehele sluiting winkel (Rb Amsterdam 23/5443)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5165: Awb, Wro, Chw; bpl, realisering 120 woningen, voormalig agrarisch gebied, zorgvuldigheid besluitvorming, stikstof, natuurwaarden, Wnb, relativiteitsvereiste, waterhuishouding, geohydrologisch rapport, verzakkingen/schade, uitvoeringsaspecten

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5185, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5179, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5180, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5177, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5178, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5181 en ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5176: Awb, Wnb; tegemoetkoming faunaschade, agrarische bedrijven, grasland- of gewassen schade door grauwe ganzen, brandganzen, kolganzen, nijlganzen, Canadese ganzen, smienten en knobbelzwanen, hoogte schadebedrag, hoogte eigen risico, verhoging van 5% naar 20%, beleidsregel, voorkomen schade, evenredigheid, beslissingsruimte (Rb Noord-Holland 22/5949, 22/5961, 23/803, 22/5937, 22/5962, 22/5963, 22/5936, 23/7328, 22/5693 en 22/5667)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5172: Awb, Wro; weigering omgevingsvergunning, nieuwe bedrijfswoning, vvgb, inhoudsmaat, berekening (Rb Gelderland 23/2022)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5152: Awb, Wro; bpl, woonbestemming van gronden gewijzigd in groenbestemming, bouwmogelijkheden, hoogspanningsleidingen, vooroverleg, Bro, woon- en leefklimaat, goede ruimtelijke ordening, stedenbouwkundige opzet

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5171: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, plaatsing buitenunit airco-installatie, geluidsoverlast, geluidsmeting, maximale bedrijfsstand, gevelreflectie, Activiteitenbesluit, herstelbesluit, toepasselijke geluidgrenswaarden (Rb Gelderland 23/6216)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5150: Awb, Wro; bpl, transformatie recreatiepark, schending gebruiksrechten particuliere eigenaren recreatiewoningen, besluitvormingsproces, participatie, omgevingsverordening

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5184: Awb, Wabo, Chw; omgevingsvergunningen, herontwikkeling bedrijfsterrein, 236 woningen en 110 short stay appartementen, tijdelijke gebruik short stay/logies op gronden met kantoorbestemming, coördinatiebesluit, bevoegdheid Afdeling, behoefte, aantasting bedrijfsvoering bestaand hotel, tijdelijk karakter vergunning, bouwtekeningen, parkeren, parkeerdruk, fietsparkeerplaatsen, bouwhoogte, windhinder, beleidsregel, gebruiksmogelijkheden aangrenzende percelen, nadere motivering, groen, overlast bouwfase, Bouwbesluit, Landelijke richtlijn Bouw en sloopveiligheid, evidente privaatrechtelijke belemmering, welstand

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5155: Awb; instemmingsbesluit, aanleg ondergrondse verbindingen tbv toegang tot parkeergarage en ondergrondse fietsenstalling, verkeersmaatregelen, afsluiting garage, versmallen toegangsweg, procesbelang, aannemelijkheid schade, zorgvuldigheid besluitvorming, overleg, belemmering bedrijfsvoering (Rb Den Haag 23/7740)

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5149: Awb, Wro; planschade, indirecte schade woning, verruiming bouw- en gebruiksmogelijkheden, vestiging scouting, herstelbesluit na uitspraak Afdeling, bosstrook, nader advies schadebeoordelingscommissie, akoestisch onderzoek, reële prognose geluidbelasting

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5146: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, renoveren/ uitbreiden hotel, geen toepassing gemeentelijke coördinatieregeling, bouwen buiten bouwvlak, horeca- en congresfuncties, toepasselijk bpl, strijdig gebruik (Rb Noord­Holland 24/1083 en 24/1084)

ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5139 en ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5074: Awb, Ow; usp beroep en vovo, wijzigingsbesluit, TAM-omgevingsplan, realisatie 15 grondgebonden woningen, woonwagens, ontbreken bouwmogelijkheden particulier, kenbaarheid wens

* Rechtbank Oost-Brabant 1 september 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6314: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, oprichten drie distributiecentra, aanhaking, voorbereidingsprocedure, actualiteit onderzoeken, vvgb, bouwregels, bouwzones, omgevingsverordening, strijd met bpl, gebruiksregels, verkeersgeneratie, lijst/aard toegelaten bedrijfsactiviteiten, Wnb, quickscan, stikstof, bouwhoogte, Bor, bebouwde kom, verkeer, opslagcapaciteit, stapelhoogte, gebruiksmogelijkheden buurpercelen, welstand, stedenbouwkundige inrichting, beeldkwaliteit, cultuurhistorische waarden, noodzaak, borging mitigatie- en compensatiemaatregelen, ecologische hoofdstructuur, aanhouden natuurvergunning, additionaliteitsvereiste, waterhuishouding, parkeren, relativiteitsvereiste, tussenuitspraak

* Rechtbank Midden-Nederland 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:6036: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, bouw centrumvoorziening, sloop, monument, detailhandel/horeca, 12 woonappartementen, aanwijzingsbesluit, onderzoek, onderbouwing aanwijzing, advies, complex straat, evenredigheidsbeginsel, zinvol hergebruik, voorzienbaarheid, geen doorkruising planregels, belangenafweging

* ABRvS 28 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5030: Awb, Wabo; vovo, handhaving, vleeskalverenhouderij, bodemverontreiniging, Wbb, zaksloot, onderzoek, aantasting/ sterfte bomen, causaliteit, huidige situatie

ABRvS 28 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5078: Awb, Ow; vovo, wijzigingsbesluit, TAM-omgevingsplan, woningbouw, school, composteringbedrijf, belemmering bedrijfsvoering, onherroepelijke omgevingsvergunningen

Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6149: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, fietspad langs Dommelvallei, stikstof, uitleg planregels, bestaande situatie, geen strijd bpl, aanlegvergunningen, Bkl, geen ETFAL toets, ecologisch werkprotocol, borgen gebruik elektrisch materiaal, ecologische en cultuurhistorisch waarden, natuuronderzoek, quickscan, zandpad, aanpassing voorschriften, Bal, zorgplicht

Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6238: Awb, Ow; vovo, handhaving, afwijzing verzoeken, fietspad langs Dommelvallei, Bal, specifieke zorgplicht, geen natuurvergunning vereist, stikstof, Aerius berekening, geen significante gevolgen, quickscan, elektrisch materiaal, voorschriften omgevingsvergunning

Rechtbank Midden-Nederland 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5918: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, buitenopslag goederen, ontbreken vergunning, bouwen stellage, begrip bouwwerk, overtreding, onevenredigheid, overgangsrecht

Rechtbank Noord-Nederland 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3650: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, bouwen 27 appartementen/4 grondgebonden woningen, zorgbehoevenden, kappen bomen, aantasting natuurwaarden, geen onomkeerbaarheid, geen vergunde activiteiten

* Rechtbank Oost-Brabant 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6050: Awb, Wabo, Wm; omgevingsvergunning eerste fase, veranderen varkenshouderij, slopen, uitbreiden, niet één inrichting, endotoxines, Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid, vormvrije m.e.r.-beoordeling, ammoniak, fijnstof, geur, geluid, voorschriften luchtwasser

Rechtbank Gelderland 27 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6728: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, uitbreide bedrijfspand, BOPA, ETFAL, verkeersveiligheid, vrachtwagenbewegingen, afwijking milieucategorie, participatie

* ABRvS 27 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4980 en ABRvS 27 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4979: Awb, Wabo; vovo en kortsluiten, handhaving, hoeveelheid dieren, aangrenzende tuinen, beheersverordening, hanengekraai, geluidsmeting, woonfunctie (Rb Noord­Nederland 24/4564 en 24/4272)

ABRvS 27 augustus 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5039: Awb, Ow; vovo en kortsluiten, handhaving, geen omgevingsvergunning, realiseren opbouw op bijbehorend bouwwerk, oppervlakte bouwwerken, carport, uitleg planregels, begrip garage (Rb Gelderland 26/1920)

¶ Rechtbank Limburg 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9123: Awb, Ow; vovo handhaving, twee woonunits, ontbreken vergunning, strijd met bpl, belangenafweging, zorg voor paarden, belang stabiele woonsituatie

* Rechtbank Gelderland 26 augustus 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6667: Awb, Wabo; weigering omgevingsvergunning, gebouwde veranda, overschrijding oppervlakte, , uitleg planregels, Bor, strijd met bpl, buitenplanse afwijkingsmogelijkheid, motiveringsgebrek

Rechtbank Limburg 25 augustus 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9122: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, wijzigen dakspant, technische bouwactiviteit, dakconstructie, Bbl, aannemelijkheidstoets

# Rechtbank Overijssel 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5164: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, wijzigen/ uitbreiden capaciteit co-/mestvergistingsinstallatie, geur- en geluidhinder, metingen, BBT, bronvermogen, optrekgeluid, obstakeltoeslag, aanpassing/aanvulling voorschriften, toegangsweg, overschrijden redelijke termijn

Rechtbank Rotterdam 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10880: Awb, Ow; handhaving, afwijzing herhaald verzoek, erfafscheiding/tuinhuis/pergola, geen nieuwe feiten, Bbl, definitie tuinmeubilair, vergunningvrij

* Rechtbank Noord-Nederland 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3704: Awb, Wabo; omgevingsvergunningen, uitbreiden school, parkeernormen, berekening parkeerbehoefte, CROW-kengetallen, borgen maximum aantal leerlingen, parkeerbehoefte tijdelijke noodlokalen, voorschrift, maximum aantal kinderen kinderopvang, fietsparkeren, verouderd bpl, welstand

* Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5863: Awb, WVW 1994; handhaving, werkvoertuig, uitzicht, verkeersveiligheid

* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8183: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, nieuw bedrijfsgebouw, producent optische sorteermachines voor aardappelen, bouwhoogte, bouwpercentage, geur, geluid assemblage, geluidscherm, schaduw, goede ruimtelijke ordening

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:8190: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, recreatieve verhuur, geen overtreding

* Rechtbank Rotterdam 24 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10883: Awb, Wabo; weigering tijdelijke omgevingsvergunning, gebruik douches/ toiletten, landbouwschuur, camping, herbestemming, procesbelang, ontvankelijkheid

Rechtbank Rotterdam 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10855: Awb, Ow; weigeren omgevingsvergunning, splitsen woning naar 3 woningen, gewijzigde motivering, parkeerbehoefte, strijd met bpl, geen overgangsrecht, BOPA, ETFAL

Rechtbank Overijssel 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5118: Awb, Ow; omgevingsvergunning, nieuwe functie voormalig agrarisch bedrijf, belanghebbendheid, ontbreken feitelijke gevolgen, afstand

Rechtbank Overijssel 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5119: Awb, Wabo, Ow; omgevingsvergunningen, bouw woning, schuur, voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, belanghebbendheid, afstand, procesrecht, BOPA, ETFAL, aanvraag, cultuurhistorische/archeologische en landschappelijke waarden, ruimtelijke onderbouwing, regionale spelregels nieuwe woningen, slooplocatie, maatwerk, begrip bebouwde kom, omgevingsverordening, landschappelijke inpassing, zorgvuldig ruimtegebruik, ladder duurzame verstedelijking, geen nieuwe ontwikkeling, Afdelingsjurisprudentie

* Rechtbank Noord-Nederland 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3631: Awb; handhaving, mestverwerkingsinstallatie, digistaat, geuronderzoek, overtreding voorschriften, openstaande deuren, evenredigheidsbeginsel

Rechtbank Rotterdam 21 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10854: Awb, Ow; omgevingsvergunning, sloop twee binnenwanden, gemeentelijk monument, omvang aanvraag, erfgoedverordening, afwijking tenderafspraken, beleid, evenredigheidsbeginsel

* Rechtbank Rotterdam 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10711: BW; kort geding, gebiedsontwikkeling, parkeernormen, verleende omgevingsvergunningen, vordering tot intrekken bezwaar tegen omgevingsvergunning, verbod om (verdere) rechtsmiddelen in te stellen, 3:13 BW, geen misbruik van recht, kans van slagen bij lopende procedures

* Rechtbank Overijssel 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5110: Awb, Wabo; vovo, handhaving, aantal melkkoeien, beweiden koeien en geiten, belangenafweging

Rechtbank Overijssel 20 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5108: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, verbouwen kantoorpand naar vijf appartementen, woon- en leefklimaat, uitzicht, lichtinval, binnenstad, maximum hoogte, geen strijd met omgevingsplan

* Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:7888: Awb, Wabo; handhaving, overtreding geluidsnormen, glijbaan zwembad vakantiepark, stemgeluid kinderen, evenredigheid, kostenramingen maatregelen, belangenafweging, einduitspraak na tussenuitspraak

* Rechtbank Limburg 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:8600: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen laaddock, bouwbesluit, ontvankelijkheid, afstand, verkeersoverlast, geen strijd met bpl

Rechtbank Noord-Nederland 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3702: Awb, Ow; vovo, APV, kapvergunning, instabiliteit door niet toegestane werkzaamheden, deskundigenrapport, kandelaberen, nadere motivering

Rechtbank Den Haag 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23102: Awb, Ow; vovo, handhaving, afwijzing verzoek, aanwezigheid AVI-slakken, EMK-terrein, bodemverontreiniging, hersanering, herhaald verzoek, geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, geen evident onredelijk besluit

Rechtbank Den Haag 17 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23057: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, airconditioner buitenmuur woning, beperkte omvang, makkelijk verwijderbaar

Rechtbank Noord-Nederland 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3703: Awb, Ow; vovo, handhaving, stallen bus, strijd met bpl, geluidsoverlast, begunstigingstermijn, toezegging

Rechtbank Den Haag 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22770: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, vervangen houten damwand, nieuw stalen damwand, regionale waterkering, toetsing aan bp, geen juridisch bindende status, motiveringsgebrek, wijzigingsbesluit, rechtsgevolgen in stand gelaten, gebonden beschikking

Rechtbank Midden-Nederland 14 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5768: Awb, Ow; aanvraag omgevingsvergunnig, monument, erf- of perceelafscheiding, vergunningsplicht, bouwhoogte, stedenbouwkundig advies, welstand, ETFAL, motiveringsgebrek, rijksmonumentenactiviteit, verbreding omvang geding, geen bouwkundig en functioneel onlosmakelijke eenheid, vergunningvrij, tussenuitspraak

¶ Rechtbank Limburg 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:8308: Awb, Ow; weigering omgevingsvergunning, realiseren erfafscheiding, vergunningsplicht, hoogst aansluitend afgewerkt terrein, ophoging, hoogte bouwwerk

* Rechtbank Den Haag 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22615: Awb, Wabo; vervangen kozijnen, voorgevel, constructieve doorbraak, intrekken vergunning, sloop haardkanaal, Bouwbesluit, ligger, wijziging ondergeschikt, berekening constructeur, stabilteitsvoorziening naastgelegen panden.

* Rechtbank Den Haag 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22614: Awb, Wabo; omgevingsvergunning uitbouw, goede procesorde, uitvoering niet conform vergunning, Bouwbesluit, constructieve berekening, paalwapening, verankeringslengte

* Rechtbank Limburg 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:8051: Awb, Wro; planschade, beroep tegen toekenning tegemoetkoming, renovatie bestaande bedrijfspand, aantasting waarde naastgelegen woning, hoogte schadebedrag, taxatie, WOZ-waardering, referentiepanden, vergewisplicht, jurisprudentie Afdeling

Rechtbank Midden-Nederland 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5736: Awb, Ow; omgevingsvergunning, woonbestemming, aanbouw, bouwhoogte, afstand tot erfgrens, participatie niet verplicht, privaatrechtelijke belemmering, aanvraag, cultuurhistorisch en stedenbouwkundige aspecten, privacy, ETFAL

Rechtbank Den Haag 5 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22372: Awb, Ow; handhaving, strijdig gebruik agrarisch perceel, opslag, overtreding

* Rechtbank Den Haag 4 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23101: Awb, Wnb; tegemoetkoming faunaschade, hoogte schadebedrag, grauwe ganzen, sierplanten, beleidsregel, bebouwde kom, geen voorzienbaarheid, preventieve of schadebeperkende maatregelen, bijzondere omstandigheden

Rechtbank Den Haag 3 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:23099: Awb, Ow; tegemoetkoming faunaschade, hoogte schadebedrag, grauwe ganzen, perceel winterwortel, contractueel gegarandeerde prijs, KWIN-norm, beleidsregel

Rechtbank Rotterdam 31 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10871: Awb, Ow; gedoogplichtbeschikking, Havenbedrijf, voorwaarden, belangenafweging, aanleg/instandhouding ondergrondse hoogspanningsverbinding, redelijk poging minnelijk overleg, opstalrecht, gebruiksbeperkingen, noodzaak, belangenafweging

* Rechtbank Rotterdam 28 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10209: Awb, Gemw; handhaving, demonstratie, verwijderen tenten, Wom, EVRM, APV

* Rechtbank Rotterdam 27 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10773: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, bouwen twee daktoegangen en twee dakterrassen, begrip dakterras, uitleg planregels, gebonden beschikking, overschrijding bouwhoogte, woon- en leefklimaat, belangenafweging, welstand, evident privaatrechtelijke belemmering, Bouwbesluit

Rechtbank Den Haag 24 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22495: Awb, Ow; omgevingsvergunning en verkeersbesluit, tijdelijk fietspad, belanghebbendheid, afstand en zich, afwijken omgevingsplan, uitleg planregels, verkeersbestemming

Rechtbank Midden-Nederland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5747: Awb, Wabo, Ow; omgevingsvergunning, bouwen twee schuren, halfverharding, ophogen gronden, voorwaarde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, natuurwaarden, motiveringsgebrek, wijzigingen rijksmonument, aanvraag, Bor, gebrekkig besluit, tussenuitspraak

Rechtbank Midden-Nederland 22 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5883: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, nieuwbouw zwembad, belanghebbendheid stichting, feitelijke werkzaamheden

* Rechtbank Den Haag 21 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22429: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, vervanging woonark, omvang, goede ruimtelijke ordening, doorvaarbaarheid, breedte watergang, woonschepen verordening, uitzicht

* Rechtbank Den Haag 21 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22426: Awb, Wabo; vervanging woonark, omvang, goede ruimtelijke ordening, breedte watergang, woonschepen verordening, doorvaarbaarheid

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5421: Awb, Ow; omgevingsvergunning, afwijken omgevingsplan, tuin, containeropstelplaats afval, horeca bedrijven, grenswaarden geluid, Bruidsschat, geluidsonderzoek, deponeren afval, ETFAL, maximale geluidniveau, piekgeluiden, gebrek in besluit, tweede tussenuitspraak

Rechtbank Den Haag 17 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22390: Awb, Ow; omgevingsvergunning, vijf hostelkamers, BOPA, strijd met omgevingsplan, horeca cat. 6, ETFAL, woon- en leefklimaat, verkeerhinder, nota parkeernormen

Rechtbank Limburg 15 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7038: Awb, Ow; omgevingsvergunningen, opslagloods, graafwerkzaamheden, bouwvlak, welstand, archeologie, relativiteitsvereiste

Rechtbank Limburg 10 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6829: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, windbreekgaas, zijgevel rundveestal, Bbl, gevelpaneel, vergunningvrij

Rechtbank Limburg 9 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7962: Awb, Ow; handhaving, verschillende bouwwerken, voormaling roofvogelressort, strijd met bpl, natuurbestemming, gelijkheids- en vertrouwensbeginsel, geen toezegging

* Rechtbank Den Haag 3 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22363: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, geluidsoverlast, zorginstelling, stemgeluiden, APV, onderzoek, aard en omvang, geen overtreding

Rechtbank Amsterdam 1 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7958: Awb, Ow; gedoogplicht, aanleg/instandhouding twee 150kV-hoogspanningsverbindingen, voorwaarden, aanvullende motivering, herstelbesluit, belangenafweging, einduitspraak na tussenuitspraak

* Rechtbank Limburg 30 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6299: Awb, Wabo; omgevingsvergunning, verbouwen schuur tot woning, binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, karakteristiek pand, uitleg planregels, verkeerde voorbereidingsprocedure, geen vergunning van rechtswege

* Rechtbank Den Haag 25 juni 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:22362: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, strijdig gebruik pand, muziekschool, overgangsrecht, VNG-brochure, begrip dienstverlening, bedrijfsmatige dienstverlening, nadere motivering, einduitspraak na tussenuitspraak

Rechtbank Limburg 22 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:7960: Awb, Ow; omgevingsvergunning, tuinhuis, BOPA, ETFAL, steenuil, belanghebbendheid, uitvoerbaarheidsaspect, natuurwetgeving, relativiteitsvereiste, onvoldoende onderzoek

* Rechtbank Limburg 16 juni 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:5826: Awb, Wabo, Waterwet; handhaving, afwijzing verzoek, ontvankelijkheid, wateroverlast, nemen van maatregelen, keermuren, verlaging, aanlegvergunning, voorde, beschermingsniveau, riooloverstortput, verbreden watergang, bevoegdheid waterschap, BLBI, zorgplicht, uitzonderlijke situaties, vooringenomenheid, toezeggingen, vertrouwensbeginsel, belanghebbendheid

* Rechtbank Noord-Holland 3 juni 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11223: Awb; handhaving, plaatsen voorwerpen op stoep, rijgedrag fietsers, gemotoriseerd verkeer, invordering dwangsom, overtreding, openbare weg, geen bijzonder omstandigheden

Rechtbank Noord-Holland 20 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:11389: Awb, Ow; omgevingsvergunning, vergroten en verbouwen winkel tot 2 appartementen, ETFAL, detailhandel, schaduwwerking, uitzicht, bouwhoogte, privacy

* Rechtbank Noord-Nederland 17 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:3725: Awb; handhaving, afwijzing verzoek, parkeren bij school, strijd met APV, strijd met bpl, belanghebbendheid, groenbestemming, groenstroken, tuin, overtreding, geen geringe aard, motiveringsgebrek

¶ = uitspraak waarop de Omgevingswet materieel van toepassing is (dus niet de uitspraken die vallen onder het overgangsrecht)
# = betrokkenheid STAB

=(nog) niet gepubliceerd

Week 36 - Bijzondere overwegingen uit totale overzicht


* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5173: Awb, Wnb; ontheffing, doden vossen, weidevogelgebieden, biologische kippen, Rnb, onderbouwing, aandeel vos in predatie, belang bescherming weidevogels, effect afschot, procesbelang (Rb Midden­Nederland 21/1854 en 21/2143)

5.1. Verder heeft het college in het nader stuk van 29 oktober 2025 en op de zitting bij de Afdeling het hoger beroep beperkt tot het oordeel van de rechtbank over de toetsingsmaatstaf die geldt voor de onderbouwing van de noodzaak van een ontheffing voor het doden van - in dit geval - de vos. De rechtbank heeft overwogen dat het college niet heeft aangetoond dat een toename van het aantal gedode vossen tot een afname van het predatiepercentage leidt. Volgens de rechtbank volgt uit de stukken waar het college zich op baseert evenmin dat het evident is dat de vos één van de oorzaken is van de slechte weidevogelstand. Het college stelt zich op het standpunt dat uit de uitspraak van de Afdeling van 3 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3471, volgt dat het college niet het precieze aandeel van de vos in de predatie van weidevogels hoeft aan te tonen, maar dat het college voldoende aannemelijk moet maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van de weidevogels.

5.2. De Afdeling geeft het college hierin gelijk. In de uitspraak van 3 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3471, heeft de Afdeling overwogen dat het niet vereist is dat het college aantoont wat het precieze aandeel van de vos is in de predatie van weidevogels, of wat het effect van een groter afschot van vossen op de stand van deze vogels is. Het college moet voldoende aannemelijk maken dat de ontheffing bijdraagt aan het belang van de bescherming van weidevogels.

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5143: Awb, Wro, Chw; bpl, afwijzing aanvraag gewijzigde vaststelling bpl, omzetten maatschappelijke functie naar woonfunctie, bejaardentehuis, bouwplan voor 59 zelfstandige en 5 onzelfstandige wooneenheden, gemeentelijk beleid, goede ruimtelijke ordening, erfpachtakte, privaatrechtelijke belemmering, oppervlakte eisen woningen, percentage sociale huur, Dienstenrichtlijn, uitleg planregel sociale huur, bijzondere woonvormen, mate van zorg, verkamering, definitie zelfstandige woningen, exploitatieplan

10.6. Over het betoog van Zorgwonen Bronbeek dat het bestreden besluit in zoverre 40% sociale woningbouw wordt voorgeschreven strijdig is met de Dienstenrichtlijn overweegt de Afdeling het volgende.

(…)

10.6.2. Anders dan de raad heeft aangevoerd, is de richtlijn naar het oordeel van de Afdeling in dit geval wel van toepassing.

Met het percentage sociale huur worden dienstverrichters zoals Zorgwonen Bronbeek, beperkt in de mogelijkheden van exploitatie van de opstallen. Door een minimumpercentage te stellen aan sociale huur, wordt reguliere huur beperkt. Anders dan de raad betoogt, ziet de Afdeling niet in dat de richtlijn vanwege het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onder j, niet van toepassing is. Het gaat hier om verhuur door een particuliere partij en niet om een verrichter van een sociale dienst zoals in die bepaling is bedoeld.

Verder is, anders dan de raad betoogt, het gebruiksverbod wel specifiek gericht op verhuurders zoals Zorgwonen Bronbeek. Een dergelijk verbod treft alleen een verhuurder en niet particulieren. In dit geval zal dus Zorgwonen Bronbeek als eigenaar/verhuurder moeten voldoen aan de eis van minimaal 40% sociale woningen.

Uit het voorgaande volgt dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over het antwoord op de opgeworpen vraag. Gelet op de arresten van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, ECLI:EU:C:1982:335, punt 16, 6 oktober 2021, Consorzio Italian Management, ECLI:EU:C:2021:799, punten 39 en 40, en 24 maart 2026, Remling, ECLI:EU:C:2026:243, punt 37, bestaat dan ook geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen.

10.6.3. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingplan in zoverre strijdig is met de Dienstenrichtlijn.

Artikel 3.3, onder d, sub 1, van de planregels bevat een eis in de zin van artikel 4, aanhef en onder 7, gelezen in samenhang met artikel 15, tweede lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. De bepaling is een kwantitatieve beperking omdat deze het aandeel sociale huurwoningen reguleert op ten minste 40% en daarmee de verhuurmogelijkheden van niet-sociale huurwoningen beperkt. De bepaling moet daarom voldoen aan de criteria in artikel 15, derde lid, van de richtlijn.

Niet in geschil is dat de planregel niet in strijd is met het discriminatieverbod onder a. Over het betoog dat de planregel strijdig is met het bepaalde onder b en c, overweegt de Afdeling als volgt. Hiervoor is de Afdeling al ingegaan op de reden voor de raad om sociale huur voor te schrijven. Uit wat daar staat, volgt dat de raad de noodzaak voor de beperking tot sociale huur deugdelijk heeft gemotiveerd. Niet is gebleken dat dit volkshuisvestingsbelang op een andere, minder beperkende wijze zou kunnen worden gewaarborgd. Dat een verhuurder onevenredig in zijn belangen wordt getroffen door de eis van minimaal 40% sociale huur, acht de Afdeling niet voldoende geconcretiseerd. Zorgwonen Bronbeek heeft daarvoor ook geen onderbouwing gegeven. Voor zover het betreft de door haar gemaakte vergelijking met andere bestemmingsplannen, verwijst de Afdeling naar haar overwegingen onder 10.4. De raad heeft de planregel noodzakelijk en evenredig kunnen achten als bedoeld onder b en c van artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. Strijd met die bepaling doet zich niet voor. De raad heeft zich dan ook op het standpunt kunnen stellen dat de planregel een goede ruimtelijke ordening dient.

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5169: Awb, Wabo; handhaving, niet tijdig beslissen, voormalig agrarisch perceel, aanleg verharding en aarden wal met kunststofbuis, planten bomen en coniferen, ontvankelijkheid, procesbelang, gemachtigde, bevoegdheid, strijd met bpl (Rb Noord-Holland 21/2968

11.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat volgens het bestemmingsplan geen omgevingsvergunning nodig is voor onder meer het aanleggen van verhardingen en de aarden wal. De rechtbank heeft echter - net als het college - niet onderkend dat het gebruik van het perceel zoals dat ten tijde van de besluitvorming plaatsvond, in strijd is met het bestemmingsplan. Vast staat en tussen partijen is niet in geschil dat [partij A] en [partij B] ten tijde van de besluitvorming over het handhavingsverzoek geen agrarisch bedrijf op het perceel uitoefenden. Hoewel de activiteiten op het perceel van [partij A] en [partij B] zoals het aanbrengen van verhardingen, een aarden wal en groen op zichzelf in overeenstemming zouden kunnen zijn met de bestemming "Agrarisch", is dat niet het geval als er ter plaatse helemaal geen agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend. Het gaat dan namelijk niet om activiteiten bij een agrarisch bedrijf. De activiteiten zijn in dit geval dus niet met het oogmerk op agrarisch bedrijfsuitoefening uitgevoerd. Er was ten tijde van de besluitvorming over het handhavingsverzoek ook geen omgevingsvergunning verleend voor niet-agrarische nevenactiviteiten zoals genoemd in artikel 3.5.1 van de planregels of voor het gebruik voor woondoeleinden. Dit betekent dat het perceel alleen mocht worden gebruikt voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Gelet hierop komt de Afdeling niet toe aan bespreking van de overige gronden van [appellant] en anderen op dit punt.

De conclusie is dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het door het college ingenomen standpunt dat er geen overtreding was van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo onjuist is. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak in zoverre dient te worden vernietigd en dat het besluit op bezwaar van 30 april 2021 in zoverre voor vernietiging in aanmerking komt omdat het, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, niet deugdelijk is gemotiveerd.

* ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5185, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5179, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5180, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5177, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5178, ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5181 en ABRvS 2 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5176: Awb, Wnb; tegemoetkoming faunaschade, agrarische bedrijven, grasland- of gewassen schade door grauwe ganzen, brandganzen, kolganzen, nijlganzen, Canadese ganzen, smienten en knobbelzwanen, hoogte schadebedrag, hoogte eigen risico, verhoging van 5% naar 20%, beleidsregel, voorkomen schade, evenredigheid, beslissingsruimte (Rb Noord-Holland 22/5949, 22/5961, 23/803, 22/5937, 22/5962, 22/5963, 22/5936, 23/7328, 22/5693 en 22/5667)

7.2. Op grond van artikel 5, vierde lid, van de Beleidsregel hanteert het college in alle gevallen waarin de schade is veroorzaakt door de grauwe gans, brandgans of kolgans - ongeacht de aard, omvang en voorzienbaarheid van de schade in het individuele geval - een eigen risico van 20%. Het college heeft op de zitting van de Afdeling toegelicht waarom het daarvoor heeft gekozen. Voor deze ganzensoorten geldt al geruime tijd een provinciale vrijstelling op grond waarvan zij, behalve tijdens de winterrustperiode van 1 november tot 1 maart, mogen worden verjaagd en afgeschoten en hun nesten mogen worden weggehaald. Daardoor zijn er op percelen die buiten een Natura 2000-gebied liggen nauwelijks beperkingen van de mogelijkheden tot het voorkomen van de schade door deze ganzensoorten. Het college heeft het eigen risico voor deze schade, met ingang van 1 mei 2021, van 5 naar 20% verhoogd om een onderscheid te maken met schade op percelen die binnen een Natura 2000-gebied liggen en schade door andere diersoorten, waarvoor wegens vergaande beperkingen in de mogelijkheden tot het voorkomen van schade respectievelijk geen eigen risico en een eigen risico van 5% gelden. Met de verhoging van het eigen risico heeft het college de hoogte van de tegemoetkoming dus meer in verhouding willen brengen met de mate waarin agrarische ondernemers schade kunnen voorkomen. Daarnaast heeft het college deze verhoging vastgesteld om deze ondernemers een financiële prikkel te geven om de schade te voorkomen. Dat het college ervoor heeft gekozen een tegemoetkoming ter hoogte van 80% van de vastgestelde schade te verstrekken, hoewel er door de provinciale vrijstelling nauwelijks beperkingen gelden voor de mogelijkheden tot bestrijding van deze ganzensoorten, heeft te maken met de grote omvang van de populatie van deze ganzensoorten Deze omvang maakt dat het in de praktijk niet mogelijk is om alle schade effectief te voorkomen.

7.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college, gelet op het voorgaande, deugdelijk gemotiveerd waarom de gekozen standaard passend is. Daarbij is van belang dat, zoals het college ook in hoger beroep benadrukt, uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wnb volgt dat de tegemoetkoming van artikel 6.1 is bedoeld voor de situatie waarin de overheid diersoorten via regelgeving beschermt en de grondeigenaar daardoor wordt beperkt in zijn mogelijkheden om schade te voorkomen. Die situatie doet zich hier niet voor. De door de rechtbank aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 16 juni 2021 leidt niet tot een andere conclusie. Het college voert terecht aan dat de rechtbank ten onrechte uit die uitspraak heeft afgeleid dat een eigen risico van 20% slechts passend is, indien dit zou zijn gebaseerd op een cijfermatig onderzoek naar de hoogte van de gemiddelde schade van grondeigenaren, in verhouding tot de gemiddelde omzet die zij hebben behaald. Dat dit onderzoek hier ontbreekt, betekent niet dat het college, gelet op de beslissingsruimte die het heeft, in dit geval geen eigen risico van 20% heeft mogen hanteren. Het gekozen percentage is niet zodanig hoog, dat daaruit zonder meer volgt dat een grondeigenaar of grondgebruiker, als gevolg van de toepassing van de standaard, een onevenredig zware last te dragen heeft. Verder is van belang dat het college, in het voordeel van de aanvrager, op grond van artikel 4:84 van de Awb van deze standaard kan afwijken, indien de aanvrager aannemelijk maakt dat aan de vereisten van deze bepaling wordt voldaan.

Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6149: Awb, Ow; vovo, omgevingsvergunning, fietspad langs Dommelvallei, stikstof, uitleg planregels, bestaande situatie, geen strijd bpl, aanlegvergunningen, Bkl, geen ETFAL toets, ecologisch werkprotocol, borgen gebruik elektrisch materiaal, ecologische en cultuurhistorisch waarden, natuuronderzoek, quickscan, zandpad, aanpassing voorschriften, Bal, zorgplicht

5.8. Aanlegvergunningenstelsels waren in bestemmingsplannen op tal van verschillende wijzen geformuleerd. Soms zijn deze stelsels dwingend (bijvoorbeeld dat de aanlegvergunning wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan de criteria). Soms omvatten deze regels een bevoegdheid om een aanlegvergunning te verlenen, zoals in de aanlegvergunningenstelsels in paragraaf 5.6 van het bestemmingsplan “Buitengebied”, of 3.4 en 6.4 van het bestemmingsplan “Dommelkwartier”.

5.9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat een redelijke uitleg van het Omgevingsplan met zich meebrengt dat, daar waar het voorliggende bestemmingsplan voorzag in een bevoegdheid om een aanlegvergunning te verlenen onder de Wabo, deze bevoegdheid nog steeds bestaat, gelet op artikel 22.281 van het Omgevingsplan. Het bestaan van artikel 22.278 van het Omgevingsplan doet hier niets aan af want dat artikel voorziet alleen maar in een extra weigeringsgrond. Uit artikel 8.0a, eerste lid van het Bkl vloeit dus niet de verplichting voort om deze omgevingsvergunning te verlenen. Bij gebruik van een bevoegdheid heeft het college beoordelingsruimte en kan het college andere aspecten betrekken. Artikel 2.1, eerste lid onder b, van de Wabo en artikel 2.11, eerste lid van de Wabo verplichtten het college echter niet om te toetsen of sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Strijd met een goede ruimtelijke ordening was dus geen weigeringsgrond. Alleen als de omgevingsvergunning in strijd was met de beoordelingscriteria in het aanlegvergunningenstelsel, verplichtte artikel 2.11, tweede lid van de Wabo het college tot een toetsing aan goede ruimtelijke ordening. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het college niet gehouden is om de gevraagde omgevingsplanactiviteit nu (onder de Omgevingswet) te toetsen aan ETFAL zolang wordt voldaan aan de in het bestemmingsplan genoemde beoordelingscriteria. Het college hoeft niet te toetsen aan artikel 8.0b van het Bkl en dus ook niet te toetsen aan de provinciale instructieregels ingevolge hoofdstuk 5 van het Bkl. Het college heeft voldoende gemotiveerd waarom het afwijkende advies van de commissie niet is gevolgd.

Rechtbank Oost-Brabant 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:6238: Awb, Ow; vovo, handhaving, afwijzing verzoeken, fietspad langs Dommelvallei, Bal, specifieke zorgplicht, geen natuurvergunning vereist, stikstof, Aerius berekening, geen significante gevolgen, quickscan, elektrisch materiaal, voorschriften omgevingsvergunning

12.3. De zorgplicht is gericht aan degene die een flora- en fauna-activiteit verricht (een activiteit met mogelijke gevolgen voor van de nature in het wild levende planten en dieren. De gemeente verricht de flora en fauna-activiteit. Maar hoe zit dat met de door haar ingeschakelde aannemers of hulppersonen? Uit de wetsgeschiedenis bij de regeling over de normadressaat van de omgevingsvergunning (het huidige artikel 5.37, eerste lid, van de Ow) leidt de voorzieningenrechter af wie wordt bedoeld met ‘degene die de activiteit verricht’. In het artikel is bepaald dat een omgevingsvergunning geldt voor degene die de activiteit verricht waar zij betrekking op heeft. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever hierbij aanvankelijk doelde op degene die voor het verrichten van de activiteit (eind)verantwoordelijk is. Bij de wijziging van het artikel bij de Iw Ow wordt in de memorie van toelichting opgemerkt, dat dit degene kan zijn die de activiteit feitelijk verricht, maar dat hoeft niet, aldus de wetgeschiedenis. Het kan om meerdere vergunninghouders gaan. In het artikellid ligt het uitgangspunt besloten dat als er meer vergunninghouders zijn, deze een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de naleving van de vergunningvoorschriften, ongeacht of de omgevingsvergunning ziet op één of op meer activiteiten. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle vergunninghouders brengt ook mee dat in beginsel tegen elke vergunninghouder handhavend kan worden opgetreden bij het niet-naleven van vergunningvoorschriften, voor zover uiteraard in het concrete geval wordt voldaan aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht stelt aan het zijn van overtreder. In de nota van toelichting bij het Bal wordt tot slot aangegeven dat de normadressaat ervoor zorgt dat eventuele werknemers of andere bedrijven die binnen de activiteit in opdracht van de normadressaat deelactiviteiten verrichten, zoals onderhoud van bepaalde installaties, de regels naleven. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in ieder geval de gemeente verantwoordelijk is voor het handelen van de door haar ingeschakelde aannemers en hulppersonen.

Rechtbank Rotterdam 31 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:10871: Awb, Ow; gedoogplichtbeschikking, Havenbedrijf, voorwaarden, belangenafweging, aanleg/instandhouding ondergrondse hoogspanningsverbinding, redelijk poging minnelijk overleg, opstalrecht, gebruiksbeperkingen, noodzaak, belangenafweging

7. De gemeente betoogt dat de ligging en levering van de leidingen publiekrechtelijk

reeds voldoende is gewaarborgd, en dat de opgelegde gedoogplicht in zoverre geen doel dient en een onaanvaardbare doorkruising vormt van het bestaande publiekrechtelijke kader zoals neergelegd in de gemeentelijke Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam (VBOR) en de daarbij behorende nadeelcompensatieregeling. De rechtbank ziet in de eerste plaats niet in hoe het door de gemeente opgeworpen juridische vraagstuk van de onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht hier van toepassing is. Zowel de op grond van de Ow opgelegde gedoogplicht als het door de gemeente gehanteerde vergunningenstelsel zoals neergelegd in de VBOR zijn immers publiekrechtelijk van aard. Verder verwijst de rechtbank naar wat onder 5.3 is overwogen. Gelet op het oordeel van de rechtbank in deze overweging dat sprake is geweest van een redelijke en serieuze poging om langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen met betrekking tot de aanleg en instandhouding van de hoogspanningsverbinding, terwijl die poging niet is geslaagd, is daarmee ook sprake van een daadwerkelijke noodzaak om een gedoogplicht op te leggen. Volgens vaste rechtspraak, onder meer de uitspraak van de Afdeling van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1285, hoeft TenneT geen genoegen te nemen met een vergunning dan wel de privaatrechtelijke toestemming van de gemeente, omdat daarmee de liggings- en leveringszekerheid niet is gewaarborgd. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eeuwigdurende, niet opzegbare opstalrechten of door de minister opgelegde gedoogplichten het gemeentelijke vergunningstelsel niet doorkruisen. Gelet op het voorgaande is ook aan de in artikel 10.11, onder a en c van de Ow (impliciet) opgenomen noodzaak voor het opleggen van de gedoogplicht voldaan. Deze beroepsgrond slaagt niet.

8.3. De rechtbank stelt hierbij nog vast dat het Havenbedrijf en de gemeente in het kader van de belangenafweging gewezen hebben op de regierol die zij hebben met betrekking tot het publiekrechtelijke belang van de inrichting van de ondergrond (en bovengrond). Dit publiekrechtelijk belang heeft de minister evenwel niet hoeven meewegen bij de vraag of de gedoogplicht aan het Havenbedrijf en de gemeente kan worden opgelegd. De gedoogplicht wordt immers aan de gemeente als civielrechtelijke eigenaar van de gronden en aan het Havenbedrijf als pachter van deze gronden opgelegd. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in (onder meer) de uitspraak van de Afdeling van 17 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2017:1285, waarin is geoordeeld dat de door de minister te verrichten toetsing in het kader van een verzoek om een gedoogplicht op te leggen geen andere is in die gevallen dat de rechthebbende op de onroerende zaken een openbaar lichaam is. Met de totstandkoming van de Ow per 1 januari 2024 heeft de wetgever geen aanleiding gezien om de positie van openbare lichamen anders te benaderen dan die van andere eigenaren.

(…)

Rechtbank Midden-Nederland 17 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5421: Awb, Ow; omgevingsvergunning, afwijken omgevingsplan, tuin, containeropstelplaats afval, horeca bedrijven, grenswaarden geluid, Bruidsschat, geluidsonderzoek, deponeren afval, ETFAL, maximale geluidniveau, piekgeluiden, gebrek in besluit, tweede tussenuitspraak

6.3. De rechtbank concludeert dat de activiteit in strijd is met de grenswaarden voor geluid uit artikel 22.63 van de bruidsschat uit het omgevingsplan. Nu op dit punt sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, had het college op grond van de beoordelingsregels voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit uit afdeling 8.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) moeten beoordelen of hiervan kan worden afgeweken. Op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl wordt een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast zijn (voor zover hier van belang) op grond van artikel 8.0b, eerste lid, onder a, van het Bkl de rijksinstructieregels over omgevingsplannen uit hoofdstuk 5 van het Bkl van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de aanvraag. Op grond van artikel 8.0b, tweede lid, onder a, van het Bkl wordt de omgevingsvergunning geweigerd als de omgevingsplanactiviteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van de rijksinstructieregels.

6.4. Voor de beoordeling of kan worden afgeweken van de in de bruidsschat gestelde grenswaarden voor geluid, had het college dus ook moeten kijken naar de instructieregels zoals opgenomen in het Bkl. Onder verwijzing naar artikel 5.65 van het Bkl merkt de rechtbank op dat de instructieregel geen maximale grenswaarde stelt aan piekgeluiden tussen 7.00 uur en 19.00 uur (dagperiode). Ondanks dat er geen maximale grenswaarde is gesteld, moet het geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen op grond van artikel 5.59, tweede lid, van het Bkl, wel aanvaardbaar zijn. Als de aanvaardbaarheid hiervan deugdelijk is gemotiveerd kan het college met een omgevingsvergunning voor de dagperiode, in afwijking van de bruidsschat, hogere maximale geluidsniveaus toestaan. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het college reeds heeft gemotiveerd dat het de piekgeluiden van het deponeren van afval aanvaardbaar acht en binnen het centrumgebied ook in overeenstemming vindt met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De rechtbank vindt deze motivering navolgbaar voor wat betreft de dagperiode.

6.6. Hoewel dit niet expliciet blijkt, begrijpt de rechtbank uit het verweerschrift dat het college met het bestreden besluit 2 heeft beoogd een afwijking van het omgevingsplan toe te staan met betrekking tot de grenswaarden voor geluid als het gaat om het deponeren van afval tussen 19.00 uur en 22.00 uur (avondperiode). Een deugdelijke motivering hiervoor ontbreekt.

6.7. De rechtbank overweegt dat het college ook hiervoor had moeten toetsen aan het Bkl en de daarin gestelde rijksinstructieregels. De standaardwaarde voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw in de avondperiode bedraagt op grond van artikel 5.65 van het Bkl 65 dB(A). Zoals uit de geluidsmeting van het college is gebleken, overschrijdt het deponeren van afval de 70 dB(A) zodat het college niet zonder nadere motivering had kunnen afwijken van het omgevingsplan. Gelet op artikel 5.66, tweede lid, onder a, van het Bkl kan van de waarde op een geluidgevoelig gebouw worden afgeweken, mits het maximaal geluidniveau binnen een geluidgevoelig gebouw de 45 dB(A) niet overschrijdt. Het college heeft geen geluidonderzoek uitgevoerd binnen de woning van eiseres, zodat niet inzichtelijk is gemaakt of op grond van artikel 5.66 van het Bkl met een aanvullende motivering kan worden afgeweken van het omgevingsplan. Dat het college de piekgeluiden aanvaardbaar en passend vindt binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, volstaat hier niet. Het college dient nader te onderzoeken of de piekgeluiden de grenswaarde van 45 dB(A) in de woning van eiseres niet overschrijdt.

6.8. Het college kan op grond van artikel 5.71 van het Bkl er ook voor kiezen om in plaats van het stellen van grenswaarden, gebruiksregels te verbinden aan een omgevingsvergunning. Omdat het deponeren van afval op geluidgevoelige gebouwen gedurende de dagperiode aanvaardbaar is, zoals hiervoor is overwogen, kan het college bijvoorbeeld bepalen dat in de periode tussen 19.00 uur en 22.00 uur helemaal geen afval mag worden gedeponeerd, zodat op die manier voldoende geluidhinder wordt voorkomen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat vergunninghouders op zitting deze oplossingsmogelijkheid hebben voorgesteld. Ook zijn andere oplossingen niet ondenkbaar, bijvoorbeeld het monteren van dempers op de kleppen van de afvalbakken zodat deze niet luidruchtig kunnen dichtvallen en dat alleen voor het glaswerk een beperking wordt gesteld voor de avondperiode.

Rechtbank Limburg 10 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6829: Awb, Ow; handhaving, afwijzing verzoek, windbreekgaas, zijgevel rundveestal, Bbl, gevelpaneel, vergunningvrij

In de uitspraak van de Afdeling van 27 januari 20163 is geoordeeld dat het stuken van een muur geen activiteit is als bedoeld in het thans geldende artikel 2.29 van het Bbl, zodat het niet aan toepassing van de derde voorwaarde van het thans geldende artikel 22.27, onder i, van het omgevingsplan in de weg staat. Eenzelfde redenering geldt ook in deze zaak. Het wegnemen van de oorspronkelijke gevel en het aanbrengen van het windbreekgaas is, zoals hiervoor door de rechtbank geoordeeld, geen vergunningvrije activiteit als bedoeld in artikel 2.29, onder b tot en met r, van het Bbl. Het vervangen van de volledige of een groot deel van de gevel, al dan niet inclusief gevelpanelen, is namelijk geen activiteit die betrekking heeft op een gevelpaneel. Daarmee is dan ook voldaan aan artikel 22.27, aanhef en onder i, onder 3, van het omgevingsplan.

(…)

Rechtbank Amsterdam 1 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:7958: Awb, Ow; gedoogplicht, aanleg/instandhouding twee 150kV-hoogspanningsverbindingen, voorwaarden, aanvullende motivering, herstelbesluit, belangenafweging, einduitspraak na tussenuitspraak

5.3. De rechtbank oordeelt verder dat de minister het geconstateerde gebrek niet heeft hersteld. Zo heeft de gemeente in haar reactie op het herstelbesluit terecht opgemerkt dat het opleggen van een gedoogplicht aan de gemeente de publiekrechtelijke bevoegdheden van de gemeente weliswaar niet wegneemt, maar dat de gedoogplicht de gemeente wel degelijk beperkt in haar mogelijkheden om regie te voeren op het gebruik van de openbare ruimte. Het moeten gedogen van een specifiek gebruik door een derde, beperkt de gemeente in haar publieke regierol die ook en in grote mate betrekking heeft op gronden die in eigendom zijn van de gemeente. Dat de gemeente op dit moment geen concrete plannen heeft om de aldus bestemde gronden binnen afzienbare tijd voor een andere functie in te zetten, neemt niet weg dat de mogelijkheden van de gemeente om haar regierol te vervullen worden beperkt. Voorstelbaar is dat het hebben van concrete plannen voor een andere invulling van de bestemde gronden nou juist een reden had kunnen zijn om de gedoogplicht op te leggen, maar zoals gezegd zijn die plannen er niet. Verder heeft de gemeente alternatieven aangedragen die voor TenneT ook veel waarborgen bieden, zoals de WIOR-vergunning in combinatie met het sluiten van een obligatoire overeenkomst met een kettingbeding. De minister heeft er naar het oordeel van de rechtbank geen blijk van gegeven dat hij het door de gemeente genoemde alternatief om het belang van TenneT bij een duurzame en ongestoorde ligging van de hoogspanningsverbinding te waarborgen heeft betrokken bij de door hem verrichte belangenafweging. Zoals reeds geoordeeld in de tussenuitspraak staat niet ter discussie dat een eeuwigdurend, door de gemeente niet opzegbaar opstalrecht voor TenneT de meeste waarborgen biedt. Dat betekent echter niet automatisch dat ook van de gemeente gevraagd kan worden om de aanleg en aanwezigheid van de hoogspanningsverbindingen onder alle omstandigheden en permanent te gedogen. De gemeente heeft – zoals de minister zelf ook heeft opgemerkt – het belang van duurzame instandhouding van de hoogspanningsverbindingen onderschreven met het vaststellen van het bestemmingsplan ‘150 Kv verbinding [locatie]’. De gemeente kan dus, ook zonder gedoogplicht, in beginsel niet besluiten tot verwijdering van de hoogspanningsverbindingen of tot (het toestaan van) gebruik van de gronden dat de instandhouding van de hoogspanningsverbindingen belemmert. Die zijn immers planologisch ingepast en de gemeente is steeds – en ook privaatrechtelijk handelend – gebonden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In dat opzicht is de positie van de gemeente heel anders dan die van een particuliere grondeigenaar of een niet meewerkende overheidsinstantie. Nu ook uit de nadere motivering van de minister niet blijkt dat de minister dit heeft meegenomen in de belangenafweging, is de rechtbank van oordeel dat de minister er niet in is geslaagd het motiveringsgebrek te herstellen.

Artikel delen